WIB 92, Art. 194ter/3
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel maakt het tax shelter-stelsel van artikel 194ter "eveneens van toepassing" op in aanmerking komende productievennootschappen die als voornaamste doel en kernactiviteit de productie en de ontwikkeling van videospellen hebben. Een in aanmerking komend werk is hier, in afwijking van artikel 194ter, § 1, eerste lid, 4°, een origineel videospel dat de bevoegde diensten van de betrokken Gemeenschap als Europees videospel erkennen: hoofdzakelijk tot stand gebracht met de hulp van auteurs en creatieve medewerkers uit België of de Europese Economische Ruimte, door producenten en coproducenten die daar gevestigd zijn of die door zulke producenten gesuperviseerd en daadwerkelijk gecontroleerd worden, en in overeenstemming met een culturele test zoals goedgekeurd door de Europese Commissie. De productie- en exploitatie-uitgaven in de Europese Economische Ruimte moeten gedaan worden binnen een periode van 24 maanden die ten vroegste 6 maanden vóór de ondertekening van de raamovereenkomst begint en ten laatste loopt tot 24 maanden na die ondertekening, "en uiterlijk 3 maanden na de realisatie van de finale versie"; de uitgaven vóór de ondertekening bedragen maximaal 50 % van het totaal. Een videospel is origineel als het verhaal, de afbeeldingen, de personages, de inhoud, de gameplay of de spelfuncties origineel zijn; een uitbreiding van een bestaand spel wordt ermee gelijkgesteld voor zover de nieuwe originele elementen ten minste 50 % van die onderdelen vertegenwoordigen. Paragraaf 3 geeft eigen lijsten van uitgaven die wel en niet rechtstreeks verbonden zijn met de productie en de exploitatie, en verruimt voor dit artikel op de daar genoemde plaatsen de in België gedane uitgaven tot uitgaven in de Europese Economische Ruimte. Paragraaf 5 begrenst de vrijstelling per belastbaar tijdperk, samen voor de artikelen 194ter, 194ter/1 en 194ter/3, en beperkt de som van de fiscale waarden van de attesten per werk. Volgens paragraaf 6 moet de betrokken Gemeenschap zich, om te bevestigen dat de realisatie voltooid is, ervan vergewissen of een finale versie in de Europese Economische Ruimte tot stand werd gebracht. Niet behandeld: de uitzondering voor facturen van facilitaire productiebedrijven en de uitsluiting van uitgaven die bij de productievennootschap niet als beroepskosten aftrekbaar zijn.
Voor wie
Toepassingsgebied: vennootschapsbelasting. Het artikel gaat over in aanmerking komende productievennootschappen met als voornaamste doel en kernactiviteit de productie en de ontwikkeling van videospellen, en over de investeerders die via een raamovereenkomst in zo'n werk investeren.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat grenzen en maxima, maar geen concreet bedrag van een storting. Symbolisch: noem W de belastbare gereserveerde winst van het belastbaar tijdperk, vastgesteld vóór de samenstelling van de vrijgestelde reserve. De vrijstelling van artikel 194ter, § 2, is per belastbaar tijdperk beperkt tot 50 % van W, met een maximum van 750.000 euro; dat maximum wordt 850.000 euro voor een tijdperk waarvoor het tarief bedoeld in artikel 215, eerste lid, 29 % bedraagt, en 1.000.000 euro voor een tijdperk waarvoor dat tarief 25 % bedraagt. Die grens en dat maximum gelden voor het totaal van de vrijstellingen op grond van de artikelen 194ter, 194ter/1 en 194ter/3; het niet verleende deel wordt overgedragen naar de volgende belastbare tijdperken, binnen dezelfde grenzen. Per in aanmerking komend werk bedraagt de som van alle fiscale waarden van de attesten maximaal 2.500.000 euro.
Veelgemaakte fouten
- Elke uitbreiding van een bestaand spel als origineel beschouwen. De wet stelt een uitbreiding alleen gelijk "voor zover de nieuwe originele elementen ten minste 50 % vertegenwoordigen".
- De uitgavenperiode alleen aan de raamovereenkomst koppelen. De uitgaven moeten ook gebeuren "uiterlijk 3 maanden na de realisatie van de finale versie".
- De aankoop van intellectuele rechten altijd meetellen. De wet telt die uitgaven alleen in verhouding tot hun aandeel bij de totstandkoming, bij een aankoop aan marktprijs, na de ondertekening van de raamovereenkomst en bij een persoon of vennootschap die niet verbonden is in de zin van artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
- De grens per belastbaar tijdperk apart toepassen per artikel. De wet laat de grens en het maximum gelden voor het totaal van de vrijstellingen op grond van de artikelen 194ter, 194ter/1 en 194ter/3.
Verwante bepalingen
- WIB92:194ter — het tax shelter-stelsel voor audiovisuele werken dat dit artikel ook op videospellen toepast; het stelt de belastbare winst van de in aanmerking komende investeerder voorlopig vrij op basis van de sommen die hij in uitvoering van een raamovereenkomst werkelijk stort, en regelt het tax shelter-attest.
- WIB92:194ter/1 — verruimt artikel 194ter tot productievennootschappen die nieuwe podiumproducties produceren en ontwikkelen; de grens per belastbaar tijdperk geldt samen met die vrijstelling.
- WIB92:206/1 — deelt het resultaat onder in reserves, verworpen uitgaven en overige bestanddelen van het resultaat, en dividenden; de verworpen uitgaven omvatten onder meer de niet als beroepskosten aftrekbare bedragen.
- WIB92:215 — bepaalt het tarief van de vennootschapsbelasting waarvan het maximum per belastbaar tijdperk afhangt.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt niet zelf hoe de culturele test luidt; het verwijst naar een test zoals goedgekeurd door de Europese Commissie.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. Artikel 194ter is eveneens van toepassing op de in aanmerking komende productievennootschappen die als voornaamste doel en kernactiviteit de productie en de ontwikkeling van videospellen hebben. § 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: 1° een in aanmerking komend werk: in afwijking van artikel 194ter, § 1, eerste lid, 4°, een origineel videospel zoals bepaald onder 2°, dat door de bevoegde diensten van de betrokken Gemeenschap erkend wordt als Europees videospel, dat wil zeggen: - hoofdzakelijk tot stand gebracht met de hulp van auteurs en creatieve medewerkers, die Belgisch rijksinwoner zijn of inwoner zijn van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, door een of meer producenten en coproducenten die in een of meer lidstaten van de Europese Economische Ruimte gevestigd zijn of die gesuperviseerd en daadwerkelijk gecontroleerd worden door een of meer producenten en coproducenten die in een of meer van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte gevestigd zijn; - in overeenstemming met een culturele test zoals die is goedgekeurd door de Europese Commissie; - waarvoor de productie- en exploitatie-uitgaven die in de Europese Economische Ruimte werden gedaan, worden gedaan binnen een periode van 24 maanden die ten vroegste aanvangt 6 maanden voor de datum van de ondertekening van de raamovereenkomst voor het bekomen van het taxshelterattest voor de productie van dit werk zoals bedoeld in artikel 194ter, § 1, eerste lid, 5°, en ten laatste loopt tot 24 maanden na de ondertekening van laatstgenoemde raamovereenkomst, en uiterlijk 3 maanden na de realisatie van de finale versie; De in het eerste lid bedoelde productie- en exploitatie-uitgaven gedaan in de periode voorafgaand aan de datum van de ondertekening van de overeenkomst bedragen maximaal 50 % van het totaal van deze productie- en exploitatie-uitgaven. 2° videospel: een interactief werk inclusief audio, video, computercode, scenario/script en spelervaring, dat gebruikt wordt door één of meerdere personen tegelijk en bedoeld is om te worden gedistribueerd en geëxploiteerd op mobiele apparaten, desktop-, online- of thuisconsoles waarvoor de interactieve en speelse mechanismen zijn bedoeld om te worden geprojecteerd op een audiovisueel scherm met of zonder randapparatuur; 3° origineel videospel: het videospel waarin het verhaal, de afbeeldingen, de personages, de inhoud, de gameplay of de spelfuncties origineel zijn. De uitbreiding van een bestaand videospel, waarin deze originele elementen of sommige daarvan zijn opgenomen, wordt gelijkgesteld met een origineel videospel voor zover de nieuwe originele elementen ten minste 50 % vertegenwoordigen van het verhaal, de afbeeldingen, de personages, de inhoud, de gameplay of de spelfuncties; 4° finale versie: de versie zoals deze is op het ogenblik van zijn commercialisering in de Europese Economische Ruimte. Met commercialisering wordt bedoeld de datum waarop het videospel voor het eerst te koop wordt aangeboden. 5° productie- en exploitatie-uitgaven in de Europese Economische Ruimte: de in de Europese Economische Ruimte gedane uitgaven die betrekking hebben op de productie en exploitatie van een in aanmerking komend werk en waaruit beroepsinkomsten voortvloeien welke, ten name van de begunstigde, belastbaar zijn in de personenbelasting, in de vennootschapsbelasting, de belasting van niet-inwoners of in een gelijkaardig regime in een ander land van de Europese Economische Ruimte, met uitzondering van uitgaven die in hoofde van de productievennootschap aangemerkt kunnen worden als niet als beroepskosten aftrekbare bedragen vermeld in artikel 206/1, tweede lid, 2°, alsmede van alle andere kosten die niet werden gedaan voor de productie of de exploitatie van het in aanmerking komend werk. § 3. In afwijking van artikel 194ter, § 1, eerste lid, 8° en 9°, wordt verstaan onder: 1° uitgaven die rechtstreeks verbonden zijn met de productie en de exploitatie: de uitgaven die verbonden zijn met de creatieve en technische productie van het in aanmerking komende werk, zoals: - uitgaven met betrekking tot de aankoop van de intellectuele rechten die noodzakelijk of nuttig zijn voor de realisatie van het in aanmerking komend werk in verhouding tot hun aandeel bij de totstandkoming ervan wanneer de aankoop aan marktprijs is gedaan, na de ondertekening van de raamovereenkomst, bij een persoon of een vennootschap die niet verbonden is in de zin van artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen; - lonen en andere vergoedingen van het personeel of vergoedingen van zelfstandige dienstverleners, verbonden aan de creatie en uitvoering van het in aanmerking komend werk; - sociale lasten in verband met lonen en kosten bedoeld in het tweede streepje; - aankopen van materialen, benodigdheden en uitrusting in verhouding tot hun aandeel bij de totstandkoming van het in aanmerking komend werk; - uitgaven in verband met de tests die noodzakelijk of nuttig zijn voor de totstandkoming van het in aanmerking komend werk; - kosten van huur van klank-, acteer- en webruimtes; - verzekeringskosten die rechtstreeks verband houden met de totstandkoming van het in aanmerking komend werk; - vertaalkosten van het in aanmerking komend werk; - kosten van publicatie en van promotie eigen aan de productie: affiches, flyers, aanmaken van het persdossier, website of webpagina, TV- of radioreclame en socialemediamarketing eigen aan de productie, alsook de kosten eigen aan het op de markt brengen van de finale versie; 2° uitgaven die niet rechtstreeks verbonden zijn met de productie en de exploitatie, waaronder: - uitgaven die gerelateerd zijn aan de administratieve, financiële en juridische organisatie en begeleiding bij de productie van een in aanmerking komend werk; - financiële vergoedingen en commissielonen betaald in verband met de werving van ondernemingen die een raamovereenkomst voor de productie van een in aanmerking komend werk hebben afgesloten; - kosten inherent aan de financiering van het in aanmerking komend werk of de sommen die werden gestort op basis van een raamovereenkomst zoals bedoeld in artikel 194ter, § 1, eerste lid, 5°, met inbegrip van kosten voor juridische bijstand, advocatenkosten, interesten, garantiekosten, administratieve kosten, commissielonen en representatiekosten; - facturen die zijn opgesteld door de in aanmerking komende investeerder met uitzondering van facturen van facilitaire productiebedrijven voor zover de aangerekende goederen of diensten tot de directe productiekosten kunnen gerekend worden en voor zover de gehanteerde prijzen overeenkomen met de prijs die zou worden betaald als de tegemoetkomende vennootschappen totaal onafhankelijk van elkaar zouden zijn; - distributiekosten die voor rekening van de productievennootschap zijn. Voor de toepassing van dit artikel worden, in afwijking van artikel 194ter, § 1, eerste lid, 9°, tweede lid, derde lid, vierde lid, § 7, eerste lid, 4° bis, § 8, eerste lid, tweede streepje, derde lid, § 10, eerste lid, 8°, vierde en vijfde streepje, de in artikel 194ter bedoelde productie- en exploitatie-uitgaven die in België werden gedaan telkens verruimd tot de productie- en exploitatie-uitgaven die werden gedaan in Europese Economische Ruimte. § 4. (...) § 5. Per belastbaar tijdperk wordt de in artikel 194ter, § 2, bedoelde vrijstelling verleend ten belope van een bedrag beperkt tot 50 procent van de belastbare gereserveerde winst van het belastbaar tijdperk vastgesteld vóór de samenstelling van de in artikel 194ter, § 4, bedoelde vrijgestelde reserve, met een maximum van 750.000 euro. Dit grensbedrag en dit maximum zijn van toepassing op het totaal van de vrijstellingen als bedoeld in de artikelen 194ter, 194ter/1 en 194ter/3. Voor het belastbaar tijdperk waarvoor het tarief van de vennootschapsbelasting bedoeld in artikel 215, eerste lid, 29 % bedraagt, wordt het maximumbedrag bedoeld in het eerste lid opgetrokken tot 850.000 euro. Voor het belastbaar tijdperk waarvoor het tarief van de vennootschapsbelasting bedoeld in artikel 215, eerste lid, 25 % bedraagt, wordt het maximumbedrag bedoeld in het eerste lid opgetrokken tot 1.000.000 euro. Indien een belastbaar tijdperk geen of onvoldoende winst oplevert om de sommen ter uitvoering van de raamovereenkomst te kunnen aanwenden, wordt de voor dat belastbaar tijdperk niet verleende vrijstelling overeenkomstig artikel 194ter, § 3, tweede tot vierde lid, achtereenvolgens overgedragen op de winst van de volgende belastbare tijdperken, waarbij de in artikel 194ter; § 2, 194ter/1, § 5, en 194ter/3, § 5, bedoelde vrijstellingen, in voorkomende geval gezamenlijk toegepast, per belastbaar tijdperk nooit hoger mogen zijn dan de in het eerste lid gestelde grenzen. In afwijking van artikel 194ter, § 8, vierde lid, bedraagt de som van alle fiscale waarden van de taxshelter-attesten per in aanmerking komend werk, maximaal 2.500.000 euro. § 6. Om overeenkomstig artikel 194ter, § 7, eerste lid, 3°, tweede streepje, te kunnen bevestigen dat de realisatie van het originele videospel is voltooid, moet de betrokken Gemeenschap zich ervan vergewissen of een finale versie in de Europese Economische Ruimte werd tot stand gebracht.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.