Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 194ter/1

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel verruimt het tax shelter-stelsel van artikel 194ter tot in aanmerking komende productievennootschappen "die als voornaamste doel en kernactiviteit de productie en de ontwikkeling van nieuwe podiumproducties hebben". Een in aanmerking komend werk is hier, in afwijking van artikel 194ter, § 1, eerste lid, 4°, een nieuwe podiumproductie die de bevoegde diensten van de betrokken Gemeenschap als Europees podiumwerk erkennen. Een nieuwe podiumproductie is een theater-, circus-, straattheater-, opera-, klassieke muziek-, dans- of muziektheaterproductie, met inbegrip van musical en ballet, "alsook de productie van een totaalspektakel", waarbij het scenario, de theatertekst, de regie of de scenografie nieuw is, of die een herinterpretatie betreft, en waarvan het hoofddoel of een van de hoofddoelen niet het reclame maken voor of bevorderen van andere goederen of diensten is. De in België gedane productie- en exploitatie-uitgaven moeten gedaan worden binnen een periode van 24 maanden die ten vroegste 6 maanden vóór de ondertekening van de raamovereenkomst begint en ten laatste loopt tot 24 maanden na die ondertekening, "en uiterlijk 1 maand na de Première". De uitgaven vóór de ondertekening bedragen maximaal 50 % van het totaal. Paragraaf 3 geeft eigen lijsten van uitgaven die wel en niet rechtstreeks verbonden zijn met de productie en de exploitatie; kosten die in principe ten laste zijn van de structuur waar de productie wordt opgevoerd, zoals culturele centra, komen niet in aanmerking. Paragraaf 5 begrenst de vrijstelling per belastbaar tijdperk, samen voor de artikelen 194ter, 194ter/1 en 194ter/3, en beperkt de som van alle fiscale waarden van de attesten per werk. Volgens paragraaf 6 moet de betrokken Gemeenschap zich, om te bevestigen dat de productie voltooid is, ervan vergewissen dat het werk voor het eerst in de Europese Economische Ruimte publiekelijk werd vertoond. Niet behandeld: de uitzondering voor facturen van facilitaire podiumbedrijven en de uitzondering voor de ontwikkelingskosten van het scenario van vóór de raamovereenkomst.

Voor wie

Toepassingsgebied: vennootschapsbelasting. Het artikel gaat over in aanmerking komende productievennootschappen met als voornaamste doel en kernactiviteit de productie en de ontwikkeling van nieuwe podiumproducties, en over de investeerders die via een raamovereenkomst in zo'n werk investeren.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat grenzen en maxima, maar geen concreet bedrag van een storting. Symbolisch: noem V de vrijstelling die een investeerder op grond van artikel 194ter, § 2, vraagt en W de belastbare gereserveerde winst van het belastbaar tijdperk, vastgesteld vóór de samenstelling van de vrijgestelde reserve. Per belastbaar tijdperk is de vrijstelling beperkt tot 50 % van W, met een maximum van 750.000 euro; dat maximum wordt 850.000 euro voor een tijdperk waarvoor het tarief bedoeld in artikel 215, eerste lid, 29 % bedraagt, en 1.000.000 euro voor een tijdperk waarvoor dat tarief 25 % bedraagt. Die grens en dat maximum gelden voor het totaal van de vrijstellingen op grond van de artikelen 194ter, 194ter/1 en 194ter/3. Het niet verleende deel wordt overgedragen naar de volgende belastbare tijdperken, binnen dezelfde grenzen. Per in aanmerking komend werk bedraagt de som van alle fiscale waarden van de attesten maximaal 2.500.000 euro.

Veelgemaakte fouten

  • Elke podiumvoorstelling als in aanmerking komend werk beschouwen. De wet vraagt een nieuwe podiumproductie die als Europees podiumwerk erkend is en waarvan het hoofddoel of een van de hoofddoelen niet reclame is.
  • De uitgavenperiode alleen aan de raamovereenkomst koppelen. De uitgaven moeten ook gebeuren "uiterlijk 1 maand na de Première".
  • De grens per belastbaar tijdperk apart toepassen per artikel. De wet laat de grens en het maximum gelden voor het totaal van de vrijstellingen op grond van de artikelen 194ter, 194ter/1 en 194ter/3.
  • Kosten van de zaal meerekenen die ten laste zijn van de structuur waar de productie wordt opgevoerd. De wet sluit die kosten uit.
  • Vervoer en accommodatie onbeperkt meetellen. Die kosten zijn beperkt tot 25 % van de kosten bedoeld in het tweede en derde streepje van de lijst van rechtstreekse uitgaven.

Verwante bepalingen

  • WIB92:194ter — het tax shelter-stelsel voor audiovisuele werken dat dit artikel verruimt; het stelt de belastbare winst van de in aanmerking komende investeerder voorlopig vrij ten belope van een percentage van de sommen die hij binnen de drie maanden na de ondertekening van de raamovereenkomst werkelijk stort, en regelt het tax shelter-attest.
  • WIB92:194ter/3 — past artikel 194ter toe op productievennootschappen met als voornaamste doel en kernactiviteit de productie en de ontwikkeling van videospellen; de grens per belastbaar tijdperk geldt samen met die vrijstelling.
  • WIB92:215 — bepaalt het tarief van de vennootschapsbelasting waarvan het maximum per belastbaar tijdperk afhangt.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel bepaalt niet zelf hoe de betrokken Gemeenschap een podiumwerk als Europees erkent.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. De toepassing van artikel 194ter wordt verruimd tot de in aanmerking komende productievennootschappen die als voornaamste doel en kernactiviteit de productie en de ontwikkeling van nieuwe podiumproducties hebben. § 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: 1° in aanmerking komend werk: in afwijking van artikel 194ter, § 1, eerste lid, 4°, een nieuwe podiumproductie als bedoeld in 2°, die door de bevoegde diensten van de betrokken Gemeenschap erkend wordt als Europees podiumwerk, dat wil zeggen: - tot stand gebracht door een of meer producenten die in een of meer lidstaten van de Europese Economische Ruimte gevestigd zijn of gesuperviseerd en daadwerkelijk gecontroleerd door een of meer producenten die in een of meer van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte gevestigd zijn; - waarvoor de productie- en exploitatie-uitgaven die in België werden gedaan zoals bedoeld in artikel 194ter, § 1, eerste lid, 7°, worden gedaan binnen een periode van 24 maanden die ten vroegste aanvangt 6 maanden voor de datum van de ondertekening van de raamovereenkomst voor het bekomen van het taxshelterattest voor de productie van dit werk zoals bedoeld in artikel 194ter, § 1, eerste lid, 5°, en ten laatste loopt tot 24 maanden na de ondertekening van laatstgenoemde raamovereenkomst, en uiterlijk 1 maand na de Première van de podiumproductie ; De in het eerste lid bedoelde productie- en exploitatie-uitgaven gedaan in de periode voorafgaand aan de datum van de ondertekening van de raamovereenkomsten bedragen maximaal 50 % van het totaal van deze productie- en exploitatie-uitgaven. 2° nieuwe podiumproductie: een theater-, circus-, straattheater-, opera-, klassieke muziek-, dans- of muziektheaterproductie, met inbegrip van musical en ballet, alsook de productie van een totaalspektakel, waarbij het scenario, de theatertekst, de regie of de scenografie nieuw is, of die een herinterpretatie betreft en waarvan het hoofddoel of een van de hoofddoelen niet het reclame maken voor of bevorderen van bepaalde andere goederen of diensten is; ; 3° totaalspektakel: de combinatie van diverse van de onder 2° vermelde podiumkunsten, eventueel op bijkomstige wijze aangevuld met choreografie, toneelspel, speciale effecten, pyrotechnische effecten en innoverende technologieën qua geluid, beeld en scenografie; 4° Première: de eerste voorstelling van de podiumproductie in België of in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die ten laatste twee maanden na de eerste Try-out plaatsvindt; Try-out: een proefvoorstelling van de podiumproductie bedoeld om de reactie van het publiek te peilen en eventueel alsnog wijzigingen in de podiumproductie aan te brengen waarvoor de toegangsprijs die wordt aangerekend aan het publiek beduidend lager ligt dan de toegangsprijs voor de première en de daaropvolgende voorstellingen. § 3. In afwijking van artikel 194ter, § 1, eerste lid, 8° en 9°, wordt verstaan onder: 1° uitgaven die rechtstreeks verbonden zijn met de productie en de exploitatie: de uitgaven die verbonden zijn met de creatieve en technische productie van het in aanmerking komende werk, zoals: - kosten met betrekking tot de artistieke rechten, met uitzondering van de ontwikkelingskosten van het scenario die dateren van de periode voor de raamovereenkomst; - lonen en andere vergoedingen van het personeel of vergoedingen van zelfstandige dienstverleners, verbonden aan de creatie en uitvoering van het in aanmerking komend werk; - lonen en andere vergoedingen van acteurs, acrobaten, dansers, dirigenten, muzikanten, zangers en artistieke functies, al dan niet zelfstandig, die enkel verbonden zijn aan de uitvoering van het in aanmerking komend werk; - sociale lasten in verband met lonen en kosten bedoeld in het tweede en derde streepje; - kosten van decors, rekwisieten, instrumenten, kostuums en attributen, die op het podium worden gebracht; - kosten met betrekking tot licht, geluid, speciale effecten en andere technische middelen; - de transportkosten met betrekking tot de kosten bedoeld in het vijfde en zesde streepje; - kosten van vervoer en accommodatie van personen, beperkt tot een bedrag dat gelijk is aan 25 % van de kosten bedoeld in het tweede en derde streepje; - kosten van huur van repetitie- en voorstellingsruimten; - verzekeringskosten die rechtstreeks verbonden zijn met de productie; - kosten van publicatie en van promotie eigen aan de productie: affiches, flyers, aanmaken van het persdossier, website of webpagina eigen aan de productie, alsook de Première; 2° uitgaven die niet rechtstreeks verbonden zijn met de productie en de exploitatie: inzonderheid de volgende uitgaven: - de uitgaven die gerelateerd zijn aan de administratieve, financiële en juridische organisatie en begeleiding van de podiumproductie; - financiële vergoedingen en commissielonen betaald in verband met de werving van ondernemingen die een raamovereenkomst voor de productie van een in aanmerking komend werk hebben afgesloten; - kosten inherent aan de financiering van het in aanmerking komend werk of de sommen die werden gestort op basis van een raamovereenkomst zoals bedoeld in artikel 194ter, § 1, eerste lid, 5°, met inbegrip van kosten voor juridische bijstand, advocatenkosten, interesten, garantiekosten, administratieve kosten, commissielonen en representatiekosten; - facturen die zijn opgesteld door de in aanmerking komende investeerder met uitzondering van facturen van facilitaire podiumbedrijven voor zover de aangerekende goederen of diensten tot de directe productiekosten kunnen gerekend worden en voor zover de gehanteerde prijzen overeenkomen met de prijs die zou worden betaald als de tussenkomende vennootschappen totaal onafhankelijk van elkaar zouden zijn; - distributiekosten die voor rekening van de productievennootschap zijn. De kosten die in principe ten laste zijn van de structuur waar de podiumproductie wordt opgevoerd, zoals culturele centra, komen niet in aanmerking. § 4. (...) § 5. Per belastbaar tijdperk wordt de vrijstelling bedoeld in artikel 194ter, § 2, verleend ten belope van een bedrag beperkt tot 50 % van de belastbare gereserveerde winst van het belastbaar tijdperk vastgesteld vóór de samenstelling van de vrijgestelde reserve bedoeld in artikel 194ter, § 4, met een maximum van 750.000 euro. Dit grensbedrag en dit maximum zijn van toepassing op het totaal van de vrijstellingen als bedoeld in de artikelen 194ter, 194ter/1 en 194ter/3. Voor het belastbaar tijdperk waarvoor het tarief van de vennootschapsbelasting bedoeld in artikel 215, eerste lid, 29 % bedraagt, wordt het maximumbedrag bedoeld in het eerste lid opgetrokken tot 850.000 euro. Voor het belastbaar tijdperk waarvoor het tarief van de vennootschapsbelasting bedoeld in artikel 215, eerste lid, 25 % bedraagt, wordt het maximumbedrag bedoeld in het eerste lid opgetrokken tot 1.000.000 euro. Indien een belastbaar tijdperk geen of onvoldoende winst oplevert om de sommen ter uitvoering van de raamovereenkomst te kunnen aanwenden, wordt de voor dat belastbaar tijdperk niet verleende vrijstelling overeenkomstig artikel 194ter, § 3, tweede tot vierde lid, achtereenvolgens overgedragen op de winst van de volgende belastbare tijdperken, waarbij de in artikel 194ter; § 2, en in artikel 194ter/1, § 5, bedoelde vrijstellingen, in voorkomende geval gezamenlijk toegepast, per belastbaar tijdperk nooit hoger mogen zijn dan de in het eerste lid gestelde grenzen. In afwijking van artikel 194ter, § 8, vierde lid, bedraagt de som van alle fiscale waarden van de taxshelter-attesten per in aanmerking komend werk, maximaal 2.500.000 euro. § 6. Om overeenkomstig artikel 194ter, § 7, eerste lid, 3°, tweede streepje, te kunnen bevestigen dat de realisatie van de nieuwe podiumproductie is voltooid, moet de betrokken Gemeenschap zich ervan vergewissen dat het werk voor het eerst in de Europese Economische Ruimte publiekelijk werd vertoond.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.