Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 194quater/1

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel regelt de wederopbouwreserve. De wederopbouwreserve die een vennootschap heeft aangelegd bij het verstrijken van het belastbaar tijdperk verbonden aan een van de aanslagjaren 2022, 2023 of 2024, wordt niet als winst aangemerkt binnen de grenzen en onder de voorwaarden van dit artikel. Per belastbaar tijdperk is de reserve beperkt tot de belastbare gereserveerde winst van dat tijdperk, vastgesteld vóór de samenstelling van de vrijgestelde reserve, onverminderd het maximumbedrag van paragraaf 3. Dat maximumbedrag, inclusief de al belaste bedragen van de reserve, is gelijk aan de bedrijfsverliezen van het boekjaar dat in 2020 afsluit, met een maximum van 20 miljoen euro; vennootschappen die hun boekjaar afsluiten tussen 1 januari 2020 en 31 juli 2020 "mogen ervoor kiezen" de bedrijfsverliezen van het boekjaar dat in 2021 afsluit te nemen, met hetzelfde maximum, en die keuze is onherroepelijk. De reserve wordt alleen vrijgesteld in zoverre ze op één of meer afzonderlijke rekeningen van het passief geboekt is en blijft en niet tot grondslag dient voor de dotatie aan de wettelijke reserve of voor enige beloning of toekenning, en in zoverre de vennootschap vanaf 12 maart 2020 geen rechtstreekse deelneming had in een vennootschap in een Staat op de in de wet bedoelde lijsten en geen betalingen van ten minste 100.000 euro voor het belastbare tijdperk aan zulke vennootschappen deed, "tenzij is aangetoond dat deze betalingen zijn verricht in het kader van werkelijke en oprechte verrichtingen als gevolg van rechtmatige financiële of economische behoeften". Paragraaf 5 maakt de reserve geheel of gedeeltelijk belastbaar bij een inkoop van eigen aandelen, een dividend, een kapitaalvermindering of andere vermindering of verdeling van het eigen vermogen, of een daling van de post "620 Bezoldigingen en rechtstreekse sociale voordelen" onder een drempel. De belastingplichtige is verplicht bij de aangifte een formulier volgens het door de Koning vastgestelde model te voegen voor de aanslagjaren waarin de vrijstelling wordt toegepast.

Voor wie

Toepassingsgebied: vennootschapsbelasting. De regeling geldt niet voor de vennootschappen die paragraaf 2 opsomt: bepaalde beleggingsvennootschappen, gereglementeerde vastgoedvennootschappen, Europese langetermijnbeleggingsinstellingen en organismen voor de financiering van pensioenen; coöperatieve participatievennootschappen; zeescheepvaartvennootschappen die volgens de programmawet van 2 augustus 2002 belast worden; vennootschappen die in de periode van 12 maart 2020 tot de dag van indiening van de aangifte van het aanslagjaar van aanleg eigen aandelen inkochten, dividenden toekenden of uitkeerden, een kapitaalvermindering of andere vermindering of verdeling van het eigen vermogen verrichtten; vennootschappen die op 18 maart 2020 konden worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag om een reserve mee uit te rekenen; ze legt grenzen en een drempel vast. Symbolisch, voor de terugname op grond van de bezoldigingspost: noem B het bedrag van de post "620 Bezoldigingen en rechtstreekse sociale voordelen" op de afsluitdatum van het boekjaar dat geëindigd is in 2019, en P het bedrag van diezelfde post in het belastbare tijdperk. Ligt P voor het eerst onder 85 % van B, dan wordt het verschil tussen 85 % van B en P aangemerkt als winst van dat tijdperk. Ligt P in een later tijdperk onder de voorheen laagste drempel, dan telt het verschil tussen die drempel en P. Het belastbare bedrag van paragraaf 5, gecumuleerd over de tijdperken, gaat slechts tot het bedrag van de vrijgestelde wederopbouwreserve.

Veelgemaakte fouten

  • De reserve hoger aanleggen dan de belastbare gereserveerde winst van het tijdperk. De wet beperkt ze per belastbaar tijdperk tot die winst.
  • Het maximum per tijdperk los bekijken. Het maximumbedrag van paragraaf 3 geldt "inclusief de overeenkomstig paragraaf 5 reeds belaste bedragen" en is gelijk aan de bedrijfsverliezen van het boekjaar dat in 2020 afsluit, met een maximum van 20 miljoen euro.
  • De keuze voor de bedrijfsverliezen van het boekjaar dat in 2021 afsluit later nog wijzigen. De wet maakt ze onherroepelijk en laat ze alleen toe aan vennootschappen die hun boekjaar afsluiten tussen 1 januari 2020 en 31 juli 2020.
  • Een dividend, inkoop van eigen aandelen of kapitaalvermindering na de aanleg zonder gevolgen beschouwen. De wet merkt de reserve dan geheel of gedeeltelijk aan als winst van dat tijdperk, ten belope van het bedrag van die verrichting.
  • De bezoldigingspost niet opvolgen. Een bedrag onder de drempel van 85 % van de post op de afsluitdatum van het boekjaar dat geëindigd is in 2019 maakt het verschil belastbaar.
  • Het formulier bij de aangifte weglaten. De wet verplicht de belastingplichtige het bij te voegen voor de aanslagjaren waarin de vrijstelling toegepast wordt.

Verwante bepalingen

  • WIB92:18 — omschrijft dividenden, onder meer alle voordelen die een vennootschap aan aandelen en winstbewijzen toekent.
  • WIB92:184quater — laat een vennootschap die als kleine vennootschap wordt aangemerkt een liquidatiereserve aanleggen; de uitkering daarvan telt hier als dividend.
  • WIB92:541 — regelt een liquidatiereserve voor de winst van het boekjaar verbonden met aanslagjaar 2013; ook de uitkering daarvan telt hier mee.
  • WIB92:537 — stelt onder voorwaarden een verlaagd tarief van de personenbelasting en de roerende voorheffing vast voor dividenden die overeenkomen met de vermindering van de belaste reserves, als het verkregen bedrag onmiddellijk in het kapitaal wordt opgenomen; dit artikel verwijst ernaar voor de kapitaalvermindering.
  • WIB92:307 — regelt de aangifte; in § 1/2 onder meer de aangifte van betalingen aan personen of vaste inrichtingen in bepaalde Staten, waarnaar dit artikel verwijst voor de lijsten.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel bepaalt niet zelf welke Staten op de lijsten staan; het verwijst daarvoor naar andere bepalingen.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. De wederopbouwreserve, die bij het verstrijken van het belastbaar tijdperk dat verbonden is aan een van de aanslagjaren 2022, 2023 of 2024, is aangelegd door de vennootschap, wordt niet als winst aangemerkt binnen de grenzen en onder de hierna gestelde voorwaarden. Onverminderd het maximale bedrag van de vrijstelling bedoeld in paragraaf 3, wordt per belastbaar tijdperk de wederopbouwreserve aangelegd ten belope van een bedrag beperkt tot de belastbare gereserveerde winst van het belastbaar tijdperk vastgesteld vóór de samenstelling van de vrijgestelde reserve bedoeld in dit artikel. § 2. Deze regeling is niet van toepassing voor volgende vennootschappen: 1° beleggingsvennootschappen bedoeld in de artikelen 15 en 271/10 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, de beleggingsvennootschappen bedoeld in de artikelen 190, 195, 285, 288 en 298 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, de gereglementeerde vastgoedvennootschappen, de Europese langetermijnbeleggingsinstellingen, alsmede de organismen voor de financiering van pensioenen bedoeld in artikel 8 van de wet van 27 oktober 2006 betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening; 2° de coöperatieve participatievennootschappen, in toepassing van de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal van de vennootschappen en tot instelling van een winstpremie voor de werknemers; 3° de zeescheepvaartvennootschappen die aan belasting worden onderworpen met inachtneming van de artikelen 115 tot 120 of van artikel 124 van de programmawet van 2 augustus 2002; 4° de vennootschappen, die in de periode van 12 maart 2020 tot aan de dag van de indiening van de aangifte die verbonden is aan aanslagjaar waarin de wederopbouwreserve wordt aangelegd, een inkoop van eigen aandelen, een toekenning of uitkering van dividenden als bedoeld in artikel 18, met inbegrip van de uitkering van liquidatiereserves als bedoeld in de artikelen 184quater en 541, of een kapitaalvermindering met inbegrip van de kapitaalvermindering als bedoeld in artikel 537, of elke andere vermindering of verdeling van het eigen vermogen hebben verricht; 5° vennootschappen die op 18 maart 2020 konden worden aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden. § 3. De in de eerste paragraaf bedoelde vrijstelling wordt verleend ten belope van een maximumbedrag, inclusief de overeenkomstig paragraaf 5 reeds belaste bedragen van de wederopbouwreserve, gelijk aan het bedrag van de bedrijfsverliezen van het boekjaar, vastgesteld overeenkomstig de wetgeving betreffende de boekhouding en de jaarrekening op de afsluitdatum van het boekjaar in 2020, met een maximum van 20 miljoen euro. In afwijking van het eerste lid mogen de vennootschappen die hun boekjaar afsluiten tijdens de periode van 1 januari 2020 tot 31 juli 2020 ervoor kiezen dat het maximale bedrag van de vrijstelling als bedoeld in het eerste lid beperkt wordt tot het bedrag van de bedrijfsverliezen, bepaald in overeenstemming met de wetgeving inzake boekhouding en jaarrekening voor het boekjaar dat afsluit in 2021, met een maximum van 20 miljoen euro. Deze keuze wordt gemaakt wanneer de reserve voor het eerst wordt aangelegd en is onherroepelijk. § 4. De wederopbouwreserve wordt alleen vrijgesteld in zoverre: 1° zij op één of meer afzonderlijke rekeningen van het passief geboekt is en blijft en niet tot grondslag dient voor de berekening van de jaarlijkse dotatie aan de wettelijke reserve of van enige beloning of toekenning; en; 2° de vennootschap te rekenen vanaf 12 maart 2020 tot de laatste dag van het belastbaar tijdperk waarin de wederopbouwreserve wordt genoten geen rechtstreekse deelneming had in een vennootschap gevestigd in een Staat die is opgenomen in één van de lijsten bedoeld in artikel 307, § 1/2, of in een staat die is opgenomen in de lijst bedoeld in artikel 179, KB/WIB 92, en geen betalingen heeft gedaan aan dergelijke vennootschappen voor een totaalbedrag van ten minste 100.000 euro voor het belastbare tijdperk, tenzij is aangetoond dat deze betalingen zijn verricht in het kader van werkelijke en oprechte verrichtingen als gevolg van rechtmatige financiële of economische behoeften. § 5. De bedragen die aangelegd werden als wederopbouwreserve, worden geheel of gedeeltelijk aangemerkt als winst van het belastbare tijdperk indien de vennootschap in dat belastbare tijdperk: 1° een inkoop van eigen aandelen verricht, ten belope van de waarde van de inkoop; 2° dividenden toekent of uitkeert als bedoeld in artikel 18 met inbegrip van de uitkering van liquidatiereserves als bedoeld in de artikelen 184quater en 541, ten belope van het bedrag van het dividend; 3° een kapitaalvermindering, met inbegrip van de kapitaalvermindering als bedoeld in artikel 537, of elke andere vermindering of verdeling van het eigen vermogen verricht, ten belope van het bedrag van de kapitaalvermindering of verdeling; 4° in haar resultatenrekening onder de post "620 Bezoldigingen en rechtstreekse sociale voordelen" een bedrag opneemt onder een drempel van 85 % van het bedrag dat voor deze zelfde post is vastgesteld op de afsluitdatum van het boekjaar dat is geëindigd in 2019 als voor het eerst tijdens het belastbare tijdperk aan deze voorwaarde wordt voldaan, of onder deze zelfde post een bedrag opneemt onder de drempel die voorheen de laagste was als aan dezelfde voorwaarde is voldaan in een vorig belastbaar tijdperk, ten belope van het verschil tussen: a) enerzijds het bedrag van de eerder genoemde drempel van 85 % respectievelijk het bedrag van de voorheen laagste drempel, en; b) anderzijds het bovengenoemde bedrag van de post "620 Bezoldigingen en rechtstreekse sociale voordelen" voor het belastbare tijdperk dat respectievelijk onder de bovengenoemde drempel van 85 % ligt, of dat onder de voorheen laagste drempel ligt. Het belastbare bedrag bedoeld in deze paragraaf, gecumuleerd voor de verschillende belastbare tijdperken, gaat slechts tot het bedrag van de vrijgestelde wederopbouwreserve. § 6. In geval van vrijstelling van winst op grond van dit artikel is de belastingplichtige verplicht een formulier volgens het door de Koning vastgestelde model bij de aangifte inkomstenbelasting te voegen voor de aanslagjaren waarin de vrijstelling toegepast wordt.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.