WIB 92, Art. 194quater
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel regelt de vrijgestelde investeringsreserve van kleine vennootschappen. Het gaat om de investeringsreserve die is aangelegd bij het verstrijken van een belastbaar tijdperk "dat ten laatste afsluit op 30 december 2018", door vennootschappen die op grond van artikel 1:24, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen als kleine vennootschappen worden aangemerkt voor het aanslagjaar van dat tijdperk. Die reserve wordt vrijgesteld tot 50 % van het gereserveerde belastbare resultaat van het tijdperk, vóór aanleg van de reserve, na vermindering met vier posten: de op grond van artikel 192 vrijgestelde meerwaarden op aandelen, het gedeelte van de meerwaarde op in artikel 66 vermelde voertuigen dat krachtens artikel 24, derde lid, niet in aanmerking wordt genomen, de vermindering van het gestort kapitaal, en de vermeerdering van de vorderingen van de vennootschap op personen die aandelen van de vennootschap bezitten, op personen die een opdracht of functies als vermeld in artikel 32, eerste lid, 1°, uitoefenen, en op hun echtgenoot of kinderen wanneer die personen of hun echtgenoot het wettelijk genot van de inkomsten van die kinderen hebben. Het resultaat dat na die vermindering meetelt, is beperkt tot 37.500 euro per belastbaar tijdperk. De reserve wordt "slechts vrijgesteld indien en in zoverre" de belaste reserves vóór aanleg van de reserve op het einde van het tijdperk hoger zijn dan op het einde van het vorige tijdperk waarin laatst een investeringsreserve werd aangelegd, en voorzover voldaan is aan de voorwaarden van artikel 190. Een bedrag gelijk aan de reserve moet de vennootschap investeren in afschrijfbare materiële of immateriële vaste activa die recht kunnen geven op de investeringsaftrek, binnen een termijn van drie jaar vanaf de eerste dag van het tijdperk van aanleg, en ten laatste bij de ontbinding van de vennootschap. Vaste activa die als herbelegging meetellen op grond van artikel 47, zijn uitgesloten. Wordt niet tijdig of niet op die wijze geïnvesteerd, dan wordt de reserve winst van het tijdperk waarin de termijn verstreken is. Ook bij vervreemding van de investering binnen drie jaar wordt ze winst, naar verhouding tot de nog niet aangenomen afschrijvingen, behalve bij een schadegeval, een onteigening, een opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis. De vennootschap moet bij haar aangifte een opgave voegen volgens een model van de Minister van Financiën of zijn afgevaardigde.
Voor wie
Toepassingsgebied: vennootschapsbelasting. Het gaat om vennootschappen die op grond van artikel 1:24, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen als kleine vennootschappen worden aangemerkt, voor een investeringsreserve aangelegd bij het verstrijken van een belastbaar tijdperk dat ten laatste afsluit op 30 december 2018.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Symbolisch: noem R het gereserveerde belastbare resultaat van het tijdperk vóór aanleg van de investeringsreserve, en A de som van de vier verminderingsposten. Het resultaat dat meetelt is R − A, maar hoogstens 37.500 euro per belastbaar tijdperk. De vrijgestelde investeringsreserve bedraagt 50 % daarvan. Ze wordt bovendien slechts vrijgesteld indien en in zoverre de belaste reserves vóór aanleg van de reserve op het einde van het tijdperk hoger zijn dan op het einde van het vorige tijdperk waarin laatst een investeringsreserve werd aangelegd.
Veelgemaakte fouten
- De reserve aanleggen voor een tijdperk dat na 30 december 2018 afsluit. De wet beperkt ze tot een belastbaar tijdperk dat ten laatste op die datum afsluit.
- De 50 % berekenen op het volledige gereserveerde resultaat. De wet vermindert dat eerst met vier posten en beperkt het resultaat daarna tot 37.500 euro per belastbaar tijdperk.
- De voorwaarde over de stijging van de belaste reserves vergeten. De reserve wordt "slechts vrijgesteld indien en in zoverre" die reserves hoger zijn dan op het einde van het vorige tijdperk waarin laatst een investeringsreserve werd aangelegd.
- Investeren in activa die als herbelegging meetellen op grond van artikel 47. De wet sluit die uit als investering.
- De investering binnen drie jaar vervreemden zonder gevolgen. De reserve wordt dan winst naar verhouding tot de nog niet aangenomen afschrijvingen, behalve bij een schadegeval, een onteigening, een opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis.
- De opgave bij de aangifte weglaten. De wet vraagt ze voor het aanslagjaar van aanleg en de volgende aanslagjaren tot wanneer de investering moet zijn verricht.
Verwante bepalingen
- WIB92:192 — stelt onder voorwaarden meerwaarden op aandelen vrij; die vrijgestelde meerwaarden worden in mindering gebracht.
- WIB92:66 — gaat over de aftrekbaarheid van beroepskosten voor het gebruik van voertuigen bedoeld in artikel 65; dit artikel verwijst ernaar voor de meerwaarde op die voertuigen.
- WIB92:24 — omschrijft wat winst is; dit artikel verwijst ernaar voor het gedeelte van de meerwaarde op voertuigen dat niet in aanmerking wordt genomen.
- WIB92:32 — omschrijft bezoldigingen van bedrijfsleiders, onder meer van wie een opdracht als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of gelijksoortige functies uitoefent; dit artikel verwijst ernaar voor de vorderingen op die personen.
- WIB92:190 — maakt het meerwaardenstelsel van de personenbelasting ook op vennootschappen van toepassing, met voorwaarden voor het vrijgestelde gedeelte, zoals boeking op een afzonderlijke passiefrekening.
- WIB92:47 — regelt de gespreide belasting van meerwaarden bij herbelegging; vaste activa die daar als herbelegging meetellen, gelden hier niet als investering.
- WIB92:46 en WIB92:211 — gaan over inbreng van een bedrijfstak of van een algemeenheid van goederen en over fusie of splitsing; voor die gevallen bepaalt de Koning de investeringsmodaliteiten.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt niet zelf de investeringsmodaliteiten bij inbreng, fusie of splitsing; het laat die aan de Koning.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. De investeringsreserve die bij het verstrijken van een belastbaar tijdperk dat ten laatste afsluit op 30 december 2018 is aangelegd door vennootschappen die op grond van artikel 1:24, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, als kleine vennootschappen worden aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan dat belastbare tijdperk, wordt niet als winst aangemerkt binnen de grenzen en onder de hierna gestelde voorwaarden. § 2. Het bedrag van de investeringsreserve wordt vrijgesteld tot beloop van 50 % van het gereserveerde belastbare resultaat van het belastbaar tijdperk, vóór aanleg van de investeringsreserve, en verminderd met: 1° de krachtens artikel 192 vrijgestelde meerwaarden op aandelen; 2° het gedeelte van de meerwaarde op in artikel 66 vermelde voertuigen dat niet in aanmerking wordt genomen krachtens artikel 24, derde lid; 3° de vermindering van het gestort kapitaal, berekend als gewogen gemiddelde van het belastbaar tijdperk tegenover het vorig belastbaar tijdperk waarin laatst het voordeel van het aanleggen van een investeringsreserve werd genoten; 4° de vermeerdering van de vorderingen van de vennootschap, berekend zoals sub 3°, op de volgende natuurlijke personen: - personen die aandelen bezitten van de vennootschap; - personen die een opdracht of functies als vermeld in artikel 32, eerste lid, 1°, uitoefenen; - de echtgenoot ervan of hun kinderen, wanneer die personen of hun echtgenoot het wettelijk genot van de inkomsten van die kinderen hebben. Het gereserveerde belastbare resultaat welke, na vermindering, in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de investeringsreserve overeenkomstig het eerste lid, wordt beperkt tot 37.500 euro per belastbaar tijdperk. De aldus berekende investeringsreserve wordt slechts vrijgesteld indien en in zoverre de belaste reserves, vóór aanleg van de investeringsreserve, op het einde van het belastbaar tijdperk hoger zijn dan de belaste reserves op het einde van het vorig belastbaar tijdperk, waarin laatst het voordeel van het aanleggen van een investeringsreserve werd genoten. De investeringsreserve wordt slechts vrijgesteld voorzover voldaan is aan de voorwaarden als vermeld in artikel 190. § 3. Een bedrag gelijk aan de investeringsreserve moet door de vennootschap worden geïnvesteerd: a) in afschrijfbare materiële of immateriële vaste activa die recht kunnen geven op het voordeel van de investeringsaftrek; b) binnen een termijn van drie jaar die aanvangt op de eerste dag van het belastbare tijdperk waarvoor de investeringsreserve is aangelegd, en ten laatste bij de ontbinding van de vennootschap. De vaste activa die als herbelegging in aanmerking worden genomen krachtens artikel 47, worden voor de toepassing van het vorige lid uitgesloten als investering. § 4. Indien niet wordt geïnvesteerd op de wijze en binnen de termijn gesteld in § 3 wordt de voorheen vrijgestelde investeringsreserve aangemerkt als winst van het belastbare tijdperk waarin de investeringstermijn verstreken is. De voorheen vrijgestelde investeringsreserve wordt aangemerkt als winst van het belastbare tijdperk waarin de in § 3 in aanmerking genomen investering, wordt vervreemd, wanneer die investering op het ogenblik van de vervreemding minder dan drie jaar in de vennootschap is belegd, en zulks, naar verhouding tot de nog niet aangenomen afschrijvingen op die investering. Deze bepaling is niet van toepassing wanneer de vervreemding geschiedt naar aanleiding van een schadegeval, een onteigening, een opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis. § 5. Om het voordeel van de investeringsreserve te rechtvaardigen moet de vennootschap bij haar aangifte in de vennootschapsbelasting een opgave voegen waarvan het model door de Minister van Financiën of zijn afgevaardigde wordt vastgesteld, voor het aanslagjaar waarvoor de reserve wordt aangelegd en de erop volgende aanslagjaren tot wanneer de investering moet zijn verricht. § 6. De Koning bepaalt de investeringsmodaliteiten als vermeld in § 3, in geval van inbreng van een bedrijfstak of van een algemeenheid van goederen als vermeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, en ingeval van fusie of splitsing als vermeld in artikel 211, § 1. De Koning kan, bij een na overleg in de Ministerraad vastgesteld besluit, een bedrag vaststellen dat hoger is dan 37.500 euro.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.