Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 193quater

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel geeft een gedeeltelijke vrijstelling van gereserveerde winst aan vennootschappen die door het bevoegde gewest als inschakelingsbedrijf erkend zijn. De erkenning moet bestaan op het einde van het belastbare tijdperk, op grond van artikel 1, § 1, 2°, van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 over de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen. Vrijgesteld wordt de winst die in het vermogen van de vennootschap wordt gehouden en die verwezenlijkt is in een belastbaar tijdperk waarvoor zij als inschakelingsbedrijf erkend is. Winst die al in dit of een vorig belastbaar tijdperk vrijgesteld is op grond van artikel 193bis, § 1, eerste lid, komt niet in aanmerking. Het vrijgestelde bedrag is beperkt tot de loonkosten van de in België tewerkgestelde werknemers die tot de doelgroep van het koninklijk besluit behoren, met een minimum per in België tewerkgestelde personeelseenheid van die doelgroep; dat minimum wordt jaarlijks aan het indexcijfer van de consumptieprijzen aangepast met de coëfficiënt van artikel 178, § 3, eerste lid, 2°. Paragraaf 2 verbindt de vrijstelling aan voorwaarden: ze wordt "slechts verleend en behouden" indien, in de woorden van de wet, "1° de vrijgestelde winst op een afzonderlijke rekening van het passief van de balans geboekt is en blijft; 2° de vrijgestelde winst niet tot grondslag dient voor de berekening van de jaarlijkse dotatie aan de wettelijke reserve of van enige beloning of toekenning". Dezelfde voorwaarden gelden voor winst die vrijgesteld is op grond van artikel 67 van de wet van 26 maart 1999, zoals dat bestond voor het werd opgeheven door artikel 87 van de wet van 25 december 2017. Worden de voorwaarden in enig belastbaar tijdperk niet langer nageleefd, dan wordt de voorheen vrijgestelde winst, "indien en in zoverre" dat zo is, beschouwd als winst van dat tijdperk.

Voor wie

Toepassingsgebied: vennootschapsbelasting. Het gaat om vennootschappen die op het einde van het belastbare tijdperk door het bevoegde gewest als inschakelingsbedrijf erkend zijn op grond van artikel 1, § 1, 2°, van het koninklijk besluit van 3 mei 1999.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Bedrag jaarlijks geïndexeerd; zie het FOD-bericht.

Symbolisch: noem L de loonkosten van de in België tewerkgestelde doelgroepwerknemers, n het aantal in België tewerkgestelde personeelseenheden van de doelgroep en M het geïndexeerde minimumbedrag per personeelseenheid. De vrijstelling is dan beperkt tot L, maar die grens ligt niet lager dan n × M. Alleen gereserveerde winst tot die grens komt in aanmerking, en niet het gedeelte dat al op grond van artikel 193bis, § 1, eerste lid, vrijgesteld werd.

Veelgemaakte fouten

  • De vrijstelling toekennen omdat de vennootschap ooit erkend was. De wet vraagt een erkenning op het einde van het belastbare tijdperk, en de winst moet verwezenlijkt zijn in een tijdperk waarvoor de vennootschap erkend is.
  • Uitgekeerde winst vrijstellen. Het gaat om winst "die in het vermogen van de vennootschap wordt gehouden".
  • Winst die al op grond van artikel 193bis, § 1, eerste lid, vrijgesteld is, nog eens vrijstellen. De wet sluit dat gedeelte uit.
  • Het minimumbedrag uit de wettekst ongewijzigd gebruiken. De wet past het jaarlijks aan het indexcijfer van de consumptieprijzen aan.
  • De voorwaarden van paragraaf 2 uit het oog verliezen na het jaar van de vrijstelling. De vrijstelling wordt "verleend en behouden" onder die voorwaarden; worden ze in enig belastbaar tijdperk niet langer nageleefd, dan wordt de voorheen vrijgestelde winst, in zoverre dat zo is, beschouwd als winst van dat tijdperk.

Verwante bepalingen

  • WIB92:193bis — stelt bepaalde tewerkstellingspremies en beroepsoverstappremies van de bevoegde gewestelijke instellingen, en kapitaal- en interestsubsidies van de gewesten voor vaste activa, vrij ten name van de vennootschap; dit artikel sluit de al zo vrijgestelde winst uit.
  • WIB92:178 — regelt de jaarlijkse aanpassing van de in euro uitgedrukte bedragen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk, met onder meer de coëfficiënt waarnaar dit artikel verwijst.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel bepaalt niet zelf welke werknemers tot de doelgroep behoren; het verwijst daarvoor naar het koninklijk besluit van 3 mei 1999.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. Voor vennootschappen die op het einde van het belastbare tijdperk op grond van artikel 1, § 1, 2°, van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen, door het bevoegde gewest als inschakelingsbedrijf zijn erkend, wordt de winst die in het vermogen van de vennootschap wordt gehouden en die is verwezenlijkt in een belastbaar tijdperk waarvoor zij als inschakelingsbedrijf is erkend onder de hierna gestelde voorwaarden gedeeltelijk vrijgesteld. Het gedeelte van de in het eerste lid bedoelde winst dat reeds in dit of een vorig belastbaar tijdperk overeenkomstig artikel 193bis, § 1, eerste lid, is vrijgesteld, komt niet in aanmerking voor de in het eerste lid bedoelde vrijstelling. Het in het eerste en tweede lid bedoelde gereserveerde belastbare resultaat dat niet als winst wordt aangemerkt, wordt beperkt tot een bedrag gelijk aan de loonkosten van de in België tewerkgestelde werknemers die behoren tot de doelgroep zoals bepaald in artikel 1, § 2, derde lid, van het genoemde koninklijk besluit van 3 mei 1999, met een minimum van 15.320 euro (geïndexeerd bedrag) per in België tewergestelde personeelseenheid behorend tot deze doelgroep. Dit minimumbedrag wordt jaarlijks aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk aangepast aan de hand van de in artikel 178, § 3, eerste lid, 2°, bepaalde coëfficiënt. § 2. De in de eerste paragraaf bedoelde vrijstelling van de winst wordt slechts verleend en behouden indien: 1° de vrijgestelde winst op een afzonderlijke rekening van het passief van de balans geboekt is en blijft; 2° de vrijgestelde winst niet tot grondslag dient voor de berekening van de jaarlijkse dotatie aan de wettelijke reserve of van enige beloning of toekenning; De in het eerste lid vermelde voorwaarden zijn eveneens van toepassing op winst die overeenkomstig artikel 67 van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, zoals het bestond voor het is opgeheven door artikel 87 van de wet van 25 december 2017 houdende de hervorming van de vennootschapsbelasting, is vrijgesteld. Indien en in zoverre de in het eerste lid bedoelde voorwaarden in enig belastbaar tijdperk niet langer worden nageleefd, wordt de voorheen vrijgestelde winst beschouwd als winst van dat belastbare tijdperk.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.