WIB 92, Art. 192
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Artikel 192 stelt in de vennootschapsbelasting bepaalde meerwaarden op aandelen volledig vrij. Volgens § 1 gaat het om meerwaarden op aandelen die niet in artikel 45, § 1, eerste lid, 1°, bedoeld zijn, verwezenlijkt of vastgesteld bij de verdeling van het vermogen van een ontbonden vennootschap, in de mate dat de eventuele inkomsten van die aandelen in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202, §§ 1 en 2, en 203 van de winst te worden afgetrokken. Voor aandelen aangehouden overeenkomstig artikel 194 van de wet van 13 maart 2016 over verzekerings- of herverzekeringsondernemingen verwijst de wet naar artikel 202, § 1 en § 2, eerste lid, 2°, en 203. De vrijstelling geldt alleen voor zover het belastbare bedrag van de meerwaarden hoger is dan de vroeger op de overgedragen aandelen aangenomen waardeverminderingen, verminderd met de meerwaarden die overeenkomstig artikel 24, eerste lid, 3°, werden belast. § 2 regelt een vrijstelling bij verrichtingen als vermeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, met herbelegging als bedoeld in artikel 47; § 3 regelt aandelen van private privaks; § 4 regelt meerwaarden op aandelen van een buitenlandse vennootschap waarvan de winst in toepassing van artikel 185/2 al als niet-uitgekeerde winst werd belast. Niet behandeld: de regels in § 1 voor ondernemingen onder het koninklijk besluit van 23 september 1992 met een handelsportefeuille, en de waardering op 31 december 2011 die daarbij hoort.
Voor wie
Toepassingsgebied: vennootschapsbelasting. Het artikel gaat over vennootschappen die meerwaarden op aandelen verwezenlijken of vaststellen. Voor ondernemingen waarvoor het koninklijk besluit van 23 september 1992 op de jaarrekening van de kredietinstellingen, de beleggingsondernemingen en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging geldt, is de vrijstelling van het eerste lid niet van toepassing op de gerealiseerde verrichtingen op effecten van de handelsportefeuille.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Symbolisch, voor § 1, tweede lid: noem het belastbare bedrag van de meerwaarde M, de vroeger op de overgedragen aandelen aangenomen waardeverminderingen W, en de meerwaarden die overeenkomstig artikel 24, eerste lid, 3°, werden belast B. De vrijstelling geldt alleen voor zover M hoger is dan W − B; vrijgesteld is dus M − (W − B), als dat positief is, en het deel W − B valt niet onder de vrijstelling.
Veelgemaakte fouten
- Elke meerwaarde op aandelen vrijstellen. De vrijstelling van § 1 hangt af van de vraag of de eventuele inkomsten van die aandelen in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202, §§ 1 en 2, en 203 van de winst te worden afgetrokken.
- De vroegere waardeverminderingen vergeten. De vrijstelling geldt maar voor zover de meerwaarde hoger is dan die waardeverminderingen, verminderd met de meerwaarden die overeenkomstig artikel 24, eerste lid, 3°, werden belast.
- Bij aandelen verkregen in ruil na een verrichting vrijgesteld met toepassing van artikel 45, § 1, eerste lid, 2°, de volledige meerwaarde vrijstellen terwijl de inkomsten van de geruilde aandelen op het ogenblik van de ruil niet in aanmerking kwamen voor aftrek krachtens de artikelen 202, § 1, en 203. Het vrijgestelde bedrag is dan beperkt tot het verschil tussen de vervreemdingsprijs en de werkelijke waarde van de aandelen of delen op het ogenblik van de inbrengverrichting.
- Bij een belastingneutrale ruil de datum van de ruil als verkrijgingsdatum nemen. Voor de voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste een jaar in volle eigendom worden in ruil ontvangen aandelen na verrichtingen bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3, die naargelang het geval beantwoorden aan artikel 183bis, geacht te zijn verkregen op de datum waarop de geruilde aandelen zijn verkregen.
- Onder § 4 vrijstellen bij een verwerving of wijziging van de controle die niet beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften. Dan kan de vrijstelling van § 4 niet.
Verwante bepalingen
- WIB92:45 — haar laag 1 stelt meerwaarden op aandelen in binnenlandse of intra-Europese vennootschappen vrij in de gevallen die ze opsomt, onder meer naar aanleiding van een fusie of splitsing; artikel 192 verwijst naar haar § 1, eerste lid, 1° en 2°.
- WIB92:202 — haar laag 1 bepaalt welke inkomsten, onder meer dividenden, mede van de winst van het belastbare tijdperk worden afgetrokken.
- WIB92:203 — haar laag 1 somt gevallen op waarin de in artikel 202, § 1, 1° en 2°, vermelde inkomsten niet aftrekbaar zijn.
- WIB92:24 — haar laag 1 omschrijft uit welke inkomsten van nijverheids-, handels- of landbouwondernemingen winst bestaat; artikel 192 verwijst naar haar eerste lid, 3°.
- WIB92:46 — haar laag 1 gaat over stopzettingsmeerwaarden die volledig maar tijdelijk worden vrijgesteld.
- WIB92:47 — haar laag 1 gaat over meerwaarden op vaste activa bij herbelegging van een bedrag gelijk aan de verkregen schadevergoeding of de verkoopwaarde.
- WIB92:102 — haar laag 1 neemt de meerwaarden bedoeld in artikel 90, eerste lid, 9°, in aanmerking naar het positieve verschil tussen de ontvangen prijs of waarde en de aanschaffingswaarde.
- WIB92:183bis — haar laag 1 bepaalt dat de daar genoemde verrichtingen niet als hoofddoel of een der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking mogen hebben.
- WIB92:190 — haar laag 1 maakt het meerwaardenstelsel van de personenbelasting uit de daar genoemde artikelen ook van toepassing op vennootschappen.
- WIB92:231 — laag 1 van artikel 192 verwijst naar haar §§ 2 en 3, bij de belastingneutrale verrichtingen.
- WIB92:185/2 — laag 1 van artikel 192 verwijst ernaar; haar tekst zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel legt zelf niet vast wanneer de inkomsten van aandelen in aanmerking komen voor aftrek; daarvoor verwijst het naar de artikelen 202 en 203.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. De niet in artikel 45, § 1, eerste lid, 1°, bedoelde meerwaarden op aandelen verwezenlijkt, of vastgesteld bij de verdeling van het vermogen van een ontbonden vennootschap, zijn eveneens volledig vrijgesteld in de mate dat de eventuele inkomsten van deze aandelen in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202, §§ 1 en 2, en 203, van de winst te worden afgetrokken of, voor wat betreft de overeenkomstig artikel 194 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aangehouden aandelen, krachtens de artikelen 202, § 1 en § 2, eerste lid, 2°, en 203, van de winst te worden afgetrokken. De vrijstelling is slechts van toepassing in zover het belastbare bedrag van de meerwaarden hoger is dan het totaal van de vroeger op de overgedragen aandelen aangenomen waardeverminderingen, verminderd met het totaal van de meerwaarden die overeenkomstig artikel 24, eerste lid, 3°, werden belast. In afwijking van het eerste lid wordt voor de meerwaarden gerealiseerd op aandelen of delen verkregen in ruil ten gevolge van een verrichting die is vrijgesteld met toepassing van artikel 45, § 1, eerste lid, 2°, omdat op het ogenblik van de ruil de eventuele inkomsten van de geruilde aandelen niet in aanmerking kwamen om krachtens de artikelen 202, § 1, en 203 van de winst te worden afgetrokken, het met toepassing van dit artikel vrijgestelde bedrag beperkt tot het verschil tussen de vervreemdingsprijs en de werkelijke waarde van de aandelen of delen op het ogenblik van de inbrengverrichting. De vrijstelling bepaald in het eerste lid is niet van toepassing op de ondernemingen waarvoor het koninklijk besluit van 23 september 1992 op de jaarrekening van de kredietinstellingen, de beleggingsondernemingen en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, geldt, voor de gerealiseerde verrichtingen op de effecten die behoren tot de handelsportefeuille, zoals bedoeld in artikel 35ter, § 1, tweede lid, a, van hetzelfde besluit. Voor de ondernemingen bedoeld in het vorige lid wordt de interne overdracht van aandelen van of naar de handelsportefeuille beschouwd als een vervreemding. De uitgedrukte doch niet verwezenlijkte meerwaarden en de latente meerwaarden op deze aandelen worden beschouwd als winst van het belastbaar tijdperk tijdens hetwelk deze aandelen de handelsportefeuille verlaten. Daarentegen worden de uitgedrukte doch niet verwezenlijkte meerwaarden en de latente meerwaarden op aandelen beschouwd als vrijgestelde winst van het belastbaar tijdperk tijdens hetwelk deze aandelen deel beginnen uitmaken van de handelsportefeuille als de onderneming ze gedurende tenminste één jaar behouden heeft, of als belastbare winst als de onderneming ze gedurende minder dan een jaar behouden heeft. Voor de berekening van de meerwaarde die krachtens het vierde en het vijfde lid belastbaar is, zal de waarde van de aandelen bepaald op 31 december 2011 beschouwd worden als de aanschaffings- of beleggingswaarde verminderd met de voorheen aangenomen waardeverminderingen als de betreffende aandelen reeds in de boekhouding van de vennootschap zijn opgenomen op 31 december 2011. Voor de toepassing van het eerste lid, om vast te stellen of aan de voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste een jaar in volle eigendom is voldaan: 1° worden de in ruil ontvangen aandelen ten gevolge van belastingneutrale verrichtingen bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3, die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, geacht te zijn verkregen op de datum waarop de geruilde aandelen zijn verkregen; 2° wordt ingeval van een vereenvoudigde zusterfusie, die beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183bis: - het gedeelte van de waarde van de aandelen van de overnemende vennootschap dat, overeenkomstig artikel 102, tweede lid, voortkomt uit de aanschaffingswaarde van de aandelen van de overgenomen vennootschap, geacht te zijn verkregen op de datum waarop de aandelen van de overgenomen vennootschap zijn verkregen; - het gedeelte van de waarde van de aandelen van de overnemende vennootschap dat, overeenkomstig artikel 102, tweede lid, niet voortkomt uit de aanschaffingswaarde van de aandelen van de overgenomen vennootschap, geacht te zijn verkregen op de datum waarop de aandelen van de overnemende vennootschap zijn verkregen. Om vast te stellen of aan de in artikel 202, § 2, eerste lid, 2°, vermelde voorwaarde is voldaan in hoofde van de overnemende of verkrijgende vennootschap, worden de overgedragen aandelen ten gevolge van belastingneutrale verrichtingen bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3, die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, geacht te zijn verkregen op de datum waarop ze zijn verkregen door de inbrenger of de omgevormde, overgenomen of gesplitste vennootschap. § 2. Wanneer met betrekking tot verrichtingen als vermeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, de herbelegging als bedoeld in artikel 47 deel uitmaakt van de inbreng of, in voorkomend geval, wanneer de inbrengverkrijgende vennootschap zich onherroepelijk verbonden heeft die herbelegging te verwezenlijken, wordt het op het ogenblik van de verrichting voorlopig niet belaste gedeelte van de meerwaarde als vermeld in artikel 47, ten name van de vroegere belastingplichtige volledig vrijgesteld, onverminderd de toepassing betreffende die meerwaarde, van de bepalingen van artikel 190 ten name van de inbrengverkrijgende vennootschap. Het boekhoudkundig uitdrukken van die meerwaarde ten name van de inbrengverkrijgende vennootschap blijft zonder invloed op de vaststelling van het resultaat van het belastbaar tijdperk. § 3. Voor de toepassing van § 1, eerste lid, wordt de voorwaarde verbonden aan de eventuele inkomsten van aandelen van private privaks bedoeld in artikel 298 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, geacht vervuld te zijn wanneer deze het geheel van hun activa beleggen: 1° in aandelen waarvan de eventuele inkomsten in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202, § 1, en 203 integraal van de winst te worden afgetrokken; of 2° in aandelen van in artikel 298 van de wet van 19 april 2014 bedoelde private privaks; of 3° mits naleving van de regels bepaald in artikel 304, § 3, van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders en artikel 16 van het koninklijk besluit van 23 mei 2007 met betrekking tot de private privak. Voor de toepassing van deze paragraaf, worden beleggingsvennootschappen die in een lidstaat van de Europese Unie beantwoorden aan de kenmerken van een alternatieve instelling voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 298 van de wet van 19 april 2014, waarvan de effecten volgens de in die lidstaat overeenkomstige bepalingen met betrekking tot het openbaar beroep op het spaarwezen privaat worden aangehouden, gelijkgesteld met de private privaks bedoeld in artikel 298 van deze wet. § 4. De meerwaarden op aandelen verwezenlijkt, of vastgesteld bij de verdeling van het vermogen van een buitenlandse vennootschap waarvan de winst van die vennootschap of van een in een derde land gelegen inrichting van die vennootschap, in toepassing van artikel 185/2 in een vorig belastbaar tijdperk als niet uitgekeerde winst in hoofde van de belastingplichtige werd belast, kan in het geval deze meerwaarden op aandelen niet krachtens paragrafen 1 en 2 volledig werden vrijgesteld, alsnog worden vrijgesteld voor het bedrag van de winst van deze buitenlandse vennootschap dat in toepassing van artikel 185/2 in een vorig belastbaar tijdperk als niet uitgekeerde winst in hoofde van de binnenlandse vennootschap werd belast, en voor zover: - deze winst nog niet eerder was uitgekeerd; - nog bestond op een rekening van het passief op het tijdstip van de vervreemding van deze aandelen. Voor toepassing van deze paragraaf wordt de winst van de buitenlandse vennootschap of van de in een derde land gelegen inrichting van die vennootschap die overeenkomstig artikel 185/2 in hoofde van de binnenlandse vennootschap werd belast, geacht eerst te zijn uitgekeerd. De vrijstelling is slechts van toepassing in zover het belastbare bedrag van de meerwaarden hoger is dan het totaal van de vroeger op de overgedragen aandelen aangenomen waardeverminderingen, verminderd met het totaal van de meerwaarden die overeenkomstig artikel 24, eerste lid, 3°, werden belast. In geval van verwerving of van wijziging tijdens het huidige of in een voorgaand belastbaar tijdperk van de controle van de belastingplichtige die niet beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften, kunnen de meerwaarden niet krachtens deze paragraaf worden vrijgesteld. Voor de toepassing van dit lid wordt onder voorgaand belastbaar tijdperk elk belastbare tijdperk bedoeld sinds het belastbare tijdperk waarin de in deze paragraaf bedoelde winst van de buitenlandse vennootschap of van de in een derde land gelegen inrichting van die vennootschap overeenkomstig artikel 185/2 in hoofde van de binnenlandse vennootschap werd belast.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.