WIB 92, Art. 184
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Artikel 184 omschrijft het gestort kapitaal. Dat is het kapitaal voor zover het gevormd wordt door werkelijk gestorte inbrengen in geld of in natura, andere dan inbrengen in nijverheid, en voor zover het niet terugbetaald of verminderd is. Uitgiftepremies en andere bedragen waarop bij de uitgifte van aandelen of winstbewijzen door zulke inbrengen wordt ingeschreven, worden ermee gelijkgesteld, op voorwaarde dat ze op een of meer afzonderlijke rekeningen onder het eigen vermogen op het passief van de balans worden en blijven vermeld. Voor een inbreng van aandelen legt het artikel eigen regels vast (zie hieronder). Tot slot wordt het gestort kapitaal, en wat ermee gelijkgesteld is, voor de toepassing van de titel over de vennootschapsbelasting geacht niet verminderd te zijn met de terugbetalingen die overeenkomstig artikel 18, tweede tot vijfde lid, als dividenden op de belaste of de vrijgestelde reserves zijn aangerekend.
Voor wie
Toepassingsgebied: vennootschapsbelasting. Voor verenigingen, stichtingen, vennootschappen en andere instellingen met rechtspersoonlijkheid die een belangeloos doel nastreven, gelden de eerste twee leden alleen voor het deel van de inbrengen dat de inbrenger of zijn rechthebbenden wettelijk kunnen terugnemen.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Symbolisch: een vennootschap krijgt een werkelijk gestorte inbreng in geld G, een uitgiftepremie P die op een afzonderlijke rekening onder het eigen vermogen blijft staan, en een inbreng in nijverheid N. Het gestort kapitaal, met inbegrip van wat ermee gelijkgesteld is, bedraagt dan G + P; de inbreng in nijverheid N telt niet mee.
Veelgemaakte fouten
- Een inbreng in nijverheid als gestort kapitaal behandelen. De wet sluit inbrengen in nijverheid uitdrukkelijk uit.
- Een uitgiftepremie met gestort kapitaal gelijkstellen terwijl ze niet op een afzonderlijke rekening onder het eigen vermogen wordt en blijft vermeld. Die voorwaarde is een vereiste voor de gelijkstelling.
- Bij een inbreng van aandelen altijd de werkelijke waarde nemen. Zijn de meerwaarden vrijgesteld krachtens artikel 45, § 1, eerste lid, 2°, zonder onder de vrijstelling van artikel 192 te vallen, of vrijgesteld overeenkomstig artikel 96/2, eerste lid, 4°, of artikel 228, § 2, 9°, h, dan is het gestort kapitaal gelijk aan de aanschaffingswaarde van de ingebrachte aandelen bij de inbrenger, in voorkomend geval met toepassing van artikel 102, tweede lid. Bij gebrek daaraan wordt het gestort kapitaal geacht overeen te stemmen met de waarde van het gestort kapitaal dat de ingebrachte aandelen vertegenwoordigen; het overige van de inbreng geldt als een belaste reserve. Alleen in de andere gevallen stemt het gestort kapitaal overeen met de werkelijke waarde van de ingebrachte aandelen, in de mate dat de inbreng in aandelen wordt vergoed.
- Bij een instelling met een belangeloos doel alle inbrengen als gestort kapitaal zien. Alleen het deel dat wettelijk kan worden teruggenomen, telt.
- Het gestort kapitaal verminderen met terugbetalingen die overeenkomstig artikel 18 als dividenden op de reserves zijn aangerekend. Voor deze titel wordt het geacht daarmee niet verminderd te zijn.
Verwante bepalingen
- WIB92:18 — haar laag 1 rekent gehele of gedeeltelijke terugbetalingen van kapitaal tot de dividenden, met uitzondering van de terugbetalingen die overeenkomstig haar tweede lid geacht worden voort te komen uit het gestort kapitaal of uit de bedragen die ermee gelijkgesteld worden.
- WIB92:45 — haar laag 1 stelt meerwaarden op aandelen in binnenlandse of intra-Europese vennootschappen vrij in de gevallen die ze opsomt; artikel 184 verwijst naar haar § 1, eerste lid, 2°.
- WIB92:192 — haar laag 1 regelt een vrijstelling van meerwaarden op aandelen die niet in artikel 45, § 1, eerste lid, 1°, bedoeld zijn.
- WIB92:96/2 — laag 1 van artikel 184 verwijst ernaar; haar tekst zit niet in de gegevens.
- WIB92:228 — laag 1 van artikel 184 verwijst naar haar § 2, 9°, h; haar laag 1 regelt welke in België behaalde of verkregen inkomsten aan de belasting zijn onderworpen.
- WIB92:102 — laag 1 van artikel 184 verwijst naar haar tweede lid; haar laag 1 neemt de meerwaarden bedoeld in artikel 90, eerste lid, 9°, in aanmerking naar het positieve verschil tussen de ontvangen prijs of waarde en de aanschaffingswaarde, en omschrijft wat onder aanschaffingswaarde wordt begrepen.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel zegt niet hoe een terugbetaling van gestort kapitaal zelf belast wordt.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
Het gestort kapitaal is het kapitaal voor zover dat gevormd wordt door werkelijk gestorte inbrengen in geld of in natura, andere dan inbrengen in nijverheid, en in zoverre er geen terugbetaling of vermindering heeft plaatsgevonden. In zoverre zij niet in het eerste lid zijn bedoeld, worden uitgiftepremies en andere bedragen waarop wordt ingeschreven door werkelijk gestorte inbrengen in geld of in natura, andere dan inbrengen in nijverheid, ter gelegenheid van de uitgifte van aandelen of winstbewijzen, gelijkgesteld met het gestort kapitaal op voorwaarde dat ze op een of meer afzonderlijke rekeningen onder het eigen vermogen op het passief van de balans worden en blijven vermeld. In verenigingen, stichtingen, vennootschappen en andere instellingen die rechtspersoonlijkheid bezitten en die een belangeloos doel nastreven zijn de eerste twee leden alleen van toepassing op het gedeelte van de inbrengen die door de inbrenger of zijn rechthebbenden wettelijk kunnen worden teruggenomen. In geval van een inbreng van aandelen waarvoor de meerwaarden ofwel zijn vrijgesteld krachtens artikel 45, § 1, eerste lid, 2°, en niet vallen onder de vrijstelling van meerwaarden op aandelen bepaald in artikel 192, ofwel zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 96/2, eerste lid, 4°, of artikel 228, § 2, 9°, h, is het gestort kapitaal naar aanleiding van ruil van nieuwe aandelen uitgegeven door de inbrengverkrijgende vennootschap gelijk aan de aanschaffingswaarde in voorkomend geval met toepassing van artikel 102, tweede lid, van de ingebrachte aandelen in hoofde van de inbrenger. Bij gebrek hieraan, wordt het gestort kapitaal geacht overeen te stemmen met de waarde van het gestort kapitaal dat door de ingebrachte aandelen wordt vertegenwoordigd, in het totaal gestort kapitaal van de vennootschap waarvan ze de vertegenwoordiging zijn. Voor het overige wordt deze inbreng als een belaste reserve aangemerkt. In de andere gevallen dan het in het vorige lid bedoelde geval, wordt het gestort kapitaal geacht overeen te stemmen met de werkelijke waarde van de ingebrachte aandelen in de mate dat de inbreng wordt vergoed in aandelen. Voor de toepassing van deze titel, wordt het bedrag van het in het eerste lid bedoelde gestort kapitaal en de bedragen die overeenkomstig het tweede lid met gestort kapitaal worden gelijkgesteld, geacht niet verminderd te zijn ten belope van de terugbetalingen die overeenkomstig artikel 18, tweede tot vijfde lid, als dividenden op de belaste reserves of op de vrijgestelde reserves zijn aangerekend.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.