Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 178/1

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel bepaalt op welke belasting en in welke volgorde belastingverminderingen en kortingen worden aangerekend. Volgens § 1 worden de belastingverminderingen vermeld in de artikelen 145¹ tot 145¹⁶, 145²⁶, 145²⁷, 145³³, 145³⁵ en 154bis aangerekend op de "gereduceerde belasting Staat" met betrekking tot de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomsten, en op de belasting met betrekking tot bepaalde inkomsten uit roerende goederen, diverse inkomsten en meerwaarden op roerende waarden en titels wanneer die overeenkomstig artikel 130 worden belast. Wat daarop niet kan worden aangerekend, wordt aangerekend op de gewestelijke personenbelasting met betrekking tot de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomsten. Volgens § 2 worden de belastingverminderingen en kortingen aangerekend op de belasting met betrekking tot elke inkomenscategorie, in verhouding tot de belasting die op elk van die categorieën betrekking heeft, en geldt voor de belastingverminderingen een vaste volgorde. De opsomming in § 1 bevat in de gegevens een weglating "(...)"; wat daar stond, zit niet in de gegevens.

Voor wie

Het toepassingsgebied in de gegevens is de personenbelasting. In het wetboek staat de bepaling bij de berekening van de belasting, onder de aanrekening van de belastingverminderingen en de kortingen. Ze geldt voor belastingplichtigen aan wie belastingverminderingen of kortingen worden verleend.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Ze legt geen bedrag vast, maar een verdeling: de belastingverminderingen en kortingen worden aangerekend op de belasting met betrekking tot elke inkomenscategorie, in verhouding tot de belasting die op elk van die categorieën betrekking heeft.

Veelgemaakte fouten

  • De belastingverminderingen in willekeurige volgorde aanrekenen. § 2 schrijft voor: eerst de belastingverminderingen die niet in een belastingkrediet kunnen worden omgezet en geen aanleiding kunnen geven tot een latere belastingheffing; vervolgens die welke niet in een belastingkrediet kunnen worden omgezet maar wel aanleiding kunnen geven tot een latere belastingheffing; tenslotte die welke in een belastingkrediet kunnen worden omgezet. Binnen de eerste twee groepen geldt de volgorde waarin ze in het wetboek zijn opgenomen.
  • Een in § 1 vermelde belastingvermindering die niet op de daar vermelde belasting kan worden aangerekend, als verloren beschouwen. De wet rekent ze dan aan op de gewestelijke personenbelasting met betrekking tot de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomsten.
  • Een vermindering volledig op één inkomenscategorie aanrekenen. § 2 verdeelt ze in verhouding tot de belasting die op elke categorie betrekking heeft.

Verwante bepalingen

  • WIB92:145^1 — volgens zijn tekst wordt binnen de grenzen en onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 145² tot 145¹⁶ een belastingvermindering verleend die wordt berekend op bepaalde uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald, waaronder betalingen voor het pensioensparen.
  • WIB92:145^16 — volgens zijn tekst omschrijft het, voor de toepassing van het pensioensparen, wat wordt verstaan onder collectieve spaarrekening, individuele spaarrekening en spaarverzekering.
  • WIB92:130 — volgens zijn tekst wordt daar de basisbelasting per inkomensschijf bepaald, en wordt bij een gemeenschappelijke aanslag het belastingtarief toegepast op het belastbare inkomen van elke belastingplichtige.
  • WIB92:17 — laag 1 verwijst naar § 1, 1° tot 3° en 6° ervan. Volgens zijn tekst zijn dat, als opbrengsten van roerend vermogen, de dividenden, de interest, de niet in 5° vermelde inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen, en carried interest verkregen door een carried interest begunstigde.
  • WIB92:90 — laag 1 verwijst naar het eerste lid, 1°, 6° en 9° ervan. Volgens zijn tekst zijn diverse inkomsten onder meer loten van effecten van leningen, met uitzondering van de loten die van elke Belgische zakelijke en personele belasting of van elke belasting zijn vrijgesteld (6°), en bepaalde meerwaarden die buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid en in het kader van normale verrichtingen van het beheer van een privévermogen zijn verwezenlijkt (9°); onder 1° vallen winst of baten die buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid voortkomen uit enige prestatie, verrichting of speculatie of uit diensten bewezen aan derden.
  • KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel zegt niet welke belastingverminderingen in een belastingkrediet kunnen worden omgezet of aanleiding kunnen geven tot een latere belastingheffing.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. De belastingverminderingen als vermeld in de artikelen 145¹ tot 145¹⁶, (...) 145²⁶, 145²⁷, 145³³, 145³⁵, en 154bis, worden aangerekend op de gereduceerde belasting Staat met betrekking tot de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomsten en op de belasting met betrekking tot de in de artikelen 17, § 1, 1° tot 3° en 6° , en 90, eerste lid, 6° en 9°, vermelde inkomsten en de meerwaarden op roerende waarden en titels die belastbaar zijn op grond van artikel 90, eerste lid, 1°, wanneer deze overeenkomstig artikel 130 worden belast. De in het eerste lid vermelde belastingverminderingen die niet kunnen worden aangerekend op de aldaar vermelde belasting, worden aangerekend op de gewestelijke personenbelasting met betrekking tot de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomsten. § 2. De belastingverminderingen en kortingen worden aangerekend op de belasting met betrekking tot elke inkomenscategorie, in verhouding tot de belasting die op elk van die categorieën betrekking heeft. De belastingverminderingen worden aangerekend in de hierna vermelde volgorde: 1° eerst worden de belastingverminderingen aangerekend die niet in een belastingkrediet kunnen worden omgezet en geen aanleiding kunnen geven tot een latere belastingheffing en dit in de volgorde waarin ze in dit Wetboek zijn opgenomen; 2° vervolgens worden de belastingverminderingen aangerekend die niet in een belastingkrediet kunnen worden omgezet maar wel aanleiding kunnen geven tot een latere belastingheffing en dit in de volgorde waarin ze in dit Wetboek zijn opgenomen; 3° tenslotte worden de belastingverminderingen aangerekend die in een belastingkrediet kunnen worden omgezet.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.