Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 168/1

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel regelt een vermeerdering van de belasting na de achterwaartse aftrek van beroepsverliezen bij toepassing van artikel 78, § 2. Wanneer de belastingplichtige voor die achterwaartse aftrek heeft geopteerd en ingevolge die aftrek het teveel aan belasting in toepassing van artikel 375/1 van rechtswege is ontheven, wordt de totale belasting van een bepaald belastbaar tijdperk vermeerderd (§ 1). Dat is het belastbare tijdperk waarvoor de alternatieve berekening uit § 2 voor het laatst wordt gemaakt. In die alternatieve berekeningen wordt de belasting telkens bepaald alsof de belastingplichtige niet voor de achterwaartse aftrek had geopteerd; de beroepsverliezen die effectief zijn afgetrokken van de beroepsinkomsten van de drie voorgaande belastbare tijdperken worden dan achtereenvolgens afgetrokken van de beroepsinkomsten van de volgende belastbare tijdperken overeenkomstig artikel 78, § 1. De vermeerdering is gelijk aan het positieve verschil tussen het brutosubsidie-equivalent van het voordeel van de ontheffing en het bedrag van de schade, verhoudingsgewijs beperkt tot de beschikbare steunintensiteit (§ 3). De Koning legt de nadere regels vast om dat brutosubsidie-equivalent en die vermeerdering te bepalen (§ 4).

Voor wie

Toepassingsgebied volgens het manifest: beide. In het wetboek staat de bepaling in de titel over de personenbelasting, bij de berekening van de belasting, onder de vermeerdering ingevolge de overschrijding van de maximale steunintensiteit ten gevolge van de achterwaartse aftrek van beroepsverliezen. Ze geldt voor de belastingplichtige die heeft geopteerd voor de achterwaartse aftrek van beroepsverliezen bij toepassing van artikel 78, § 2.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Symbolisch, volgens § 3: noem B het brutosubsidie-equivalent van het voordeel dat verbonden is met de overeenkomstig artikel 375/1 toegepaste ontheffing, en S het bedrag van de schade, verhoudingsgewijs beperkt tot de beschikbare steunintensiteit. Is B groter dan S, dan is de vermeerdering B − S, in hele centen; anders is er geen positief verschil. Het brutosubsidie-equivalent wordt berekend op basis van het verschil tussen de werkelijke berekeningen van de belasting en de alternatieve berekeningen uit § 2; de nadere regels legt de Koning vast.

Veelgemaakte fouten

  • De alternatieve berekening alleen maken voor het jaar van de schade. Volgens § 2 wordt ze gemaakt voor elk van de belastbare tijdperken vanaf het derde belastbare tijdperk voorafgaand aan het belastbare tijdperk waarin de schade definitief is vastgesteld, tot het belastbare tijdperk waarin ofwel het gecumuleerde bedrag van de in de alternatieve berekeningen afgetrokken beroepsverliezen gelijk is aan het bedrag dat in dezelfde belastbare tijdperken daadwerkelijk werd afgetrokken, ofwel de landbouwactiviteit wordt stopgezet.
  • De vermeerdering bij de belasting van het jaar van de schade voegen. § 1 vermeerdert de totale belasting van het belastbare tijdperk waarvoor de alternatieve berekening voor het laatst wordt gemaakt.
  • De maximale steunintensiteit ongewijzigd als beschikbare steunintensiteit gebruiken. Volgens § 3 wordt ze in voorkomend geval verminderd met de steunintensiteit van de gewestelijke steun die is verleend ter compensatie van de schade bedoeld in artikel 78, § 2, of artikel 206, § 4.

Verwante bepalingen

  • WIB92:78 — volgens zijn tekst worden vorige beroepsverliezen achtereenvolgens van de beroepsinkomsten van elk volgend belastbaar tijdperk afgetrokken (§ 1). In afwijking daarvan wordt op vraag van een belastingplichtige die aan de gestelde criteria voldoet, het gedeelte van de beroepsverliezen dat toe te schrijven is aan schade aan landbouwteelten die werd veroorzaakt door ongunstige weersomstandigheden, achtereenvolgens afgetrokken van de beroepsinkomsten van de drie belastbare tijdperken voorafgaand aan het belastbare tijdperk waarin die schade definitief is vastgesteld, te beginnen met het oudste (§ 2).
  • WIB92:375/1 — volgens zijn tekst verleent de adviseur-generaal van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen of de door hem gedelegeerde ambtenaar van rechtswege ontheffing van het teveel aan gevestigde belasting ingevolge de achterwaartse aftrek van beroepsverliezen bij toepassing van artikel 78, § 2, of artikel 206, § 4.
  • WIB92:206 — laag 1 verwijst naar § 4 ervan. Volgens zijn tekst wordt daar, op vraag van de belastingplichtige die voldoet aan de criteria bedoeld in artikel 78, § 2, het gedeelte van de beroepsverliezen dat toe te schrijven is aan schade aan landbouwteelten veroorzaakt door ongunstige weersomstandigheden, achtereenvolgens afgetrokken van de beroepsinkomsten van de drie belastbare tijdperken voorafgaand aan het belastbare tijdperk waarin die schade definitief is vastgesteld.
  • KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel legt zelf niet de nadere regels vast om het brutosubsidie-equivalent en het bedrag van de vermeerdering te bepalen; dat doet de Koning.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. Wanneer de belastingplichtige heeft geopteerd voor de achterwaartse aftrek van beroepsverliezen bij toepassing van artikel 78, § 2 en ingevolge deze aftrek het teveel aan belasting in toepassing van artikel 375/1 van rechtswege is ontheven, wordt de totale belasting van het belastbare tijdperk waarvoor de in paragraaf 2 omschreven alternatieve berekening overeenkomstig het tweede lid van diezelfde paragraaf voor het laatst wordt gemaakt, vermeerderd met het overeenkomstig paragraaf 3 bepaalde bedrag. § 2. Wanneer de belastingplichtige heeft geopteerd voor de achterwaartse aftrek van beroepsverliezen bij toepassing van artikel 78, § 2, worden alternatieve berekeningen gemaakt van de door de belastingplichtige verschuldigde belasting waarbij die belasting telkens wordt bepaald alsof de belastingplichtige niet zou hebben geopteerd voor de achterwaartse aftrek van verliezen, waarbij de beroepsverliezen die effectief zijn afgetrokken van de beroepsinkomsten van de drie voorgaande belastbare tijdperken achtereenvolgens worden afgetrokken van de beroepsinkomsten van de volgende belastbare tijdperken overeenkomstig artikel 78, § 1. De alternatieve berekening wordt gemaakt voor elk van de belastbare tijdperken vanaf het derde belastbare tijdperk voorafgaand aan het belastbare tijdperk waarin de in artikel 78, § 2, bedoelde schade definitief is vastgesteld tot het belastbare tijdperk waarin ofwel: - het gecumuleerde bedrag van de beroepsverliezen die in de alternatieve berekeningen overeenkomstig artikel 78, worden afgetrokken gelijk is aan het bedrag aan beroepsverliezen dat in dezelfde belastbare tijdperken in toepassing van artikel 78 daadwerkelijk van de beroepsinkomsten werd afgetrokken; - de landbouwactiviteit wordt stopgezet. § 3. De vermeerdering is gelijk aan het positieve verschil tussen: - het brutosubsidie-equivalent van het voordeel dat verbonden is met de overeenkomstig artikel 375/1 toegepaste ontheffing ingevolge de achterwaartse aftrek van beroepsverliezen, berekend op basis van het verschil tussen de werkelijke berekeningen van de belasting en de overeenkomstig paragraaf 2 uitgevoerde alternatieve berekeningen van de belasting, en - het bedrag van de schade, verhoudingsgewijs beperkt tot de beschikbare steunintensiteit. Voor de toepassing van het eerste lid moet onder de beschikbare steunintensiteit, de maximale steunintensiteit worden begrepen zoals omschreven in artikel 25 van de verordening (EU) 702/2014, van de Commissie van 25 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bossector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard, in voorkomend geval verminderd met de steunintensiteit van de gewestelijke steun die is verleend ter compensatie van de in artikelen 78, § 2, of 206, § 4, bedoelde schade. § 4. De Koning legt de nadere regels vast om het in paragraaf 3 bedoelde brutosubsidie-equivalent van het voordeel dat verbonden is met de overeenkomstig artikel 375/1 toegepaste ontheffing ingevolge de achterwaartse aftrek van beroepsverliezen en het in paragraaf 3 bedoelde bedrag van de vermeerdering te bepalen. Dit brutosubsidie-equivalent en deze vermeerdering worden bepaald met toepassing van de relevante bepalingen van voormelde verordening (EU) 702/2014 en andere relevante Europeesrechtelijke bepalingen.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.