Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

WIB 92, Art. 159

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Artikel 159 bepaalt hoe de vermeerdering bij ontbrekende of ontoereikende voorafbetalingen wordt berekend. De vermeerdering is gelijk aan het positieve verschil tussen twee bedragen. Het eerste is het belastingbedrag waarop de vermeerdering wordt berekend, vermenigvuldigd met 2,25 maal de basisrentevoet. Het tweede is de som van de voorafbetalingen, elk vermenigvuldigd met 3 maal, 2,5 maal, 2 maal of 1,5 maal de basisrentevoet, naargelang ze uiterlijk zijn gedaan op 10 april, 10 juli, 10 oktober of 20 december van het jaar vóór het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd. Hoe vroeger een voorafbetaling, hoe groter het bedrag dat ze van de vermeerdering afhoudt. Is het verschil niet positief, dan is er volgens deze formule geen vermeerdering.

Voor wie

Het toepassingsgebied in de gegevens is "beide": de personenbelasting en de vennootschapsbelasting. In het wetboek staat de bepaling in de titel over de personenbelasting, bij de berekening van de belasting, in de onderafdeling over de vermeerdering ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen zijn gedaan.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

De wettekst noemt de hoogte van de basisrentevoet niet, en de gegevens bevatten geen eurobedrag; daarom een symbolisch voorbeeld. Noem de basisrentevoet r, het belastingbedrag waarop de vermeerdering wordt berekend B, en de voorafbetalingen V1 (uiterlijk 10 april), V2 (uiterlijk 10 juli), V3 (uiterlijk 10 oktober) en V4 (uiterlijk 20 december) van het jaar vóór het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd.

  • Eerste bedrag: B × 2,25 × r.
  • Tweede bedrag: (V1 × 3 × r) + (V2 × 2,5 × r) + (V3 × 2 × r) + (V4 × 1,5 × r).
  • Vermeerdering: het eerste bedrag min het tweede, als dat verschil positief is; anders nul. Het resultaat wordt in één keer afgerond op hele centen.

De gegevens bevatten daarnaast de volgende parameters. Ze staan er zonder eenheid, en de wettekst noemt ze niet.

| Parameter | Waarde | Geldig vanaf | Geverifieerd | |---|---|---|---| | Vermeerdering bij onvoldoende voorafbetaling | 9 | 2024-01-01 | ja | | Vermeerdering bij onvoldoende voorafbetaling | 6,75 | 2025-01-01 | ja | | Vermeerdering bij onvoldoende voorafbetaling | 6,75 | 2026-01-01 | ja | | Vermeerdering bij onvoldoende voorafbetaling | 6,75 | 2027-01-01 | nee |

| Uiterste datum voorafbetaling | Maand | Dag | Geldig vanaf | |---|---|---|---| | Kwartaal 1 | 4 | 10 | 2024-01-01 | | Kwartaal 2 | 7 | 10 | 2024-01-01 | | Kwartaal 3 | 10 | 10 | 2024-01-01 | | Kwartaal 4 | 12 | 20 | 2024-01-01 |

| Parameter | Kwartaal 1 | Kwartaal 2 | Kwartaal 3 | Kwartaal 4 | Geldig vanaf | Geverifieerd | |---|---|---|---|---|---|---| | Voorafbetaling personenbelasting (2025) | 9 | 7,5 | 6 | 4,5 | 2025-01-01 | ja | | Voorafbetaling personenbelasting (2026) | 9 | 7,5 | 6 | 4,5 | 2026-01-01 | ja | | Voorafbetaling personenbelasting (2027) | 9 | 7,5 | 6 | 4,5 | 2027-01-01 | nee | | Voorafbetaling vennootschap (2024) | 12 | 10 | 8 | 6 | 2024-01-01 | ja | | Voorafbetaling vennootschap (2025) | 9 | 7,5 | 6 | 4,5 | 2025-01-01 | ja | | Voorafbetaling vennootschap (2026) | 9 | 7,5 | 6 | 4,5 | 2026-01-01 | ja | | Voorafbetaling vennootschap (2027) | 9 | 7,5 | 6 | 4,5 | 2027-01-01 | nee |

Veelgemaakte fouten

  • Alle voorafbetalingen met dezelfde factor vermenigvuldigen. De wet gebruikt 3 maal, 2,5 maal, 2 maal of 1,5 maal de basisrentevoet, naargelang de datum waarop de voorafbetaling uiterlijk is gedaan.
  • De data koppelen aan het aanslagjaar zelf. De wet verwijst naar 10 april, 10 juli, 10 oktober en 20 december van het jaar vóór het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd.
  • Een negatief verschil als teruggave lezen. De wet spreekt enkel van het positieve verschil.
  • De factor 2,25 op iets anders toepassen dan het belastingbedrag waarop de vermeerdering wordt berekend.

Verwante bepalingen

  • KB-WIB92:200, KB-WIB92:201, KB-WIB92:202, KB-WIB92:203, WIB92:2, WIB92:65, WIB92:178, WIB92:359 en WIB92:360 — begrippen die in de gegevens bij deze bepaling horen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel bepaalt zelf niet hoeveel de basisrentevoet bedraagt.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

De vermeerdering is gelijk aan het positieve verschil tussen: 1° het belastingbedrag waarop de vermeerdering wordt berekend, vermenigvuldigd met 2,25 maal de basisrentevoet, en 2° de bedragen van de voorafbetalingen vermenigvuldigd met 3 maal, 2,5 maal, 2 maal en 1,5 maal de basisrentevoet, naargelang zij uiterlijk zijn gedaan op 10 april, 10 juli, 10 oktober en 20 december van het jaar vóór dat waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie aj2027; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.