Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

KB nr. 7 (btw), Art. 9

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

De betaling van de btw bij invoer wordt vastgesteld op het exemplaar van de aangifte ten verbruik dat voor de geadresseerde bestemd is, tenzij de belasting wordt voldaan op de wijze bedoeld in artikel 7, § 1, derde lid of § 2, van dit besluit. Voor iedere geadresseerde moet een afzonderlijke aangifte worden opgemaakt. Die aangifte vermeldt de naam, het adres en eventueel het btw-identificatienummer van de geadresseerde in België, en alle gegevens die nodig zijn om de belasting te heffen. Is de geadresseerde een btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek, dan vermeldt de aangifte in plaats daarvan de naam, het adres en het sub-btw-identificatienummer van artikel 50, § 1, eerste lid, 6°, of § 2, tweede lid, van het Wetboek van het lid dat de invoer verricht, samen met alle gegevens die nodig zijn voor de heffing. Gebeurt de invoer met vrijstelling of tegen een tarief dat lager is dan het hoogste tarief dat voor het goed verschuldigd kan zijn, dan moet de aangever in de aangifte de wettelijke, reglementaire of administratieve bepaling vermelden die de vrijstelling of het lagere tarief regelt.

Voor wie

Toepassingsgebied volgens het manifest: btw. De tekst richt zich tot wie de aangifte ten verbruik opmaakt voor een geadresseerde, met een eigen regel voor een geadresseerde die een btw-eenheid is, en tot de aangever bij een invoer met vrijstelling of tegen een lager tarief.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.

Veelgemaakte fouten

  • Eén aangifte opmaken voor meerdere geadresseerden. De wet bepaalt dat voor iedere geadresseerde "afzonderlijk" een aangifte moet worden opgemaakt.
  • Bij een btw-eenheid de gegevens van de eenheid vermelden. De aangifte vermeldt dan de naam, het adres en het sub-btw-identificatienummer van het lid dat de invoer verricht.
  • Bij een vrijstelling of een lager tarief de rechtsgrond weglaten. De aangever moet de wettelijke, reglementaire of administratieve bepaling vermelden die de vrijstelling of het lagere tarief regelt.
  • Denken dat de betaling altijd op het exemplaar voor de geadresseerde wordt vastgesteld. Dat geldt niet als de belasting wordt voldaan op de wijze bedoeld in artikel 7, § 1, derde lid of § 2, van dit besluit.

Verwante bepalingen

  • KB-BTW-7:7 — de bij invoer verschuldigde belasting wordt betaald door storting of overschrijving op de financiële rekening van het enig kantoor der douane en accijnzen, of door betaling in speciën of met gelijkgestelde betaalmiddelen op het aangeduide hulpkantoor; in de situaties van artikel 58sexies van het Wetboek wordt de toepassing van die bijzondere regeling vermeld met het elektronisch systeem voor de indiening van douaneaangiften, en in de situaties van artikel 5, § 3, moet de belasting worden opgenomen in de periodieke aangifte over het tijdvak waarin de invoer plaatsvond.
  • W-BTW:23, W-BTW:34, W-BTW:40 en W-BTW:52 — artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
  • W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
  • Laag 1 verwijst ook naar de artikelen 4 en 50 van het Wetboek; hun tekst zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel bepaalt niet welke gegevens precies "nodig zijn voor de heffing van de belasting".

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. De voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde wordt vastgesteld op het voor de geadresseerde bestemde exemplaar van de aangifte ten verbruik tenzij de belasting wordt voldaan op de wijze bedoeld in artikel 7, § 1, derde lid of § 2 . Voor iedere geadresseerde moet afzonderlijk een aangifte worden opgemaakt. Die aangifte vermeldt benevens de naam, het adres en eventueel het BTW-identificatienummer van de geadresseerde in België, ook alle gegevens welke nodig zijn voor de heffing van de belasting. Wanneer de geadresseerde een BTW-eenheid is in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek, moet die aangifte, in afwijking van het bepaalde in het vorige lid, de naam, het adres en het in artikel 50, § 1, eerste lid, 6°, of § 2, tweede lid, van het Wetboek bedoelde sub-BTW-identificatienummer van het betrokken lid dat de invoer verricht vermelden, alsook alle gegevens die nodig zijn voor de heffing van de belasting. § 2. Wanneer de invoer plaatsvindt met vrijstelling van de belasting of met voldoening van de belasting tegen een tarief dat lager is dan het hoogste dat voor het ingevoerde goed verschuldigd kan zijn, moet de aangever in de aangifte de wettelijke, reglementaire of administratieve bepaling vermelden waarbij de vrijstelling of de voldoening van de belasting tegen een lager tarief wordt geregeld.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 7, van 29 december 1992, met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2021-07-01; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.