KB nr. 7 (btw), Art. 5
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
De btw die bij invoer verschuldigd is, wordt betaald op het moment van de aangifte voor het verbruik, onder voorbehoud van artikel 58sexies van het Wetboek en van twee uitzonderingen in dit artikel. Ten eerste mag de betaling, in de gevallen en onder de voorwaarden die de Minister van Financiën bepaalt, worden uitgesteld tot een termijn van ten hoogste tien dagen na de aangifte verstrijkt. Ten tweede kan de Minister van Financiën of zijn gemachtigde een vergunning verlenen waardoor de btw bij invoer niet op het moment van de aangifte ten verbruik betaald wordt, maar als verschuldigde belasting in de periodieke aangifte wordt opgenomen. Die vergunning kan gaan naar belastingplichtigen die de periodieke aangifte van artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek indienen, met uitsluiting van de belastingplichtigen van artikel 55, § 3, tweede lid, van het Wetboek. Ze kan ook gaan naar personen die vooraf erkend zijn volgens artikel 55, § 3, tweede lid, van het Wetboek, voor de niet in België gevestigde belastingplichtigen die zij vertegenwoordigen; die belastingplichtigen hoeven de btw bij invoer dan niet te betalen bij de aangifte ten verbruik, mits ze wordt opgenomen in de periodieke aangifte die de vertegenwoordigers voor hun rekening indienen. Wie zo'n vergunning heeft, mag de btw bij invoer niet op de gewone wijze betalen, dus niet op het moment van de aangifte of met uitstel. De wet legt de voorwaarden, de schriftelijke aanvraag, de beslissingstermijn en de intrekking vast.
Voor wie
Toepassingsgebied volgens het manifest: btw. De betalingsregel geldt voor de btw die bij invoer verschuldigd is. De vergunning is bedoeld voor twee groepen: belastingplichtigen die de periodieke aangifte van artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek indienen, met uitsluiting van de belastingplichtigen van artikel 55, § 3, tweede lid, van het Wetboek; en de vooraf erkende personen van artikel 55, § 3, tweede lid, van het Wetboek, voor de niet in België gevestigde belastingplichtigen die zij vertegenwoordigen.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Ze bevat wel termijnen, voluit in woorden: uitstel van ten hoogste tien dagen vanaf de aangifte, een beslissing binnen één maand vanaf de aanvraag en een wachttijd van twaalf maanden na intrekking.
Veelgemaakte fouten
- Denken dat de vergunning een recht is. De wet zegt dat de vergunning "kan" worden verleend, en "alleen" als aan alle voorwaarden is voldaan.
- Voor de eerste groep niet alle voorwaarden samen nakijken. De vergunning vraagt dat voldaan is aan "alle hiernavolgende voorwaarden": een invoer hebben verricht of kunnen aantonen dat dat in de toekomst het geval zal zijn; alle periodieke aangiften ingediend hebben voor de handelingen sinds de vier kalenderkwartalen vóór de aanvraag en de daaruit blijkende belasting betaald hebben; en geen belastingschuld uit btw-overtredingen hebben die geheel of gedeeltelijk zeker, opeisbaar en vaststaand is.
- Voor de vooraf erkende personen dezelfde voorwaarden toepassen. Voor hen gelden eigen voorwaarden: alle periodieke aangiften ingediend hebben voor de handelingen van hun lastgevers sinds de vier kalenderkwartalen vóór de aanvraag en de daaruit blijkende belasting betaald hebben; en met hun lastgevers niet gehouden zijn tot betaling van een belastingschuld uit btw-overtredingen die geheel of gedeeltelijk zeker, opeisbaar en vaststaand is.
- De aanvraag mondeling doen. De vergunning "moet schriftelijk worden aangevraagd".
- Na een intrekking meteen opnieuw aanvragen. Een nieuwe vergunning kan pas worden aangevraagd na een periode van twaalf maanden die volgt op de maand waarin de beslissing tot intrekking ter kennis werd gebracht.
- Denken dat een intrekking alleen bij fraude kan. De vergunning kan worden ingetrokken als ze werd afgeleverd op grond van een onjuiste verklaring, of als de vergunninghouder niet meer voldoet aan de voorwaarden van artikel 53, § 1, eerste lid, 2° en 3°, van het Wetboek of van de besluiten die ter uitvoering ervan zijn genomen.
- Niet behandeld: de inhoud van het voorbehoud van artikel 58sexies van het Wetboek; de tekst daarvan zit niet in de gegevens.
Verwante bepalingen
- W-BTW:23, W-BTW:34, W-BTW:40 en W-BTW:52 — artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
- W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
- Laag 1 verwijst ook naar de artikelen 53, 55 en 58sexies van het Wetboek; hun tekst zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
De gevallen en voorwaarden voor het uitstel van betaling, en de formaliteiten, vorm en inhoud van de vergunning, staan niet in dit artikel; de Minister van Financiën of zijn gemachtigde bepaalt ze.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. De belasting verschuldigd bij invoer wordt betaald op het tijdstip van de aangifte voor het verbruik, onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 58sexies van het Wetboek en de paragrafen 2 en 3. § 2. In de door de Minister van Financiën te bepalen gevallen en onder de door hem te stellen voorwaarden, mag de voldoening worden uitgesteld tot bij het verstrijken van een termijn van ten hoogste tien dagen te rekenen vanaf de aangifte. § 3. Aan belastingplichtigen die de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde periodieke aangifte indienen, met uitsluiting van de belastingplichtigen bedoeld in artikel 55, § 3, tweede lid, van het Wetboek, kan door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde vergunning worden verleend om de uit hoofde van de invoer opeisbare belasting niet te voldoen op het tijdstip van de aangifte ten verbruik, mits die belasting als verschuldigde belasting wordt opgenomen in de bovenbedoelde periodieke aangifte. Aan de personen die overeenkomstig artikel 55, § 3, tweede lid, van het Wetboek, vooraf zijn erkend, kan door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde evenwel vergunning worden verleend waardoor de niet in België gevestigde belastingplichtigen die door eerstgenoemden worden vertegenwoordigd, de uit hoofde van de invoer opeisbare belasting niet moeten voldoen op het tijdstip van de aangifte ten verbruik, mits die belasting als verschuldigde belasting wordt opgenomen in de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte die bedoelde personen moeten indienen voor rekening van deze belastingplichtigen. De in het eerste en tweede lid bedoelde vergunninghouder mag de bij de invoer verschuldigde belasting niet voldoen volgens de wijze als voorzien in de paragrafen 1 en 2. § 4. De in paragraaf 3, eerste lid, bedoelde vergunning wordt alleen verleend als voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden : 1° de belastingplichtigen moeten een invoer hebben verricht of moeten kunnen aantonen dat in de toekomst het geval zal zijn; 2° zij hebben alle periodieke aangiften bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek ingediend met betrekking tot de handelingen die zij hebben verricht sinds de vier kalenderkwartalen die voorafgaan aan de vergunningaanvraag en hebben de belasting voldaan waarvan de opeisbaarheid blijkt uit die aangiften; 3° zij hebben geen belastingschuld voortvloeiend uit overtredingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde die een schuldvordering vormt in het voordeel van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde die geheel of gedeeltelijk zeker, opeisbaar en vaststaand is. De in paragraaf 3, tweede lid, bedoelde vergunning wordt alleen verleend als voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden : 1° de vooraf erkende personen hebben alle periodieke aangiften bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek ingediend met betrekking tot de handelingen die hun lastgevers hebben verricht sinds de vier kalenderkwartalen die voorafgaan aan de vergunningaanvraag en hebben de belasting voldaan waarvan de opeisbaarheid blijkt uit die aangiften; 2° zij zijn met hun lastgevers, in de zin van artikel 55, § 4, tweede lid, van het Wetboek, niet gehouden tot betaling van een belastingschuld voortvloeiend uit overtredingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde die een schuldvordering vormt in het voordeel van de administratie die geheel of gedeeltelijk zeker, opeisbaar en vaststaand is. § 5. De in paragraaf 3 bedoelde vergunning moet schriftelijk worden aangevraagd. Binnen een termijn van één maand te rekenen vanaf de datum van de aanvraag wordt de vergunning verleend indien de daartoe gestelde voorwaarden vervuld zijn of wordt de aanvraag verworpen bij een met redenen omklede beslissing. § 6. Door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde kan de in paragraaf 3 bedoelde vergunning worden ingetrokken indien zij werd afgeleverd op grond van een onjuiste verklaring of als de vergunninghouder niet meer voldoet aan de voorwaarden gesteld door artikel 53, § 1, eerste lid, 2° en 3°, van het Wetboek of de ter uitvoering ervan genomen besluiten. In geval van intrekking overeenkomstig het eerste lid, zal een nieuwe vergunning slechts kunnen worden aangevraagd na het verstrijken van een periode van twaalf maanden die volgt op de maand waarin de beslissing tot intrekking ter kennis werd gebracht. § 7. Door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde worden de toepassingsmodaliteiten van dit artikel bepaald. Hij bepaalt onder meer de formaliteiten die bij de aanvraag of de intrekking van de vergunning dienen te worden vervuld. Hij stelt bovendien de vorm en de inhoud vast van deze vergunning .
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 7, van 29 december 1992, met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2021-07-01; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.