Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

KB nr. 7 (btw), Art. 41

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel verleent gedeeltelijke vrijstelling van btw voor goederen die worden wederingevoerd na buiten de Gemeenschap een herstelling (met inbegrip van reviseren en afstellen) of een bewerking (met inbegrip van monteren en samenbouwen) te hebben ondergaan, voor goederen waarvan delen of onderdelen buiten de Gemeenschap werden uitgevoerd en worden wederingevoerd na aan die goederen te zijn aangebracht, en voor goederen die zijn vervaardigd door het verwerken van goederen die met dat doel buiten de Gemeenschap werden uitgevoerd. De vrijstelling heeft voorwaarden: de goederen moeten van België buiten de Gemeenschap worden uitgevoerd na in België onder de regeling van de vrijstelling te zijn geplaatst; ze moeten onderworpen geweest zijn aan de algemene belastingregels voor de Belgische binnenlandse markt en mogen uit hoofde van uitvoer niet in aanmerking zijn gekomen voor ontheffing; en de uitvoer en de wederinvoer moeten door dezelfde persoon zijn gedaan. De dienst van de maakloonwerker bedoeld in artikel 6, § 4, die als geadresseerde optreedt, aan zijn opdrachtgever moet worden aangemerkt als een werk dat materieel in België wordt verricht voor de toepassing van artikel 21bis, § 2, 6°, c), van het Wetboek, wanneer die opdrachtgever een persoon is bedoeld in artikel 21bis, § 1, van het Wetboek. Over welke grondslag de verschuldigde belasting wordt berekend, toont het rekenvoorbeeld. Gehele vrijstelling geldt wel voor goederen die worden wederingevoerd na uitsluitend een of meer dienstverrichtingen te hebben ondergaan die overeenkomstig artikel 21, § 2, van het Wetboek in de Gemeenschap plaatsvinden, of na een of meer van de genoemde handelingen die niet aan de belasting zouden zijn onderworpen als ze in België hadden plaatsgevonden. Door of vanwege de Minister van Financiën worden de modaliteiten en de formaliteiten bepaald.

Voor wie

Toepassingsgebied volgens het manifest: btw. De tekst geldt voor wie goederen buiten de Gemeenschap uitvoert en ze na een herstelling, bewerking, aanbrenging of verwerking wederinvoert, en voor de maakloonwerker die als geadresseerde optreedt.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage; het voorbeeld is daarom symbolisch. De wet bepaalt: "De verschuldigde belasting wordt berekend over de waarde van de in het buitenland geleverde goederen en van de diensten die niet in de Gemeenschap plaatsvinden overeenkomstig de artikelen 21, § 2 en 21bis, § 2, 6°, c), van het Wetboek, vermeerderd met de niet reeds in die waarde begrepen sommen, die volgens artikel 34, § 2, van het Wetboek in de maatstaf van heffing moeten worden opgenomen, en tegen het tarief dat van toepassing is voor de in België ingevoerde goederen."

  • Waarde van de in het buitenland geleverde goederen: G.
  • Waarde van de diensten die volgens die artikelen niet in de Gemeenschap plaatsvinden: D.
  • Niet reeds in die waarde begrepen sommen die in de maatstaf van heffing moeten worden opgenomen: S.
  • Maatstaf van heffing: G + D + S.
  • Verschuldigde belasting: (G + D + S) × het tarief voor de in België ingevoerde goederen, in hele centen en met één afronding op het eindbedrag.

Veelgemaakte fouten

  • Een andere grondslag nemen dan die van de wet. De grondslag is de waarde van de in het buitenland geleverde goederen en van de diensten die niet in de Gemeenschap plaatsvinden, vermeerderd met de sommen die de wet noemt.
  • Gedeeltelijke vrijstelling toepassen wanneer uitvoer en wederinvoer door verschillende personen zijn gedaan. De wet vraagt dat ze door dezelfde persoon zijn gedaan.
  • Goederen meenemen die bij de uitvoer ontheffing van de belasting kregen. Ze moeten onderworpen geweest zijn aan de algemene belastingregels voor de Belgische binnenlandse markt en mogen uit hoofde van uitvoer niet in aanmerking zijn gekomen voor ontheffing.
  • De plaatsing onder de regeling in België overslaan. De goederen moeten van België worden uitgevoerd na in België onder de regeling van de vrijstelling te zijn geplaatst.
  • Gedeeltelijke vrijstelling toepassen waar gehele vrijstelling geldt: na uitsluitend dienstverrichtingen die overeenkomstig artikel 21, § 2, van het Wetboek in de Gemeenschap plaatsvinden, of na handelingen die in België niet aan de belasting zouden zijn onderworpen.

Verwante bepalingen

  • KB-BTW-7:6 — laag 1 verwijst naar artikel 6, § 4, voor de maakloonwerker. Volgens de tekst van dat artikel mag de maakloonwerker, de huurder of de ontlener die goederen heeft uitgevoerd buiten de Gemeenschap om ze een herstelling, bewerking, verwerking of aanpassing te laten ondergaan, als geadresseerde optreden voor de toepassing van de vrijstelling bedoeld in artikel 40, § 1, 2°, b, van het Wetboek.
  • W-BTW:34 — laag 1 verwijst naar artikel 34, § 2, van het Wetboek voor de sommen die in de maatstaf van heffing moeten worden opgenomen; dit besluit voert het volgens de gegevens uit, maar de tekst ervan zit niet in de gegevens.
  • W-BTW:23, W-BTW:40 en W-BTW:52 — andere artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
  • W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
  • Laag 1 verwijst ook naar de artikelen 21 en 21bis van het Wetboek; hun tekst zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel bepaalt zelf niet welk tarief van toepassing is voor de in België ingevoerde goederen; het verwijst naar dat tarief zonder het te noemen.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. Gedeeltelijke vrijstelling van de belasting wordt verleend voor de invoer van de hierna vermelde goederen : 1° goederen die worden wederingevoerd na buiten de Gemeenschap een herstelling, daaronder begrepen het reviseren en het afstellen, te hebben ondergaan; 2° goederen die worden wederingevoerd na buiten de Gemeenschap een bewerking, daaronder begrepen het monteren en het samenbouwen, te hebben ondergaan; 3° goederen waarvan delen of onderdelen werden uitgevoerd buiten de Gemeenschap en worden wederingevoerd na aan die goederen te zijn aangebracht; 4° goederen die zijn vervaardigd door het verwerken van goederen die met dat doel werden uitgevoerd buiten de Gemeenschap. § 2. De vrijstelling wordt verleend onder de volgende voorwaarden : 1° de goederen moeten van België worden uitgevoerd buiten de Gemeenschap na in België onder de regeling van de vrijstelling te zijn geplaatst; 2° de goederen moeten onderworpen geweest zijn aan de algemene belastingregels voor de Belgische binnenlandse markt en uit hoofde van uitvoer niet in aanmerking zijn gekomen voor ontheffing van de belasting; 3° de uitvoer buiten de Gemeenschap en de wederinvoer van de goederen die één of meer van de in paragraaf 1 bedoelde behandelingen hebben ondergaan moeten door dezelfde persoon zijn gedaan; 4° de dienst die de in artikel 6, § 4, bedoelde maakloonwerker die als geadresseerde optreedt, aan zijn opdrachtgever verleent, moet worden aangemerkt als een werk dat materieel in België wordt verricht voor de toepassing van artikel 21bis, § 2, 6°, c), van het Wetboek wanneer die opdrachtgever een persoon is bedoeld in artikel 21bis, § 1, van het wetboek. § 3. De verschuldigde belasting wordt berekend over de waarde van de in het buitenland geleverde goederen en van de diensten die niet in de Gemeenschap plaatsvinden overeenkomstig de artikelen 21, § 2 en 21bis, § 2, 6°, c), van het Wetboek, vermeerderd met de niet reeds in die waarde begrepen sommen, die volgens artikel 34, § 2, van het Wetboek in de maatstaf van heffing moeten worden opgenomen, en tegen het tarief dat van toepassing is voor de in België ingevoerde goederen. § 4. Gehele vrijstelling van de belasting wordt verleend voor de goederen die worden wederingevoerd na : 1° uitsluitend één of meer dienstverrichtingen te hebben ondergaan en voor zover die handelingen overeenkomstig artikel 21, § 2, van het Wetboek in de Gemeenschap plaatsvinden; 2° één of meer in paragraaf 1 bedoelde handelingen te hebben ondergaan die niet aan de belasting zouden zijn onderworpen indien ze in België hadden plaatsgevonden. § 5. Door of vanwege de Minister van Financiën worden de modaliteiten en de formaliteiten bepaald voor de toepassing van de in dit artikel bedoelde vrijstelling.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 7, van 29 december 1992, met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2019-12-05; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.