KB nr. 7 (btw), Art. 40
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel verleent gehele vrijstelling van btw voor de wederinvoer van goederen die buiten de Gemeenschap werden uitgevoerd en waarvoor inzake invoerrecht een regeling van gehele vrijstelling bij wederinvoer is ingesteld door de Verordening (EU) nr. 952/2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie. Het artikelnummer van die verordening staat in de gegevens als "2 03" en is daar onduidelijk. De vrijstelling geldt met de beperkingen en onder de voorwaarden van de bepalingen die de vrijstelling inzake invoerrecht regelen, ook al gaat het om goederen die niet aan invoerrecht onderworpen zijn. Daarnaast moeten de wederingevoerde goederen eigendom gebleven zijn van wie er eigenaar van was bij de uitvoer, moeten ze onderworpen geweest zijn aan de algemene belastingregels voor de binnenlandse markt van een lidstaat, en mogen ze uit hoofde van uitvoer niet in aanmerking zijn gekomen voor ontheffing of teruggave van de btw. Door of vanwege de Minister van Financiën worden de modaliteiten en de formaliteiten voor deze vrijstelling bepaald.
Voor wie
Toepassingsgebied volgens het manifest: btw. De tekst geldt voor de wederinvoer van goederen die buiten de Gemeenschap werden uitgevoerd en waarvoor inzake invoerrecht een regeling van gehele vrijstelling bij wederinvoer bestaat.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.
Veelgemaakte fouten
- Ervan uitgaan dat goederen zonder invoerrecht buiten deze vrijstelling vallen. De vrijstelling wordt verleend "ook al gaat het om goederen die wegens hun aard of hun herkomst of om enige andere reden niet aan invoerrecht onderworpen zijn".
- De eigendomsvoorwaarde vergeten. De wederingevoerde goederen moeten eigendom gebleven zijn van degene die er eigenaar van was bij de uitvoer.
- Goederen vrijstellen waarvoor bij de uitvoer ontheffing of teruggave van de btw is verkregen. Ze mogen uit hoofde van uitvoer niet in aanmerking zijn gekomen voor ontheffing of teruggave van de belasting over de toegevoegde waarde.
- Alleen de btw-voorwaarden toetsen. De vrijstelling volgt ook de beperkingen en voorwaarden van de bepalingen tot regeling van de vrijstelling inzake het invoerrecht.
Verwante bepalingen
- W-BTW:23, W-BTW:34, W-BTW:40 en W-BTW:52 — artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
- W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
- Laag 1 verwijst ook naar de Verordening (EU) nr. 952/2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie; die tekst zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt zelf niet welke formaliteiten voor de vrijstelling gelden; het laat die over aan de Minister van Financiën.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. Gehele vrijstelling van de belasting wordt verleend voor de wederinvoer van goederen die werden uitgevoerd buiten de Gemeenschap en waarvoor inzake invoerrecht een regeling van gehele vrijstelling bij wederinvoer is ingesteld bij artikel 2 03 van de Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie. § 2. De vrijstelling wordt verleend met inachtneming van de beperkingen en onder de voorwaarden die zijn gesteld door de bepalingen tot regeling van de vrijstelling inzake het invoerrecht, ook al gaat het om goederen die wegens hun aard of hun herkomst of om enige andere reden niet aan invoerrecht onderworpen zijn. De wederingevoerde goederen moeten eigendom gebleven zijn van degene die er eigenaar van was bij de uitvoer. Ze moeten bovendien zijn onderworpen geweest aan de algemene belastingregels voor de binnenlandse markt van een Lid-Staat en uit hoofde van uitvoer niet in aanmerking zijn gekomen voor ontheffing of teruggave van de belasting over de toegevoegde waarde. § 3. Door of vanwege de Minister van Financiën worden de modaliteiten en de formaliteiten bepaald voor de toepassing van de in dit artikel bedoelde vrijstelling.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 7, van 29 december 1992, met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2025-01-03; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.