KB nr. 7 (btw), Art. 26
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
De wet verleent vrijstelling van btw voor de definitieve invoer van goederen die speciaal zijn ontworpen voor onderwijs aan, de tewerkstelling of de verbetering van de maatschappelijke positie van blinden en andere personen met een lichamelijke of geestelijke handicap. Voorwaarde is dat ze worden ingevoerd door instellingen of organisaties wier voornaamste activiteit het onderwijs aan of de begeleiding van personen met een handicap is en die door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde toestemming hebben verkregen om deze voorwerpen met vrijstelling in te voeren. De goederen moeten gratis en zonder enige commerciële bijbedoeling van de gever aan zo'n instelling of organisatie worden gezonden. De vrijstelling geldt ook voor specifieke reserveonderdelen, onderdelen of hulpstukken en voor gereedschap voor onderhoud, controle, ijking of herstelling, als ze tegelijk met de voorwerpen worden ingevoerd of, bij latere invoer, herkenbaar zijn als bestemd voor voorwerpen die eerder met vrijstelling zijn ingevoerd of die voor de vrijstelling in aanmerking kunnen komen. Verder bepaalt laag 1:
- de goederen mogen voor geen andere doeleinden worden aangewend dan voor de opvoeding en de tewerkstelling van blinden en andere personen met een handicap of voor de verbetering van hun maatschappelijke positie;
- de instellingen of organisaties mogen de goederen zonder winstoogmerk uitlenen, verhuren of overdragen aan de personen met een handicap voor wie ze zorgen, zonder betaling van de belasting bij invoer;
- uitlening, verhuring of overdracht onder andere voorwaarden mag niet plaatsvinden zonder voorafgaande kennisgeving aan de administratie; gaan de goederen naar een instelling of organisatie die zelf voor vrijstelling in aanmerking komt, dan blijft de vrijstelling van kracht voor zover die ze gebruikt voor doeleinden die recht geven op de vrijstelling; in de overige gevallen pas na voorafgaande betaling van de belasting;
- instellingen of organisaties die niet langer aan de voorwaarden voldoen, of die een voorwerp voor andere doeleinden willen gebruiken, moeten de administratie daarvan in kennis stellen; voorwerpen die bij hen blijven, en voorwerpen die voor andere doeleinden worden gebruikt, zijn onderworpen aan de belasting.
Voor wie
Toepassingsgebied volgens het manifest: btw. Laag 1 richt zich op instellingen of organisaties wier voornaamste activiteit het onderwijs aan of de begeleiding van personen met een handicap is en die de toestemming van de Minister van Financiën of zijn gemachtigde hebben.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Wordt de belasting toch verschuldigd, dan geldt volgens laag 1 het tarief dat van kracht is op de datum van de uitlening, verhuring of overdracht, op de datum waarop de voorwaarden niet langer worden vervuld, of op de datum waarop de voorwerpen voor een ander gebruik worden bestemd, telkens over de op diezelfde datum vastgestelde maatstaf van heffing. Het tarief zelf staat niet in de gegevens.
Veelgemaakte fouten
- Goederen vrijstellen die niet gratis of niet zonder commerciële bijbedoeling van de gever zijn gezonden.
- Later ingevoerde reserveonderdelen of gereedschap vrijstellen die niet herkenbaar zijn als bestemd voor de betrokken voorwerpen.
- Uitlenen, verhuren of overdragen met winstoogmerk, of aan anderen dan de personen voor wie de instelling of organisatie zorgt, zonder voorafgaande kennisgeving aan de administratie.
Verwante bepalingen
- W-BTW:23, W-BTW:34, W-BTW:40 en W-BTW:52 — artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
- W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Laag 1 zegt niet hoe de toestemming van de Minister van Financiën of zijn gemachtigde wordt verkregen.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. Vrijstelling van de belasting wordt verleend voor de definitieve invoer van goederen die speciaal zijn ontworpen voor onderwijs aan, de tewerkstelling of de verbetering van de maatschappelijke positie van blinden en andere personen met een lichamelijke of geestelijke handicap, wanneer zij worden ingevoerd door instellingen of organisaties wier voornaamste activiteit het onderwijs aan of de begeleiding van personen met een handicap is en die door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde toestemming hebben verkregen om deze voorwerpen met vrijstelling in te voeren. Die goederen moeten gratis en zonder enige commerciële bijbedoeling van de gever aan een dergelijke instelling of organisatie worden gezonden. § 2. De vrijstelling is van toepassing op specifieke reserveonderdelen, onderdelen of hulpstukken, bestemd voor de betrokken voorwerpen, alsmede op gereedschap voor het onderhoud, de controle, het ijken of het herstellen van die voorwerpen, voor zover deze reserveonderdelen, onderdelen of hulpstukken of gereedschap tegelijkertijd met deze voorwerpen worden ingevoerd, of, indien zij op een later tijdstip worden ingevoerd, herkenbaar zijn als bestemd voor voorwerpen die eerder met vrijstelling zijn ingevoerd of die voor de vrijstelling in aanmerking kunnen komen wanneer deze voor de bedoelde reserveonderdelen, onderdelen of specifieke hulpstukken en het bedoelde gereedschap wordt aangevraagd. § 3. De goederen waarvoor vrijstelling wordt verleend mogen voor geen andere doeleinden worden aangewend dan voor de opvoeding en de tewerkstelling van blinden en andere personen met een handicap of voor de verbetering van hun maatschappelijke positie. § 4. Goederen waarvoor vrijstelling is verleend mogen door de instellingen of organisaties die de vrijstelling genieten aan de in paragraaf 1 bedoelde personen waarvoor ze zorgen, zonder winstoogmerk worden uitgeleend, verhuurd of overgedragen, zonder betaling van de belasting bij invoer. § 5. Uitlening, verhuring of overdracht mag niet plaatsvinden onder andere voorwaarden dan die van paragraaf 4 zonder voorafgaande kennisgeving aan de administratie. Indien de goederen worden uitgeleend, verhuurd of overgedragen aan een instelling of organisatie die zelf voor vrijstelling in aanmerking komt, blijft de vrijstelling van kracht, voor zover deze instelling of organisatie het betrokken voorwerp gebruikt voor doeleinden welke recht geven op deze vrijstelling. In de overige gevallen mag het uitlenen, verhuren of overdragen pas plaatsvinden na de voorafgaande betaling van de belasting volgens het op de datum van de uitlening, verhuring of overdracht van kracht zijnde tarief en over de op diezelfde datum vastgestelde maatstaf van heffing. § 6. De in paragraaf 1 bedoelde instellingen of organisaties die niet langer voldoen aan de voorwaarden voor vrijstelling, of die een met vrijstelling ingevoerd voorwerp voor andere doeleinden willen gebruiken dan die bedoeld in voornoemde paragraaf, dienen de administratie daarvan in kennis te stellen. Voorwerpen die in het bezit blijven van de instellingen of organisaties die niet langer voldoen aan de voorwaarden om voor vrijstelling in aanmerking te komen, zijn onderworpen aan de toepassing van de belasting, tegen het tarief dat van kracht is op de datum waarop genoemde voorwaarden niet langer worden vervuld en over de op diezelfde datum vastgestelde maatstaf van heffing. Voorwerpen die door de instelling of organisatie die vrijstelling geniet worden gebruikt voor andere doeleinden dan bedoeld in paragraaf 3 zijn onderworpen aan de toepassing van de belasting, tegen het tarief dat van kracht is op de datum waarop zij voor een ander gebruik worden bestemd en over de op diezelfde datum vastgestelde maatstaf van heffing.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 7, van 29 december 1992, met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2015-07-24; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.