Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

KB nr. 7 (btw), Art. 25

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

De wet verleent vrijstelling van btw voor de definitieve invoer van drie groepen goederen voor liefdadige of filantropische doelen:

  • goederen die in primaire levensbehoeften voorzien, die gratis zijn verkregen en die worden ingevoerd door overheids- of andere instellingen met een liefdadig of filantropisch karakter die door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde zijn erkend, om gratis aan behoeftigen te worden uitgereikt. Laag 1 omschrijft die goederen als "goederen die absoluut noodzakelijk zijn om te voorzien in de onmiddellijke behoeften van personen, zoals levensmiddelen, geneesmiddelen, kleding en dekens";
  • goederen van ongeacht welke aard die een buiten de Gemeenschap gevestigde persoon of organisatie gratis en zonder enige commerciële bijbedoeling van de gever toezendt aan overheidsinstellingen of aan erkende instellingen met een liefdadig of filantropisch karakter, om financiële middelen in te zamelen tijdens incidentele liefdadigheidsevenementen ten bate van behoeftigen;
  • materieel, uitrusting en kantoorartikelen die een buiten de Gemeenschap gevestigde persoon of organisatie gratis en zonder enige commerciële bijbedoeling van de gever toezendt aan erkende instellingen met een liefdadig of filantropisch karakter, uitsluitend voor hun eigen werking en voor hun liefdadige of filantropische doel.

Uitgesloten zijn alcoholische producten, tabak en tabaksproducten, koffie en thee, en motorvoertuigen, behalve ziekenwagens. De vrijstelling wordt slechts verleend aan organisaties waarvan de boekhouding het de administratie mogelijk maakt de verrichtingen te controleren en die alle noodzakelijk geachte waarborgen bieden. Laag 1 regelt ook wat er gebeurt bij uitlenen, verhuren of overdragen en bij een ander gebruik:

  • de goederen mogen door de organisatie niet voor andere doeleinden dan die genoemd in paragraaf 1, 1° en 2°, worden uitgeleend, verhuurd of overgedragen, noch onder bezwarende titel noch om niet, zonder dat de administratie daarvan vooraf in kennis is gesteld;
  • gaan de goederen naar een instelling die zelf voor de vrijstelling in aanmerking komt, dan blijft de vrijstelling van kracht voor zover die instelling ze gebruikt voor doeleinden die recht geven op de vrijstelling; in de overige gevallen mag het uitlenen, verhuren of overdragen pas na voorafgaande betaling van de belasting;
  • organisaties die niet langer aan de voorwaarden voldoen, of die de goederen voor andere doeleinden willen gebruiken, moeten de administratie daarvan in kennis stellen;
  • goederen die in het bezit blijven van een organisatie die niet langer aan de voorwaarden voldoet, en goederen die voor andere doeleinden worden gebruikt, zijn onderworpen aan de belasting.

Voor wie

Toepassingsgebied volgens het manifest: btw. Laag 1 richt zich op overheidsinstellingen en op instellingen met een liefdadig of filantropisch karakter; welke instellingen erkend moeten zijn door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde, verschilt per groep goederen zoals hierboven.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Wordt de belasting toch verschuldigd, dan geldt volgens laag 1 het tarief dat van kracht is op de datum van het uitlenen, verhuren of overdragen, op de datum waarop aan de voorwaarden niet langer wordt voldaan, of op de datum waarop de goederen voor een ander gebruik worden bestemd, telkens over de op diezelfde datum vastgestelde maatstaf van heffing. Het tarief zelf staat niet in de gegevens.

Veelgemaakte fouten

  • Alcoholische producten, tabak, koffie, thee of motorvoertuigen onder de vrijstelling brengen; enkel ziekenwagens vormen een uitzondering op de uitsluiting van motorvoertuigen.
  • Goederen uitlenen, verhuren of overdragen zonder voorafgaande kennisgeving aan de administratie.
  • Bij de belasting na een ander gebruik rekenen met het tarief of de maatstaf van de oorspronkelijke invoer in plaats van die op de datum die laag 1 aanwijst.
  • De omschrijving "goederen die in primaire levensbehoeften voorzien" toepassen op de andere groepen; laag 1 geeft die omschrijving alleen voor de eerste groep.

Verwante bepalingen

  • W-BTW:23, W-BTW:34, W-BTW:40 en W-BTW:52 — artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
  • W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Laag 1 zegt niet welke waarborgen de administratie noodzakelijk acht.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. Vrijstelling van de belasting wordt verleend voor de definitieve invoer van : 1° goederen die in primaire levensbehoeften voorzien, die gratis zijn verkregen en die worden ingevoerd door overheids- of andere instellingen met een liefdadig of filantropisch karakter welke door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde zijn erkend, ten einde gratis aan behoeftigen te worden uitgereikt; 2° goederen van ongeacht welke aard die door een buiten de Gemeenschap gevestigde persoon of organisatie gratis en zonder enige commerciële bijbedoeling van de zijde van de gever, worden toegezonden aan overheids- of door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde erkende instellingen met een liefdadig of filantropisch karakter om financiële middelen in te zamelen tijdens incidentele liefdadigheidsevenementen ten bate van behoeftigen; 3° materieel, uitrusting en kantoorartikelen die door een buiten de Gemeenschap gevestigde persoon of organisatie gratis, en zonder enige commerciële bijbedoeling van de zijde van de gever, worden toegezonden aan de door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde erkende instellingen met een liefdadig of filantropisch karakter, ten einde uitsluitend te worden gebruikt voor hun eigen werking en voor de verwezenlijking van het door hen nagestreefde liefdadige of filantropische doel. § 2. In de zin van paragraaf 1, 1°, wordt verstaan onder "goederen die in primaire levensbehoeften voorzien", goederen die absoluut noodzakelijk zijn om te voorzien in de onmiddellijke behoeften van personen, zoals levensmiddelen, geneesmiddelen, kleding en dekens. § 3. Van de vrijstelling zijn uitgesloten : 1° alcoholische producten; 2° tabak en tabaksproducten; 3° koffie en thee; 4° motorvoertuigen, behalve ziekenwagens. § 4. De vrijstelling wordt slechts verleend aan organisaties waarvan de boekhouding het de administratie mogelijk maakt de verrichtingen te controleren en die alle noodzakelijk geachte waarborgen bieden. § 5. De in paragraaf 1 bedoelde goederen mogen door de organisatie die vrijstelling geniet niet voor andere doeleinden dan die genoemd in paragraaf 1, 1° en 2°, worden uitgeleend, verhuurd of overgedragen noch onder bezwarende titel noch om niet, zonder dat de administratie daarvan vooraf in kennis is gesteld. Indien de goederen worden uitgeleend, verhuurd of overgedragen aan een instelling die krachtens de paragrafen 1 en 4 voor vrijstelling in aanmerking komt, blijft de vrijstelling van kracht voor zover bedoelde instelling de betrokken goederen gebruikt voor doeleinden welke recht geven op deze vrijstelling. In de overige gevallen mag het uitlenen, verhuren of overdragen pas plaatsvinden na voorafgaande betaling van de belasting, tegen het op de datum van het uitlenen, verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief en over de op diezelfde datum vastgestelde maatstaf van heffing. § 6. De in paragraaf 1 bedoelde organisaties die niet langer voldoen aan de voorwaarden voor vrijstelling of die met vrijstelling ingevoerde goederen voor andere doeleinden willen gebruiken dan die bedoeld in genoemde paragraaf, dienen de administratie daarvan in kennis te stellen. De goederen die in het bezit blijven van organisaties die niet langer voldoen aan de voorwaarden voor vrijstelling zijn onderworpen aan de toepassing van de belasting, tegen het tarief dat van kracht is op de datum waarop aan de voorwaarden niet langer wordt voldaan en over de op diezelfde datum vastgestelde maatstaf van heffing. De goederen die door de organisatie die vrijstelling geniet worden gebruikt voor andere doeleinden dan die bedoeld in paragraaf 1 zijn onderworpen aan de toepassing van de belasting, tegen het tarief dat van kracht is op de datum waarop zij voor een ander gebruik worden bestemd en over de op diezelfde datum vastgestelde maatstaf van heffing.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 7, van 29 december 1992, met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2015-07-24; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.