KB nr. 7 (btw), Art. 19
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
De wet verleent vrijstelling van btw voor de definitieve invoer van kapitaalgoederen en andere uitrusting van bedrijven die hun activiteiten in een derde land of een derdelands gebied van herkomst definitief staken om een soortgelijke activiteit te komen uitoefenen in de Gemeenschap en die overeenkomstig artikel 213, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de activiteit wordt uitgeoefend vooraf opgave hebben gedaan van het begin van die activiteit. Is het overgebrachte bedrijf een landbouwbedrijf, dan geldt de vrijstelling ook voor het levende vee. Met "activiteit" bedoelt de tekst een economische activiteit in de zin van artikel 4, § 1, van het Wetboek; een "bedrijf" is "een zelfstandige economische productie-eenheid of dienstverlenende eenheid". De vrijstelling is beperkt tot kapitaalgoederen en andere uitrusting die in laag 1 aan vier kenmerken worden getoetst:
- behoudens in door de omstandigheden gerechtvaardigde bijzondere gevallen, daadwerkelijk in het bedrijf gebruikt gedurende ten minste twaalf maanden vóór het staken van de activiteiten in het derde land of derdelands gebied waarvandaan het bedrijf is overgebracht;
- bestemd om na de overbrenging voor dezelfde doeleinden te worden gebruikt;
- bestemd voor de uitoefening van een activiteit die niet is vrijgesteld op grond van de artikelen 132, 133, 135 en 136 van Richtlijn 2006/112/EG;
- in overeenstemming met de aard en de omvang van het betrokken bedrijf.
Behoudens door de omstandigheden gerechtvaardigde bijzondere gevallen geldt de vrijstelling slechts voor goederen die zijn ingevoerd vóór het verstrijken van een termijn van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum van het staken van de activiteiten in het derde land of derdelands gebied van herkomst.
Voor wie
Toepassingsgebied volgens het manifest: btw. Laag 1 richt zich op bedrijven die hun activiteiten in een derde land of een derdelands gebied van herkomst definitief staken om een soortgelijke activiteit te komen uitoefenen in de Gemeenschap. Uitgesloten zijn buiten de Gemeenschap gevestigde bedrijven waarvan de overbrenging "als oorzaak dan wel tot doel heeft een fusie met of een overname door een in de Gemeenschap gevestigd bedrijf zonder dat een nieuwe activiteit wordt ondernomen".
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat drempels, geen tarief om mee te rekenen. Voorbeeld met de termijn uit laag 1: staakt het bedrijf zijn activiteiten in het derde land op een datum D, dan geldt de vrijstelling — behoudens door de omstandigheden gerechtvaardigde bijzondere gevallen — slechts voor goederen die vóór het verstrijken van twaalf maanden vanaf D zijn ingevoerd.
Veelgemaakte fouten
- Alle meeverhuisde goederen als vrijgesteld behandelen. Laag 1 sluit uit: vervoermiddelen die niet het karakter bezitten van productiemiddelen of middelen in het kader van dienstverrichting; voorraden van ongeacht welke aard, bestemd voor menselijk verbruik of voor voeding van dieren; brandstoffen en voorraden grondstoffen, eindproducten of halffabricaten; vee dat in het bezit is van veekooplieden.
- De voorafgaande opgave van het begin van de activiteit bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat over het hoofd zien; laag 1 stelt die als voorwaarde.
- De twee termijnen van twaalf maanden (gebruik vóór het staken en invoer na het staken) door elkaar halen. Voor beide laat laag 1 een afwijking toe in door de omstandigheden gerechtvaardigde bijzondere gevallen.
- Een overbrenging die op een fusie of overname zonder nieuwe activiteit neerkomt, als vrijgesteld behandelen.
Verwante bepalingen
- W-BTW:23, W-BTW:34, W-BTW:40 en W-BTW:52 — artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
- W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
- Laag 1 verwijst ook naar artikel 4, § 1, van het Wetboek en naar Richtlijn 2006/112/EG; hun tekst zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Laag 1 zegt niet wanneer een geval "door de omstandigheden gerechtvaardigd" is.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. Onder voorbehoud van het bepaalde in de paragrafen 2 tot en met 6 wordt vrijstelling van de belasting verleend voor de definitieve invoer van kapitaalgoederen en andere uitrusting toebehorend aan bedrijven die hun activiteiten in een derde land of een derdelands gebied van herkomst definitief staken om een soortgelijke activiteit te komen uitoefenen in de Gemeenschap en die overeenkomstig artikel 213, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de activiteit wordt uitgeoefend vooraf opgave hebben gedaan van het begin van deze activiteit. Wanneer het overgebrachte bedrijf een landbouwbedrijf is, wordt ook voor het levende vee vrijstelling verleend. § 2. In de zin van paragraaf 1 wordt verstaan onder : 1° "activiteit", een in artikel 4, § 1, van het Wetboek bedoelde economische activiteit; 2° "bedrijf", een zelfstandige economische productie-eenheid of dienstverlenende eenheid. § 3. De vrijstelling is beperkt tot kapitaalgoederen en andere uitrusting die : 1° behoudens in door de omstandigheden gerechtvaardigde bijzondere gevallen, daadwerkelijk in het bedrijf zijn gebruikt gedurende ten minste twaalf maanden vóór het staken van de activiteiten van het bedrijf in het derde land of derdelands gebied waarvandaan het bedrijf is overgebracht; 2° bestemd zijn om na deze overbrenging voor dezelfde doeleinden te worden gebruikt; 3° bestemd zijn voor de uitoefening van een activiteit die niet is vrijgesteld op grond van de artikelen 132, 133, 135 en 136 van Richtlijn 2006/112/EG; 4° in overeenstemming zijn met de aard en de omvang van het betrokken bedrijf. § 4. Van de vrijstelling zijn uitgesloten buiten de Gemeenschap gevestigde bedrijven waarvan de overbrenging naar het grondgebied van de Gemeenschap als oorzaak dan wel tot doel heeft een fusie met of een overname door een in de Gemeenschap gevestigd bedrijf zonder dat een nieuwe activiteit wordt ondernomen. § 5. Van de vrijstelling zijn uitgesloten : 1° vervoermiddelen die niet het karakter bezitten van productiemiddelen of middelen in het kader van dienstverrichting; 2° voorraden van ongeacht welke aard, bestemd voor menselijk verbruik of voor voeding van dieren; 3° brandstoffen en voorraden grondstoffen, eindproducten of halffabricaten; 4° vee dat in het bezit is van veekooplieden. § 6. Behoudens door de omstandigheden gerechtvaardigde bijzondere gevallen, wordt de vrijstelling slechts verleend voor kapitaalgoederen en andere uitrusting die zijn ingevoerd vóór het verstrijken van een termijn van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum van het staken van de activiteiten van het bedrijf in het derde land of derdelands gebied van herkomst.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 7, van 29 december 1992, met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2015-07-24; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.