Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

KB nr. 7 (btw), Art. 16

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

De definitieve invoer van persoonlijke goederen die een natuurlijk persoon met zijn normale verblijfplaats in de Gemeenschap heeft verkregen door erfopvolging bij versterf of door erfopvolging bij testament, is vrijgesteld van btw. De vrijstelling geldt slechts voor persoonlijke goederen die ten laatste twee jaar na de datum waarop de goederen in het bezit gesteld zijn, definitief zijn ingevoerd ingevolge de definitieve regeling van de erfopvolging. De Minister van Financiën of zijn gemachtigde kan op grond van bijzondere omstandigheden die termijn verlengen, en de invoer mag binnen de termijn in gedeelten gebeuren. Het artikel geldt mutatis mutandis voor persoonlijke goederen die door erfopvolging bij testament worden verworven door een rechtspersoon die een activiteit zonder winstoogmerk uitoefent en op het grondgebied van de Gemeenschap is gevestigd.

Voor wie

Toepassingsgebied volgens het manifest: btw. De tekst geldt voor een natuurlijk persoon met zijn normale verblijfplaats in de Gemeenschap die persoonlijke goederen verkrijgt door erfopvolging bij versterf of bij testament. Mutatis mutandis geldt ze ook voor een rechtspersoon die een activiteit zonder winstoogmerk uitoefent en op het grondgebied van de Gemeenschap is gevestigd, maar alleen voor goederen verworven door erfopvolging bij testament.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Ze bevat wel een termijn, voluit in woorden: de invoer uiterlijk twee jaar na de inbezitstelling, tenzij de minister die termijn verlengt.

Veelgemaakte fouten

  • Alle geërfde goederen onder de vrijstelling brengen. Van de vrijstelling zijn uitgesloten: alcoholische producten; tabak en tabaksproducten; bedrijfsvoertuigen; materieel voor beroepsdoeleinden, ander dan draagbare instrumenten voor kunsten en ambachten die nodig waren voor de uitoefening van het beroep van de overledene; voorraden grondstoffen, eindproducten of halffabricaten; levend vee en voorraden landbouwproducten die de met de normale gezinsbevoorrading overeenkomende hoeveelheden overschrijden.
  • De termijn laten lopen vanaf het overlijden. De wet laat hem lopen vanaf "de datum waarop de goederen in het bezit gesteld zijn".
  • De regel voor rechtspersonen ook toepassen bij erfopvolging bij versterf. Voor een rechtspersoon zonder winstoogmerk noemt de wet alleen goederen verworven "door erfopvolging bij testament".

Verwante bepalingen

  • W-BTW:23, W-BTW:34, W-BTW:40 en W-BTW:52 — artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
  • W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel zegt niet welke bijzondere omstandigheden een verlenging van de termijn rechtvaardigen.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. Vrijstelling van de belasting wordt verleend voor de definitieve invoer van de persoonlijke goederen die door een natuurlijk persoon die zijn normale verblijfplaats in de Gemeenschap heeft, door erfopvolging bij versterf, of door erfopvolging bij testament zijn verkregen. § 2. Van de vrijstelling zijn uitgesloten : 1° alcoholische producten; 2° tabak en tabaksproducten; 3° bedrijfsvoertuigen; 4° materieel voor beroepsdoeleinden, ander dan draagbare instrumenten voor kunsten en ambachten die nodig waren voor de uitoefening van het beroep van de overledene; 5° voorraden grondstoffen, eindproducten of halffabricaten; 6° levend vee en voorraden landbouwproducten die de met de normale gezinsbevoorrading overeenkomende hoeveelheden overschrijden. § 3. De vrijstelling wordt slechts verleend voor persoonlijke goederen welke ten laatste twee jaar vanaf de datum waarop de goederen in het bezit gesteld zijn definitief zijn ingevoerd ingevolge de definitieve regeling van de erfopvolging. Door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde kan evenwel op grond van bijzondere omstandigheden een verlenging van deze termijn worden toegestaan. De invoer van de persoonlijke goederen mag binnen de in het eerste lid bedoelde termijn in gedeelten plaatsvinden. § 4. Dit artikel geldt mutatis mutandis voor de persoonlijke goederen die door erfopvolging bij testament worden verworven door een rechtspersoon die een activiteit zonder winstoogmerk uitoefent en op het grondgebied van de Gemeenschap is gevestigd.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 7, van 29 december 1992, met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2015-07-24; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.