Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

KB nr. 7 (btw), Art. 13

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Een natuurlijk persoon die zijn normale verblijfplaats van buiten de Gemeenschap naar een lidstaat overbrengt, krijgt vrijstelling van btw voor de definitieve invoer van zijn persoonlijke goederen, onder voorbehoud van de voorwaarden en afwijkingen in dit artikel. De vrijstelling is beperkt tot persoonlijke goederen die:

  • behoudens in door omstandigheden gerechtvaardigde bijzondere gevallen, ten minste zes maanden vóór de datum waarop hij zijn normale verblijfplaats buiten de Gemeenschap opgaf, in zijn bezit zijn geweest en, als het niet-verbruikbare goederen zijn, door hem in zijn vroegere normale verblijfplaats zijn gebruikt;
  • bestemd zijn om voor hetzelfde doel te worden gebruikt in zijn nieuwe normale verblijfplaats.

De vrijstelling wordt slechts verleend als de belanghebbende zijn normale verblijfplaats sinds ten minste twaalf opeenvolgende maanden buiten de Gemeenschap had; de Minister van Financiën of zijn gemachtigde kan daarvan afwijken, mits het in het voornemen van de belanghebbende lag om ten minste twaalf maanden buiten de Gemeenschap te verblijven. Behoudens bijzondere omstandigheden moeten de goederen voor de definitieve invoer zijn aangegeven vóór een termijn van twaalf maanden verstrijkt, te rekenen vanaf de datum waarop de belanghebbende zijn normale verblijfplaats in de Gemeenschap vestigde; de invoer mag binnen die termijn in gedeelten gebeuren.

Voor wie

Toepassingsgebied volgens het manifest: btw. De tekst geldt voor een natuurlijk persoon die zijn normale verblijfplaats van buiten de Gemeenschap naar een lidstaat overbrengt, en voor de persoonlijke goederen die hij definitief invoert.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Ze bevat wel termijnen, voluit in woorden: zes maanden bezit vóór het opgeven van de verblijfplaats buiten de Gemeenschap, twaalf opeenvolgende maanden verblijf buiten de Gemeenschap, twaalf maanden om de goederen aan te geven, twaalf maanden waarin de goederen niet zonder voorafgaande kennisgeving mogen worden uitgeleend, verpand, verhuurd of overgedragen, en zes maanden om de normale verblijfplaats te vestigen na een vroege invoer.

Veelgemaakte fouten

  • Alle goederen onder de vrijstelling brengen. Van de vrijstelling zijn uitgesloten: alcoholische producten; tabak en tabaksproducten; bedrijfsvoertuigen; materieel voor beroepsdoeleinden, ander dan draagbare instrumenten voor kunsten en ambachten.
  • De goederen binnen twaalf maanden na de aangifte voor de definitieve invoer uitlenen, verpanden, verhuren of overdragen, onder bezwarende titel of om niet, zonder de administratie vooraf in kennis te stellen. De wet verbiedt dat, en het uitlenen, verpanden, verhuren of overdragen vóór het verstrijken van die termijn leidt tot toepassing van de belasting tegen het tarief en over de maatstaf van heffing op de datum van die handeling.
  • Denken dat de goederen pas na de verhuizing mogen worden ingevoerd. De vrijstelling geldt ook voor persoonlijke goederen die definitief zijn ingevoerd voordat de belanghebbende zijn normale verblijfplaats in de Gemeenschap vestigt, mits hij zich ertoe verbindt die verblijfplaats binnen een termijn van zes maanden daadwerkelijk te vestigen. De termijn voor het bezit wordt dan berekend vanaf de datum van invoer in de Gemeenschap.
  • Het geval van een vertrek om beroepsredenen vergeten. Wie het derde land of derdelands gebied waar hij zijn normale verblijfplaats had wegens beroepsverplichtingen verlaat, zonder zijn normale verblijfplaats tegelijk in een lidstaat te vestigen maar met de bedoeling dat later te doen, krijgt ook vrijstelling. De voorwaarden over bezit, verblijf, uitsluitingen, aangiftetermijn en het verbod op uitlenen en overdragen gelden dan ook, met aangepaste startpunten voor de termijnen, en hij moet zich verbinden zijn normale verblijfplaats in de Gemeenschap te vestigen binnen een periode die de Minister van Financiën of zijn gemachtigde vaststelt.
  • Niet behandeld: de afwijkingen die de Minister van Financiën of zijn gemachtigde kan toestaan wanneer iemand zijn normale verblijfplaats naar een lidstaat overbrengt ten gevolge van uitzonderlijke politieke omstandigheden.

Verwante bepalingen

  • W-BTW:23, W-BTW:34, W-BTW:40 en W-BTW:52 — artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
  • W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel definieert de begrippen "normale verblijfplaats" en "persoonlijke goederen" niet zelf.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. Onder voorbehoud van het bepaalde in de paragrafen 2 tot en met 9, wordt vrijstelling van de belasting verleend voor de definitieve invoer van persoonlijke goederen door een natuurlijk persoon die zijn normale verblijfplaats van buiten de Gemeenschap naar een lidstaat overbrengt. § 2. De vrijstelling is beperkt tot persoonlijke goederen die : 1° behoudens in de door omstandigheden gerechtvaardigde bijzondere gevallen, ten minste zes maanden vóór de datum waarop de belanghebbende zijn normale verblijfplaats buiten de Gemeenschap heeft opgegeven, in zijn bezit zijn geweest en, wanneer het niet-verbruikbare goederen betreft, door hem in zijn vroegere normale verblijfplaats zijn gebruikt; 2° bestemd zijn om voor hetzelfde doel te worden gebruikt in de nieuwe normale verblijfplaats van de belanghebbende. § 3. De vrijstelling wordt slechts verleend indien de belanghebbende zijn normale verblijfplaats sedert ten minste twaalf opeenvolgende maanden buiten de Gemeenschap heeft gehad. Door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde kunnen evenwel afwijkingen van het eerste lid worden toegestaan, mits het in het voornemen van de belanghebbende lag gedurende ten minste twaalf maanden buiten de Gemeenschap te verblijven. § 4. Van de vrijstelling zijn uitgesloten : 1° alcoholische producten; 2° tabak en tabaksproducten; 3° bedrijfsvoertuigen; 4° materieel voor beroepsdoeleinden, ander dan draagbare instrumenten voor kunsten en ambachten. § 5. Behoudens bijzondere omstandigheden, wordt de vrijstelling slechts verleend voor persoonlijke goederen die vóór het verstrijken van een termijn van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de belanghebbende zijn normale verblijfplaats in de Gemeenschap heeft gevestigd, voor de definitieve invoer zijn aangegeven. De invoer van de persoonlijke goederen mag binnen de in het eerste lid bedoelde termijn in gedeelten plaatsvinden. § 6. Tot het verstrijken van een termijn van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum van de aangifte voor de definitieve invoer, mogen de met vrijstelling ingevoerde persoonlijke goederen niet worden uitgeleend, verpand, verhuurd of overgedragen noch onder bezwarende titel noch om niet, zonder dat de administratie daarvan vooraf in kennis is gesteld. Het uitlenen, verpanden, verhuren of overdragen vóór het verstrijken van de termijn bedoeld in het eerste lid leidt tot toepassing van de voor de betrokken goederen geldende belasting, tegen het op de datum van het uitlenen, verpanden, verhuren of overdragen van kracht zijnde tarief en over de op diezelfde datum vastgestelde maatstaf van heffing. § 7. In afwijking van paragraaf 5 wordt de vrijstelling eveneens verleend voor de persoonlijke goederen die definitief zijn ingevoerd voordat de belanghebbende zijn normale verblijfplaats in de Gemeenschap vestigt, mits hij zich ertoe verbindt er zijn normale verblijfplaats binnen een termijn van zes maanden daadwerkelijk te vestigen. Wanneer gebruik wordt gemaakt van deze bepaling wordt de termijn bedoeld in paragraaf 2 berekend vanaf de datum van invoer in de Gemeenschap. § 8. Indien de belanghebbende het derde land of derdelands gebied waar hij zijn normale verblijfplaats had ten gevolge van beroepsverplichtingen verlaat, zonder deze normale verblijfplaats tegelijkertijd op het grondgebied van een lidstaat te vestigen maar met de bedoeling deze daar later te vestigen, wordt vrijstelling verleend voor de invoer van de persoonlijke goederen die hij daartoe naar genoemd grondgebied overbrengt. Die vrijstelling is aan de in de paragrafen 2 tot en met 6 genoemde voorwaarden onderworpen, met dien verstande dat de in de paragrafen 2 en 5 genoemde termijnen worden berekend vanaf de datum van invoer en dat de in paragraaf 6 bedoelde termijn wordt berekend vanaf de datum waarop de belanghebbende zijn normale verblijfplaats daadwerkelijk op het grondgebied van de Gemeenschap vestigt. De vrijstelling is bovendien onderworpen aan een verbintenis van de belanghebbende om zijn normale verblijfplaats op het grondgebied van de Gemeenschap te vestigen binnen een periode die naargelang van de omstandigheden wordt vastgesteld door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde. § 9. Door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde kan worden afgeweken van het bepaalde in de paragrafen 2, 4, 3° en 4°, en 6, indien een persoon zijn normale verblijfplaats naar het grondgebied van een lidstaat overbrengt ten gevolge van uitzonderlijke politieke omstandigheden.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 7, van 29 december 1992, met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2015-07-24; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.