Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

KB nr. 7 (btw), Art. 12

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel opent een afdeling over de vrijstelling bij invoer van de goederen bedoeld in artikel 40, § 1, 1°, b), van het Wetboek: die invoer is vrijgesteld in de gevallen en onder de voorwaarden die in deze afdeling staan. Het artikel definieert vier begrippen voor die afdeling: "normale verblijfplaats", "persoonlijke goederen", "alcoholische producten" en "Gemeenschap". Alcoholische producten zijn producten die onder de GN-codes 2203 tot en met 2208 vallen, zoals bier, wijn en gedistilleerde dranken. De Gemeenschap zijn de gebieden van de lidstaten waar Richtlijn 2006/112/EG van toepassing is, als bedoeld in artikel 1, §§ 2 tot en met 5, van het Wetboek. De Minister van Financiën of zijn gemachtigde bepaalt de formaliteiten om de vrijstelling te genieten.

Voor wie

Toepassingsgebied volgens het manifest: btw. De tekst geldt voor de invoer van goederen bedoeld in artikel 40, § 1, 1°, b), van het Wetboek, en voor de begrippen die in deze afdeling gebruikt worden.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat drempels, geen tarief om mee te rekenen. De normale verblijfplaats is de plaats waar iemand gewoonlijk verblijft, "dat wil zeggen gedurende ten minste 185 dagen per kalenderjaar", wegens de bindingen die de tekst beschrijft.

Veelgemaakte fouten

  • De normale verblijfplaats alleen tellen in dagen. De wet vraagt naast de 185 dagen per kalenderjaar ook persoonlijke en beroepsmatige bindingen, of, voor personen zonder beroepsmatige bindingen, persoonlijke bindingen, waaruit nauwe banden met de woonplaats blijken.
  • Bij bindingen op verschillende plaatsen de plaats van het werk nemen. Wie zijn beroepsmatige bindingen op een andere plaats heeft dan zijn persoonlijke bindingen en daardoor afwisselend verblijft in twee of meer Staten, wordt geacht zijn normale verblijfplaats te hebben bij zijn persoonlijke bindingen, op voorwaarde dat hij daar op geregelde tijden terugkeert. Die laatste voorwaarde vervalt wanneer hij in een Staat verblijft voor een opdracht van een bepaalde duur.
  • Denken dat studeren de normale verblijfplaats verplaatst. Het feit dat college wordt gelopen of een school wordt bezocht, houdt dat volgens de wet niet in.
  • Het bewijs van de normale verblijfplaats licht opnemen. Het moet met passende middelen, tot voldoening van de administratie, worden aangetoond.
  • Goederen met een commerciële bedoeling als persoonlijke goederen zien. Persoonlijke goederen mogen door hun aard of hoeveelheid geen commerciële bedoeling laten blijken en mogen niet bestemd zijn voor de uitoefening van een economische activiteit in de zin van artikel 4, § 1, van het Wetboek. Draagbare instrumenten voor kunsten en ambachten die de belanghebbende nodig heeft voor zijn beroep, zijn evenwel ook persoonlijke goederen.
  • De lijst van persoonlijke goederen als volledig lezen. De wet noemt de voorbeelden "met name": roerende goederen en voorwerpen voor persoonlijk gebruik of voor het huishouden; fietsen, motorfietsen, automobielen voor particulier gebruik en hun aanhangwagens, kampeerwagens, pleziervaartuigen en sportvliegtuigen; en ook huishoudelijke voorraden die overeenkomen met een normale gezinsbevoorrading, kleine huisdieren en rijdieren.

Verwante bepalingen

  • W-BTW:40 — het artikel van het Wetboek waarnaar laag 1 verwijst en dat dit besluit volgens de gegevens uitvoert; zijn tekst zit niet in de gegevens.
  • W-BTW:1 — begrip; laag 1 verwijst naar artikel 1, §§ 2 tot en met 5, van het Wetboek voor de gebieden die de Gemeenschap vormen; de definitie zit niet in de gegevens.
  • W-BTW:23, W-BTW:34 en W-BTW:52 — andere artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
  • W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
  • Laag 1 verwijst ook naar artikel 4 van het Wetboek; de tekst daarvan zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel bepaalt zelf niet in welke concrete gevallen de vrijstelling geldt; het verwijst daarvoor naar de gevallen en voorwaarden van deze afdeling.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. De invoer van in artikel 40, § 1, 1°, b), van het Wetboek bedoelde goederen is van de belasting vrijgesteld in de gevallen en onder de voorwaarden bepaald in deze afdeling. § 2. Voor de toepassing van de bepalingen van deze afdeling moet worden verstaan onder : 1° "normale verblijfplaats", de plaats waar iemand gewoonlijk verblijft, dat wil zeggen gedurende ten minste 185 dagen per kalenderjaar, wegens persoonlijke en beroepsmatige bindingen, of, voor personen zonder beroepsmatige bindingen, wegens persoonlijke bindingen, waaruit nauwe banden tussen hemzelf en de plaats waar hij woont blijken. De normale verblijfplaats van iemand die zijn beroepsmatige bindingen op een andere plaats heeft dan zijn persoonlijke bindingen en daardoor afwisselend verblijft op verschillende plaatsen gelegen in twee of meer Staten, wordt evenwel geacht zich op dezelfde plaats te bevinden als zijn persoonlijke bindingen, op voorwaarde dat hij daar op geregelde tijden terugkeert. Deze laatste voorwaarde vervalt wanneer de betrokkene in een Staat verblijft voor een opdracht van een bepaalde duur. Het feit dat college wordt gelopen of een school wordt bezocht, houdt niet in dat de normale verblijfplaats wordt verplaatst. Het bewijs van de normale verblijfplaats moet met passende middelen, tot voldoening van de administratie, worden aangetoond; 2° "persoonlijke goederen", goederen die voor het persoonlijk gebruik van de belanghebbenden of voor de behoeften van hun huishouden dienen. Persoonlijke goederen zijn met name : a) roerende goederen en voorwerpen zoals de persoonlijke voorwerpen, linnengoed, goederen bestemd voor meubilering of uitrusting voor persoonlijk gebruik van de belanghebbenden of voor de behoeften van hun huishouden; b) fietsen en motorfietsen, automobielen voor particulier gebruik en aanhangwagens daarvan, kampeerwagens, pleziervaartuigen en sportvliegtuigen. Huishoudelijke voorraden die overeenkomen met een normale gezinsbevoorrading, kleine huisdieren en rijdieren zijn eveneens persoonlijke goederen. Persoonlijke goederen mogen door hun aard of hoeveelheid geen commerciële bedoeling laten blijken en mogen evenmin bestemd zijn voor de uitoefening van een economische activiteit in de zin van artikel 4, § 1 van het Wetboek. Draagbare instrumenten voor kunsten en ambachten die de belanghebbende nodig heeft voor de uitoefening van zijn beroep, zijn evenwel ook persoonlijke goederen; 3° "alcoholische producten", producten die onder de GN-Codes 2203 tot en met 2208 vallen zoals bier, wijn, aperitieven op basis van wijn of alcohol, gedistilleerde dranken, likeuren en andere alcoholhoudende dranken, enz.; 4° "Gemeenschap", de gebieden van de lidstaten waar Richtlijn 2006/112/EG van toepassing is, als bedoeld in artikel 1, §§ 2 tot en met 5 van het Wetboek. § 3. Door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde worden de formaliteiten bepaald waaraan moet worden voldaan om de vrijstelling te genieten bedoeld in deze afdeling.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 7, van 29 december 1992, met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2015-07-24; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.