Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

KB nr. 50 (btw), Art. 6

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel regelt hoe deel 1 van de intracommunautaire opgave wordt ingediend. De hoofdregel is elektronisch: op het elektronisch adres dat daarvoor gecreëerd werd, onder de voorwaarden die de minister van Financiën of zijn gemachtigde vastlegt. Belastingplichtigen en leden van een btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek zijn vrijgesteld van die elektronische indiening zolang zij, of in voorkomend geval de persoon die gemachtigd is om deel 1 namens hen in te dienen, niet over de nodige geïnformatiseerde middelen beschikken. Belastingplichtigen die de aangifte uit artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek niet moeten indienen, en leden van een btw-eenheid die die aangifte niet moet indienen, kiezen tussen elektronische indiening en indiening op papier. Wie elektronisch indient, draagt de informatie uit de bijlage bij dit besluit over. Wie niet elektronisch indient, gebruikt het formulier dat de administratie verstrekt en waarvan het model in de bijlage bij dit besluit staat, en dient dat deel in bij de dienst die de minister van Financiën aanwijst. In afwijking van de vrijstelling en van de keuze dienen belastingplichtigen die deel twee van de intracommunautaire opgave uit artikel 9, eerste lid, indienen, deel 1 ook elektronisch in, volgens de hoofdregel.

Voor wie

Toepassingsgebied: btw. Het artikel geldt voor de belastingplichtigen en de leden van een btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek die deel 1 van de intracommunautaire opgave indienen.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.

Veelgemaakte fouten

  • De vrijstelling van elektronische indiening blijven inroepen wanneer de belastingplichtige of zijn gemachtigde wel over de nodige geïnformatiseerde middelen beschikt: de vrijstelling geldt alleen zolang die middelen ontbreken.
  • De keuze tussen papier en elektronisch toepassen terwijl de aangifte uit artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek wel moet worden ingediend: de keuze geldt alleen voor wie die aangifte niet moet indienen.
  • Deel 1 op papier indienen terwijl ook deel twee uit artikel 9, eerste lid, wordt ingediend: dan wordt deel 1 elektronisch ingediend, ook bij een vrijstelling of een keuze.
  • Bij indiening op papier een eigen document gebruiken: de tekst verwijst naar het formulier dat de administratie verstrekt.

Verwante bepalingen

  • KB-BTW-50:9: deze tekst verwijst naar deel twee van de intracommunautaire opgave uit artikel 9, eerste lid. Volgens de tekst van dat artikel dienen de belastingplichtigen en de leden van een btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek, bedoeld in artikel 53sexies, § 1, van het Wetboek, uiterlijk de twintigste van elke kalendermaand deel 2 in, met btw-identificatienummers die verband houden met goederen die werden verzonden of vervoerd onder de regeling inzake voorraad op afroep.
  • W-BTW:53octies, W-BTW:53duodecies en W-BTW:57: in de gegevens gekoppeld als wetsartikelen die dit besluit uitvoert. Hun tekst zit niet in de gegevens; over hun inhoud zegt deze uitleg niets.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel legt de technische voorwaarden voor de elektronische indiening niet zelf vast; het laat die aan de minister van Financiën of zijn gemachtigde.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. Deel 1 van de intracommunautaire opgave wordt langs elektronische weg ingediend op het elektronisch adres dat daartoe gecreëerd werd en onder de voorwaarden vastgelegd door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde. § 2. De belastingplichtigen en de leden van een btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek, zijn vrijgesteld van de verplichting tot indiening langs elektronische weg zolang zij of in voorkomend geval de persoon die gemachtigd is deel 1 van dergelijke opgaven namens hen in te dienen, niet over de nodige geïnformatiseerde middelen beschikken om aan deze verplichting te voldoen. § 3. De belastingplichtigen die niet gehouden zijn tot de indiening van de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte en de leden van een btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek die niet gehouden is tot de indiening van deze aangifte, maken de keuze deel 1 van de intracommunautaire opgave hetzij elektronisch, hetzij op papier in te dienen. § 4. De belastingplichtigen en de leden van een btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek: 1° die deel 1 van de intracommunautaire opgave langs elektronische weg indienen, dragen de in bijlage bij dit besluit bedoelde informatie over; 2° die dat deel van de opgave niet langs elektronische weg indienen, maken gebruik van het formulier dat hen wordt verstrekt door de administratie en waarvan het model voorkomt op de bijlage bij dit besluit. Zij dienen dat deel van de opgave in bij de door de Minister van Financiën aangewezen dienst. § 5. In afwijking van de paragrafen 2 en 3, dienen de belastingplichtigen die het deel twee van de intracommunautaire opgave bedoeld in artikel 9, eerste lid, indienen, het deel 1 van die opgave eveneens langs elektronische weg in overeenkomstig paragraaf 1.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 50, van 11 december 2019 met betrekking tot de btw-opgave van de intracommunautaire handelingen, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2020-01-01; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.