KB nr. 50 (btw), Art. 11
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel bevat twee afwijkingen van artikel 9, dat deel 2 van de intracommunautaire opgave uiterlijk de twintigste van elke kalendermaand laat indienen. Paragraaf 1 geeft een mogelijkheid: deel 2 kan per kalenderkwartaal worden ingediend, uiterlijk de vijfentwintigste van de maand volgend op het tijdvak waarop het betrekking heeft. Dat kan alleen als het driemaandelijkse totaalbedrag van de leveringen van goederen bedoeld in artikel 1, 2°, a), b) en c), niet meer dan 50.000 euro bedraagt, zowel in het betrokken kalenderkwartaal als in elk van de vier voorafgaande kalenderkwartalen. De afwijking geldt alleen voor wie de aangifte bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek driemaandelijks indient of die aangifte niet hoeft in te dienen (belastingplichtigen en leden van een btw-eenheid). Wordt het bedrag overschreden, dan vervalt de afwijking vanaf het einde van de maand van de overschrijding: deel 2 wordt dan opgemaakt per maand die sinds het begin van het kalenderkwartaal verstreken is, en ingediend uiterlijk de vijfentwintigste dag van de maand volgend op de maand van de overschrijding. Paragraaf 2 legt een plicht op: landbouwondernemers die niet gehouden zijn tot de indiening van die aangifte, dienen ieder jaar vóór 31 maart deel 2 in met de gegevens bedoeld in artikel 9 over het verstreken kalenderjaar. Verliest zo'n belastingplichtige die hoedanigheid, dan dient hij deel 2 in binnen drie maanden vanaf dat verlies.
Voor wie
Toepassingsgebied: btw. Paragraaf 1 geldt voor belastingplichtigen die de aangifte bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek driemaandelijks indienen of die aangifte niet hoeven in te dienen, en voor leden van een btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek die deze aangifte driemaandelijks indient of niet hoeft in te dienen. Paragraaf 2 geldt voor landbouwondernemers die niet gehouden zijn tot de indiening van die aangifte.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat drempels, geen tarief om mee te rekenen. De drempel is 50.000 euro per kalenderkwartaal voor het totaalbedrag van de leveringen van goederen bedoeld in artikel 1, 2°, a), b) en c). Een kwartaaltotaal van precies 50.000 euro blijft binnen de drempel, want de tekst zegt "niet meer dan". Die toets geldt voor het betrokken kalenderkwartaal én voor elk van de vier voorafgaande kalenderkwartalen; is de drempel in één van die kwartalen overschreden, dan is de afwijking niet van toepassing.
Veelgemaakte fouten
- Alleen het lopende kalenderkwartaal toetsen: de drempel geldt ook voor elk van de vier voorafgaande kalenderkwartalen.
- Na een overschrijding het hele kwartaal nog als één geheel indienen: vanaf het einde van de maand van de overschrijding wordt deel 2 per verstreken maand van het kalenderkwartaal opgemaakt.
- De kwartaalregeling toepassen terwijl de aangifte bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek maandelijks wordt ingediend: de afwijking geldt alleen bij een driemaandelijkse aangifte of als die aangifte niet hoeft te worden ingediend.
- De kwartaalregeling lezen als een plicht: paragraaf 1 zegt dat deel 2 per kalenderkwartaal "kan" worden ingediend.
- Voor landbouwondernemers zonder aangifteplicht de termijn van 31 maart missen, of bij het verlies van die hoedanigheid de termijn van drie maanden vanaf dat verlies.
Verwante bepalingen
- KB-BTW-50:9: volgens de tekst van artikel 9 dienen de belastingplichtigen en de leden van een btw-eenheid bedoeld in artikel 53sexies, § 1, van het Wetboek uiterlijk de twintigste van elke kalendermaand deel 2 in, met btw-identificatienummers bij goederen die werden verzonden of vervoerd onder de regeling inzake voorraad op afroep. Van die regel wijkt dit artikel af.
- KB-BTW-50:1: volgens de tekst van artikel 1, 2°, gaat het onder a) om de krachtens artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het Wetboek vrijgestelde leveringen van goederen, onder b) om de krachtens artikel 39bis, eerste lid, 4°, van het Wetboek vrijgestelde leveringen van goederen en onder c) om de leveringen van goederen bedoeld in artikel 25quinquies, § 3, derde lid, van het Wetboek. Dat zijn de leveringen waarvan het totaalbedrag de drempel bepaalt.
- W-BTW:53octies, W-BTW:53duodecies en W-BTW:57: in de gegevens gekoppeld als wetsartikelen die dit besluit uitvoert. Hun tekst zit niet in de gegevens; over hun inhoud zegt deze uitleg niets.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel regelt niet in welke vorm of langs welke weg deel 2 van de intracommunautaire opgave wordt ingediend.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. In afwijking van artikel 9, kan deel 2 van de intracommunautaire opgave voor elk kalenderkwartaal worden ingediend uiterlijk de vijfentwintigste van de maand volgend op het tijdvak waarop het betrekking heeft, wanneer het driemaandelijks totaalbedrag van de leveringen van goederen als bedoeld in artikel 1, 2°, a), b) en c), niet meer dan 50.000 euro bedraagt, noch in de loop van het betrokken kalenderkwartaal, noch in de loop van elk van de vier voorafgaande kalenderkwartalen. Deze afwijking is slechts van toepassing voor de belastingplichtigen die de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte driemaandelijks indienen en voor degenen die deze aangifte niet moeten indienen, voor de leden van een btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek die deze aangifte driemaandelijks indient of die deze aangifte niet moet indienen. Deze afwijking is niet langer van toepassing vanaf het einde van de maand waarin het in het eerste lid bedoelde bedrag wordt overschreden. In dat geval wordt het deel 2 van de intracommunautaire opgave opgemaakt per maand die verstreken is sinds het begin van het kalenderkwartaal en ingediend uiterlijk de vijfentwintigste dag van de maand volgend op de maand waarin de overschrijding heeft plaatsgevonden. § 2. In afwijking van artikel 9 dienen de landbouwondernemers die niet gehouden zijn tot de indiening van de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte, ieder jaar vóór 31 maart het deel 2 van de intracommunautaire opgave in die de in de artikel 9 bedoelde gegevens met betrekking tot het verstreken kalenderjaar bevat. Wanneer een in het eerste lid bedoelde belastingplichtige die hoedanigheid verliest, dient hij deel 2 van zijn intracommunautaire opgave in binnen drie maanden vanaf dit verlies.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 50, van 11 december 2019 met betrekking tot de btw-opgave van de intracommunautaire handelingen, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2025-01-01; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.