KB nr. 50 (btw), Art. 1
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
De belastingplichtigen en de leden van een btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek, die bedoeld zijn in artikel 53sexies, § 1, van het Wetboek, dienen uiterlijk de twintigste van iedere kalendermaand deel 1 van de intracommunautaire opgave in bij de btw-administratie. Dat indienen is een plicht. In die opgave staan twee soorten gegevens. Ten eerste het btw-identificatienummer van elke betrokken persoon: de afnemer van goederen die vrijgesteld geleverd zijn op grond van artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het Wetboek; de belastingplichtige of het lid van een btw-eenheid, met het nummer dat de lidstaat van aankomst toekende, bij leveringen uit artikel 39bis, eerste lid, 4°, van het Wetboek; de afnemer, met het nummer van de lidstaat van aankomst, bij leveringen uit artikel 25quinquies, § 3, derde lid, van het Wetboek die de belastingplichtige in die lidstaat verricht; en de afnemer van diensten, andere dan diensten die vrijgesteld zijn in de lidstaat waar ze belastbaar zijn, wanneer de ontvanger de belasting verschuldigd is krachtens artikel 196 van de richtlijn 2006/112/EG. Ten tweede, per persoon, het totale bedrag van de maatstaf van heffing, zonder btw en uitgedrukt in euro, per categorie: de vrijgestelde leveringen uit artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het Wetboek, de vrijgestelde leveringen uit artikel 39bis, eerste lid, 4°, van het Wetboek, de leveringen uit artikel 25quinquies, § 3, derde lid, van het Wetboek en de genoemde diensten. Telkens gaat het alleen om handelingen waarvoor de belasting in de loop van de verstreken kalendermaand opeisbaar is geworden.
Voor wie
Toepassingsgebied: btw. Het artikel geldt voor de belastingplichtigen en de leden van een btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek die bedoeld zijn in artikel 53sexies, § 1, van het Wetboek.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Ze vraagt wel een totaal: per persoon en per categorie van handelingen wordt de maatstaf van heffing zonder btw opgeteld, in euro. Voorbeeld met symbolen: twee vrijgestelde leveringen aan dezelfde afnemer met maatstaf A en B, waarvoor de belasting in de verstreken kalendermaand opeisbaar werd, geven voor die afnemer en die categorie één bedrag A + B.
Veelgemaakte fouten
- De opgave indienen na de twintigste van de kalendermaand: de tekst noemt uiterlijk de twintigste van iedere kalendermaand.
- Het bedrag inclusief btw opgeven: de tekst vraagt de maatstaf van heffing exclusief btw.
- De handelingen van de verschillende categorieën in één bedrag samenvoegen: de tekst vraagt een totaal voor elk van de categorieën.
- Handelingen opnemen waarvoor de belasting niet in de verstreken kalendermaand opeisbaar werd: de tekst beperkt de opgave tot die handelingen.
- Voor de leveringen uit artikel 39bis, eerste lid, 4°, en artikel 25quinquies, § 3, derde lid, van het Wetboek een ander btw-identificatienummer gebruiken dan het nummer dat de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer toekende.
Verwante bepalingen
- W-BTW:53octies, W-BTW:53duodecies en W-BTW:57: in de gegevens gekoppeld als wetsartikelen die dit besluit uitvoert. Hun tekst zit niet in de gegevens; over hun inhoud zegt deze uitleg niets.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel regelt niet in welke vorm of langs welke weg deel 1 van de intracommunautaire opgave wordt ingediend.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
De belastingplichtigen en de leden van een btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek, bedoeld in artikel 53sexies, § 1, van het Wetboek, dienen uiterlijk de twintigste van iedere kalendermaand bij de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde het deel 1 in van de btw-opgave van de intracommunautaire handelingen, hierna "intracommunautaire opgave" genoemd, waarin de volgende gegevens voorkomen: 1° het btw-identificatienummer van: a) iedere afnemer waaronder goederen aan hem zijn geleverd met vrijstelling van de belasting bij toepassing van artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het Wetboek en waarvoor de belasting in de loop van de verstreken kalendermaand opeisbaar is geworden; b) de belastingplichtige, toegekend door de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen, in het geval van leveringen van goederen als bedoeld in artikel 39bis, eerste lid, 4°, van het Wetboek en waarvoor de belasting in de loop van de verstreken kalendermaand opeisbaar is geworden; c) het lid van een btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek, toegekend door de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen, in het geval van leveringen van goederen als bedoeld in artikel 39bis, eerste lid, 4°, van het Wetboek en waarvoor de belasting in de loop van de verstreken kalendermaand opeisbaar is geworden; d) iedere afnemer, toegekend door de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen, in het geval van leveringen van goederen als bedoeld in artikel 25quinquies, § 3, derde lid, van het Wetboek verricht door de belastingplichtige in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen en waarvoor de belasting in de loop van de verstreken kalendermaand opeisbaar is geworden; e) iedere afnemer waaronder andere diensten worden verstrekt dan degene die vrijgesteld zijn van de belasting in de lidstaat waar ze belastbaar zijn, wanneer de belasting krachtens artikel 196 van de richtlijn 2006/112/EG door de ontvanger is verschuldigd en in de loop van de verstreken kalendermaand opeisbaar is geworden; 2° voor iedere persoon als bedoeld in 1°, het totale bedrag van de maatstaf van heffing, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, uitgedrukt in euro, van elk van de hierna vermelde categorieën van handelingen waarvoor de belasting in de loop van de verstreken kalendermaand opeisbaar is geworden: a) de krachtens artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het Wetboek vrijgestelde leveringen van goederen als bedoeld in 1°, a); b) de krachtens artikel 39bis, eerste lid, 4°, van het Wetboek vrijgestelde leveringen van goederen als bedoeld in 1°, b) en c); c) de leveringen van goederen als bedoeld in 1°, d); d) de diensten als bedoeld in 1°, e).
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 50, van 11 december 2019 met betrekking tot de btw-opgave van de intracommunautaire handelingen, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2020-01-01; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.