KB nr. 41 (btw), Art. 6
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel wijst de Minister van Financiën aan als de minister die belast is met de uitvoering van het besluit. Het bevat geen regel over de geldboeten zelf.
Voor wie
Toepassingsgebied: btw. De bepaling richt zich tot de Minister van Financiën.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.
Veelgemaakte fouten
- Dit artikel lezen als een bron van rechten of plichten voor de schuldenaar van een geldboete. Het wijst alleen aan welke minister het besluit uitvoert.
Verwante bepalingen
- W-BTW:70, W-BTW:71 en W-BTW:84 — artikelen van het btw-wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel regelt niet hoe de minister het besluit uitvoert.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 41, van 30 januari 1987, tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 1987-02-01; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.