Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

KB nr. 4 (btw), Art. 14

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel legt de termijn vast om naar de rechter te stappen voor de teruggaaf van belasting, nalatigheidsinteresten en fiscale geldboeten. De vordering in rechte moet worden ingesteld vóór het einde van het derde kalenderjaar na, naargelang het geval, het jaar waarin per aangetekende brief kennis werd gegeven van de beslissing die de aanvraag tot teruggaaf verwerpt, of het jaar waarin de belasting, de interesten en de fiscale geldboeten werden betaald op verzoek van de administratie.

Voor wie

Toepassingsgebied: btw. Het artikel richt zich tot wie een vordering in rechte instelt voor de teruggaaf van btw, nalatigheidsinteresten of fiscale geldboeten.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.

Veelgemaakte fouten

  • De termijn laten lopen vanaf de datum van de aanvraag: het artikel vertrekt van het jaar van de kennisgeving van de verwerpende beslissing, of van het jaar van de betaling op verzoek van de administratie.
  • De termijn tellen tot het derde kalenderjaar zelf in plaats van tot het einde ervan, na het vertrekjaar.
  • Bij een verwerpende beslissing vertrekken van een andere kennisgeving dan die per aangetekende brief.

Verwante bepalingen

  • In de gegevens is dit besluit als geheel gekoppeld aan de wetsartikelen W-BTW:25quinquies, W-BTW:53octies, W-BTW:58, W-BTW:75, W-BTW:76, W-BTW:77, W-BTW:78, W-BTW:79, W-BTW:80, W-BTW:82 en W-BTW:90, als artikelen die het uitvoert. De tekst van die artikelen zit niet in de gegevens; over hun inhoud zegt deze uitleg daarom niets.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel regelt niet bij welke rechtbank of op welke manier de vordering wordt ingesteld.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

De vordering in rechte met betrekking tot de teruggaaf van de belasting, van de nalatigheidsinteresten en van de fiscale geldboeten, moet worden ingesteld vóór het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op, naargelang het geval, dit van de kennisgeving bij ter post aangetekende brief van de beslissing waarbij de bij de administratie ingediende aanvraag om teruggaaf wordt verworpen ofwel dit van de betaling van de belasting, van de interesten en van de fiscale geldboeten, die werden voldaan op verzoek van de administratie.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk Besluit nr. 4, van 29 december 1969, met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2019-04-01; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.