KB nr. 3 (btw), Art. 9
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel bepaalt hoe lang de aftrek van btw op bedrijfsmiddelen aan herziening onderworpen blijft. De basisregel in paragraaf 1 is een tijdvak van vijf jaar, te rekenen vanaf 1 januari van het jaar waarin de bedrijfsmiddelen in gebruik werden genomen. Paragraaf 2 brengt dat tijdvak op vijftien jaar voor onroerende bedrijfsmiddelen en voor diensten met vergelijkbare kenmerken. Het gaat om de btw op de oprichting van gebouwen of gedeelten ervan, op de verkrijging van gebouwen of van een zakelijk recht erop, telkens desgevallend met het bijhorende terrein, en op werken in onroerende staat waarvan de gevolgen een economische levensduur hebben zoals die van een nieuw opgericht gebouw. In afwijking daarvan legt paragraaf 3 een tijdvak van vijfentwintig jaar op voor gebouwen of gedeelten ervan, desgevallend met het bijhorende terrein, en voor vergelijkbare diensten op die gebouwen, die verhuurd worden onder de voorwaarden van artikel 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek. Volgens paragraaf 4 blijft dat langere tijdvak gelden ongeacht latere wijzigingen in het gebruik, zowel bij zo'n verhuur vanaf de eerste ingebruikneming als bij zo'n verhuur die begint binnen vijftien jaar vanaf 1 januari van het jaar van de eerste ingebruikneming. In dat tweede geval vervangt het tijdvak van vijfentwintig jaar dat van vijftien jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin de verhuur begint, en voor de berekening van de herziening wordt het geacht te zijn begonnen op 1 januari van het jaar van de eerste ingebruikneming.
Voor wie
Toepassingsgebied: btw. De bepaling gaat over elke belastingplichtige die btw op bedrijfsmiddelen heeft afgetrokken, met aparte tijdvakken voor onroerende bedrijfsmiddelen en voor gebouwen die verhuurd worden onder de voorwaarden van artikel 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Ze bevat wel tijdvakken. Symbolisch: een bedrijfsmiddel dat niet onder paragraaf 2 of 3 valt, wordt in gebruik genomen in jaar J. Het herzieningstijdvak begint dan op 1 januari van jaar J en duurt vijf jaar, jaar J meegerekend. Voor een onroerend bedrijfsmiddel uit paragraaf 2 duurt het vanaf hetzelfde vertrekpunt vijftien jaar.
Veelgemaakte fouten
- Het tijdvak laten lopen vanaf de aankoopdatum. De wet laat het lopen vanaf 1 januari van het jaar waarin het bedrijfsmiddel in gebruik werd genomen.
- Voor elk gebouw vijftien jaar hanteren. Voor gebouwen die verhuurd worden onder de voorwaarden van artikel 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek bepaalt de wet vijfentwintig jaar.
- Alle werken in onroerende staat aan een gebouw onder het langere tijdvak brengen. De wet bedoelt de werken waarvan de gevolgen een economische levensduur hebben die overeenkomt met die van een nieuw opgericht gebouw.
- Bij een latere verhuur het tijdvak van vijfentwintig jaar voor de berekening laten starten in het jaar van de verhuur. De wet laat het voor de berekening starten op 1 januari van het jaar van de eerste ingebruikneming.
- Denken dat een latere wijziging in het gebruik het tijdvak van vijfentwintig jaar weer inkort. Paragraaf 4 laat het gelden ongeacht latere wijzigingen in het gebruik.
Verwante bepalingen
- W-BTW:12, W-BTW:45, W-BTW:46, W-BTW:47, W-BTW:48 en W-BTW:49 — artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
- W-BTW:9 — laag 1 verwijst naar artikel 9, tweede lid, 2°, van het Wetboek; de tekst daarvan zit niet in de gegevens.
- W-BTW:1 en W-BTW:1bis — begrippen uit het Wetboek; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt niet hoe groot het bedrag van de herziening per jaar is.
Zo past Theca dit toe
Scherm btwHerziening
Dit scherm gebruikt dit artikel, dat de herzieningstijdvakken voor bedrijfsmiddelen vastlegt. Statusvoorstel: toegepast.
De gegevens bevatten bij dit artikel geen parameters; de tijdvakken zelf staan in de wettekst van laag 1.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. Ten aanzien van de belasting geheven van bedrijfsmiddelen, is de aftrek die oorspronkelijk door de belastingplichtige werd verricht onderworpen aan herziening gedurende een tijdvak van vijf jaar overeenkomstig artikel 48, § 2, eerste lid, van het Wetboek, te rekenen vanaf 1 januari van het jaar waarin de bedrijfsmiddelen in gebruik werden genomen. § 2. Ten aanzien van de belasting geheven van onroerende bedrijfsmiddelen en van diensten die kenmerken hebben die vergelijkbaar zijn met de kenmerken die doorgaans aan onroerende bedrijfsmiddelen worden toegeschreven, wordt dit tijdvak evenwel op vijftien jaar gebracht overeenkomstig artikel 48, § 2, tweede lid, van het Wetboek. Voor de toepassing van het eerste lid, wordt bedoeld de belasting geheven van: 1° de handelingen die strekken of bijdragen tot de oprichting van gebouwen of gedeelten van gebouwen; 2° de verkrijging van gebouwen of gedeelten van gebouwen, desgevallend met het bijhorend terrein; 3° de verkrijging van een in artikel 9, tweede lid, 2°, van het Wetboek bedoeld zakelijk recht op gebouwen of gedeelten van gebouwen, desgevallend met het bijhorend terrein; 4° de in artikel 19, § 2, derde lid, van het Wetboek bedoelde werken in onroerende staat op gebouwen of gedeelten van gebouwen waarvan de gevolgen een economische levensduur hebben die overeenkomt met die van een nieuw opgericht gebouw. § 3. In afwijking van de paragrafen 1 en 2, bedraagt het herzieningstijdvak vijfentwintig jaar ten aanzien van de belasting geheven van gebouwen of gedeelten van gebouwen, desgevallend met het bijhorend terrein en van diensten op die gebouwen of gedeelten van gebouwen die kenmerken hebben die vergelijkbaar zijn met de kenmerken die doorgaans aan onroerende bedrijfsmiddelen worden toegeschreven, die worden verhuurd onder de voorwaarden van artikel 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek. Voor de toepassing van het eerste lid, wordt bedoeld de belasting geheven van: 1° de handelingen die strekken of bijdragen tot de oprichting van een gebouw of gedeelten van gebouwen; 2° de verkrijging van gebouwen of gedeelten van gebouwen, desgevallend met het bijhorend terrein; 3° de verkrijging van een in artikel 9, tweede lid, 2°, van het Wetboek bedoeld zakelijk recht op gebouwen of gedeelten van gebouwen, desgevallend met het bijhorend terrein; 4° de werken in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, derde lid, van het Wetboek op gebouwen of gedeelten van gebouwen waarvan de gevolgen een economische levensduur hebben die overeenkomt met die van een nieuw opgericht gebouw. § 4. Het tijdvak bedoeld in paragraaf 3 is van toepassing ongeacht eventuele latere wijzigingen in het gebruik van de bedoelde goederen wanneer die goederen het voorwerp hebben uitgemaakt van een verhuur bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek: 1° vanaf hun eerste ingebruikneming; 2° na hun eerste ingebruikneming maar binnen een tijdvak van vijftien jaar te rekenen vanaf 1 januari van het jaar van hun eerste ingebruikneming. In de situatie bedoeld in het eerste lid, 2°, vervangt het tijdvak bedoeld in paragraaf 3 het tijdvak bedoeld in paragraaf 2 vanaf 1 januari van het jaar waarin de bedoelde goederen worden verhuurd onder de voorwaarden van artikel 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek. Voor de berekening van het bedrag van de belasting die vanaf dat tijdstip voor herziening vatbaar is, wordt het tijdvak bedoeld in paragraaf 3 geacht een aanvang genomen te hebben vanaf 1 januari van het jaar waarin de betrokken goederen het voorwerp hebben uitgemaakt van de eerste ingebruikneming.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 3, van 10 december 1969, met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2026-02-20; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.