Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

KB nr. 3 (btw), Art. 5

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel somt de gevallen op waarin de belastingplichtige de oorspronkelijk verrichte aftrek herziet. Volgens paragraaf 1 is dat zo in vier gevallen. Het eerste: de aftrek bedraagt meer of minder dan wat hij mocht aftrekken op het tijdstip waarop de formaliteiten van artikel 4 vervuld waren. Het tweede: het geval van artikel 79, § 1, tweede lid, van het Wetboek. Het derde: de factoren die aan de berekening van de aftrek ten grondslag liggen, wijzigen, zoals bij de wijzigingen van de artikelen 15 en 19 of wanneer een belastingplichtige die uitsluitend handelingen met recht op aftrek verrichtte, daarna handelingen verricht waarvoor er geen aanspraak op aftrek is. Het vierde: hij verliest ieder recht op aftrek, voor de lichamelijke roerende goederen die op het tijdstip van dat verlies nog niet vervreemd zijn en de diensten die dan nog niet gebruikt zijn. Paragraaf 2 voegt een geval toe: btw op diensten met betrekking tot de goederen van artikel 1, § 9, van het Wetboek die geen recht op aftrek gaven toen de belasting verschuldigd was, wordt herzien wanneer die diensten nadien gebruikt worden voor handelingen waarvoor aanspraak op aftrek bestaat. Paragraaf 3 laat de toepassing regelen door of vanwege de minister van Financiën.

Voor wie

Toepassingsgebied: btw. De bepaling gaat over elke belastingplichtige die btw in aftrek heeft gebracht en bij wie een van de opgesomde gevallen zich voordoet.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.

Veelgemaakte fouten

  • Herziening alleen zien als het terugdraaien van te veel afgetrokken btw. De wet noemt ook het geval waarin de aftrek minder bedraagt dan wat de belastingplichtige mocht aftrekken, en het geval van paragraaf 2, waarin diensten later wel voor handelingen met aanspraak op aftrek gebruikt worden.
  • Bij verlies van ieder recht op aftrek alle aankopen herzien. De wet beperkt dat geval tot de lichamelijke roerende goederen die nog niet vervreemd zijn en de diensten die nog niet gebruikt zijn op het tijdstip van het verlies.
  • Een wijziging in de activiteit over het hoofd zien. De wet noemt als herzieningsgeval de belastingplichtige die eerst uitsluitend handelingen met recht op aftrek verrichtte en daarna handelingen zonder aanspraak op aftrek.

Verwante bepalingen

  • KB-BTW-3:4 — regelt de globale uitoefening van het recht op aftrek per aangiftetijdvak en in welke aangifte het recht uitgeoefend wordt als de formaliteiten niet tijdig vervuld zijn.
  • KB-BTW-3:15 — regelt de jaarlijkse mededeling van het voorlopige en het definitieve algemeen verhoudingsgetal en het berekeningsblad dat die getallen verantwoordt.
  • KB-BTW-3:19 — regelt de herziening bij wie aftrekt volgens het werkelijk gebruik, wanneer goederen en diensten niet gebruikt worden in de bedrijfsafdeling waarvoor ze bestemd waren.
  • W-BTW:12, W-BTW:45, W-BTW:46, W-BTW:47, W-BTW:48 en W-BTW:49 — artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
  • W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen uit het Wetboek; laag 1 verwijst naar artikel 1, § 9, van het Wetboek, maar de definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel bepaalt niet hoe de herziening berekend wordt; de toepassing ervan wordt geregeld door of vanwege de minister van Financiën.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. De belastingplichtige herziet de oorspronkelijk verrichte aftrek : 1° wanneer die aftrek meer of minder bedraagt dan die welke hij mocht verrichten op het tijdstip waarop de bij artikel 4 bedoelde formaliteiten vervuld waren; 2° in het geval bedoeld bij artikel 79, § 1, tweede lid, van het Wetboek; 3° wanneer zich wijzigingen voordoen in de factoren die aan de berekening van de gedane aftrek ten grondslag liggen, zoals de wijzigingen bedoeld in de artikelen 15 en 19 of de wijzigingen in het geval dat een belastingplichtige die uitsluitend handelingen verrichtte die recht op aftrek verleenden, vervolgens handelingen verricht waarvoor er geen aanspraak op aftrek is; 4° wanneer hij ieder recht op aftrek verliest, wat betreft de nog niet vervreemde lichamelijke roerende goederen en de nog niet-gebruikte diensten op het tijdstip van dat verlies. § 2. Ten aanzien van de belasting geheven van de diensten met betrekking tot de goederen bedoeld in artikel 1, § 9, van het Wetboek die geen recht op aftrek verleenden op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd was, herziet de belastingplichtige de aftrek wanneer deze diensten nadien worden gebruikt voor het verrichten van handelingen waarvoor aanspraak op aftrek bestaat. § 3. De toepassing van dit artikel wordt geregeld door of vanwege de Minister van Financiën.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 3, van 10 december 1969, met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2011-01-01; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.