KB nr. 3 (btw), Art. 3
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel somt de voorwaarden op om het recht op aftrek te kunnen uitoefenen; ze hangen af van het soort handeling. Voor goederen en diensten die aan de belastingplichtige geleverd of verleend zijn, moet hij in het bezit zijn van een factuur die uitgereikt is volgens de artikelen 53, § 2 of § 2bis en 53decies, § 2, van het Wetboek, met de vermeldingen van artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1. Voor een handeling die gelijkgesteld wordt met een levering of een dienst, maakt hij het stuk op van artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 1 en neemt hij de verschuldigde belasting op in de aangifte over het tijdvak waarin ze opeisbaar wordt. Voor invoer is een invoerdocument nodig dat hem als geadresseerde aanwijst en de betaling van de belasting vaststelt, behalve bij invoer onder het stelsel van de verlegging van de heffing naar het binnenland: daar neemt hij de verschuldigde belasting op in de aangifte. Voor intracommunautaire verwervingen, voor handelingen die daarmee gelijkgesteld worden en voor handelingen waarvoor hij zelf de belasting moet voldoen, vraagt de wet een factuur, een transfertdocument of een ander stuk dat de tekst noemt, en naargelang het geval de opname van de belasting in de aangifte of het bezit van de bijzondere aangifte van het koninklijk besluit nr. 46. Paragraaf 2 laat in de gevallen van artikel 13 van het koninklijk besluit nr. 1 de aftrek toe met inachtneming van de voorwaarden die door of vanwege de minister van Financiën gesteld worden. De tekst van paragraaf 3 is in de gegevens weggelaten.
Voor wie
Toepassingsgebied: btw. De bepaling gaat over elke belastingplichtige die zijn recht op aftrek wil uitoefenen, met aparte voorwaarden voor aankopen, gelijkgestelde handelingen, invoer, intracommunautaire verwervingen en handelingen waarvoor hij zelf de belasting voldoet.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.
Veelgemaakte fouten
- Aftrekken zonder factuur voor geleverde goederen en verleende diensten. De wet vraagt een factuur met de vermeldingen van artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1.
- Voor elke invoer een invoerdocument verwachten. Bij invoer onder het stelsel van de verlegging van de heffing naar het binnenland vraagt de wet dat de verschuldigde belasting in de aangifte wordt opgenomen.
- Bij een intracommunautaire verwerving zonder factuur de aftrek uitgesloten achten. De wet laat bij gebreke van zo'n factuur ook het stuk van artikel 9, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 toe.
- Bij een handeling waarvoor de belastingplichtige zelf de belasting voldoet, alleen op de factuur letten. In de gevallen 2°, 4°, 6° en 7° vraagt de wet ook dat de verschuldigde belasting opgenomen wordt in de aangifte over het tijdvak waarin ze opeisbaar wordt.
Verwante bepalingen
- W-BTW:12, W-BTW:45, W-BTW:46, W-BTW:47, W-BTW:48 en W-BTW:49 — artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
- W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen uit het Wetboek; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt niet binnen welke termijn het recht op aftrek uitgeoefend wordt.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. Om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen moet de belastingplichtige: 1° ten aanzien van de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, in het bezit zijn van een factuur uitgereikt overeenkomstig de artikelen 53, § 2 of § 2bis en 53decies, § 2, van het Wetboek waarop de vermeldingen voorkomen bedoeld in artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde; 2° ten aanzien van de belasting geheven van een handeling die hij verricht voor de behoeften van zijn economische activiteit en die wordt gelijkgesteld met een levering door artikel 12, § 1, eerste lid, 3° en 4° van het Wetboek, of met een dienst door artikel 19, § 2, eerste lid, 1°, of § 3, van het Wetboek, het in artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 1, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde stuk opmaken en de verschuldigde belasting opnemen in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin ze opeisbaar wordt; 3° ten aanzien van de belasting geheven van de andere invoeren dan die bedoeld onder 4°, in het bezit zijn van een invoerdocument dat hem als geadresseerde aanwijst en dat de betaling van de belasting vaststelt; 4° ten aanzien van de belasting geheven van de invoeren gedaan onder het stelsel van de verlegging van de heffing naar het binnenland, de verschuldigde belasting opnemen in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin ze opeisbaar wordt; 5° ten aanzien van de belasting geheven van intracommunautaire verwervingen van goederen, in het bezit zijn van een factuur uitgereikt overeenkomstig de wettelijke bepalingen die van kracht zijn in de lidstaat van waaruit die goederen zijn verzonden of vervoerd, of bij gebreke van een dergelijk factuur, het stuk bedoeld in artikel 9, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde en hetzij de verschuldigde belasting opnemen in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin ze opeisbaar wordt, hetzij in de gevallen bedoeld in de artikelen 1 en 2 van het koninklijk besluit nr. 46 tot regeling van de aangifte van de intracommunautaire verwerving van vervoermiddelen en van de betaling van de ter zake verschuldigde BTW in het bezit zijn van de in artikel 1 van genoemd besluit bedoelde bijzondere aangifte; 6° ten aanzien van de belasting geheven van een handeling die de belastingplichtige verricht voor de behoeften van zijn economische activiteit en die met een intracommunautaire verwerving wordt gelijkgesteld door artikel 25quater van het Wetboek, in het bezit zijn van het transfertdocument opgesteld overeenkomstig de wettelijke bepalingen die van kracht zijn in de lidstaat van waaruit deze goederen zijn verzonden of vervoerd of bij gebreke ervan, het in artikel 9, § 3, van het koninklijk besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde stuk en de verschuldigde belasting opnemen in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin ze opeisbaar wordt; 7° ten aanzien van de belasting geheven van de handelingen waarvoor hij, bij toepassing van artikel 51, § 2, eerste lid, 1°, 2°, 5° en 6° of § 4, of van artikel 55, § 6, van het Wetboek, ertoe gehouden is zelf de opeisbare belasting te voldoen, in het bezit zijn van een factuur uitgereikt overeenkomstig de artikelen 53, § 2 of § 2bis en 53decies, § 2, van het Wetboek of, bij gebreke van een dergelijke factuur, van het bedoelde stuk in artikel 9, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde of in artikel 5, § 2, van het koninklijk besluit nr. 31 van 2 april 2002 met betrekking tot de toepassingsmodaliteiten van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de handelingen verricht door niet in België gevestigde belastingplichtigen en de verschuldigde belasting opnemen in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin ze opeisbaar wordt. § 2. In afwijking van § 1 kan in de gevallen bedoeld in artikel 13 van het koninklijk besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, de aftrek worden verricht met inachtneming van de door of vanwege de Minister van Financiën gestelde voorwaarden. § 3. [...]
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 3, van 10 december 1969, met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2026-01-01; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.