KB nr. 3 (btw), Art. 21
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Artikel 21 van het KB nr. 3 laat de toepassing van de artikelen 19 en 20 regelen door of vanwege de Minister van Financiën. Door of namens de Minister wordt onder meer de wijze van herziening van de aftrek bepaald in twee gevallen: wanneer iemand die uitsluitend handelingen met recht op aftrek verricht, daarnaast handelingen zonder recht op aftrek begint te stellen of een deel van zijn economische activiteit stopzet; en wanneer iemand die zowel handelingen met als handelingen zonder recht op aftrek verricht, voortaan uitsluitend handelingen met recht op aftrek stelt. Het derde punt van de opsomming is opgeheven.
Voor wie
Toepassingsgebied: btw. Het artikel richt zich tot de Minister van Financiën, en raakt belastingplichtigen die aftrekken volgens het werkelijk gebruik van de goederen en diensten (artikelen 19 en 20).
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.
Veelgemaakte fouten
- De twee genoemde gevallen als een volledige lijst lezen. De wet zegt dat de Minister onder meer in die gevallen de wijze van herziening bepaalt.
- Dit artikel lezen als een regel die zelf de herziening berekent. Het laat de toepassing van de artikelen 19 en 20 over aan de Minister van Financiën.
- Het opgeheven derde punt nog toepassen. Laag 1 vermeldt het als opgeheven.
Verwante bepalingen
- KB-BTW-3:19 — laag 1 verwijst ernaar. Volgens die bepaling herziet wie aftrekt volgens het werkelijk gebruik de aftrek wanneer goederen en diensten niet worden gebruikt in de bedrijfsafdeling waarvoor ze bestemd waren; dat leidt tot terugstorting of tot een bijkomende aftrek.
- KB-BTW-3:20 — laag 1 verwijst ernaar. Die bepaling regelt de herziening voor bedrijfsmiddelen, met een vermindering van een vijfde, een vijftiende of een vijfentwintigste volgens het onderscheid van artikel 9.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt zelf niet hoe de herziening in de genoemde gevallen gebeurt; dat laat het aan de Minister van Financiën.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
De toepassing van de artikelen 19 en 20 wordt geregeld door of vanwege de Minister van Financiën. Door of namens hem wordt onder meer de wijze van herziening van de aftrek bepaald: 1° wanneer iemand die uitsluitend handelingen verricht die recht op aftrek verlenen, tevens handelingen begint te stellen die geen recht op aftrek verlenen of een gedeelte van zijn economische activiteit stopzet; 2° wanneer iemand die zowel handelingen verricht die recht op aftrek verlenen als handelingen die geen recht op aftrek verlenen, uitsluitend handelingen begint te stellen die recht op aftrek verlenen; 3° [ opgeheven ]
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 3, van 10 december 1969, met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 1993-01-01; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.