KB nr. 3 (btw), Art. 20
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Artikel 20 van het KB nr. 3 regelt de herziening van artikel 19 voor bedrijfsmiddelen, bij wie de aftrek verricht volgens het werkelijk gebruik. De herziening gebeurt wanneer het gebruik van de bedrijfsmiddelen wijzigt vóór het verstrijken van het vierde, het veertiende of het vierentwintigste jaar na het jaar waarin ze in gebruik werden genomen, volgens het onderscheid van artikel 9 naargelang de aard of het gebruik van het goed. Gaat het bedrijfsmiddel over van een afdeling met recht op aftrek naar een afdeling zonder dat recht, dan is het terug te storten bedrag gelijk aan de oorspronkelijk afgetrokken belasting, verminderd met een vijfde, een vijftiende of een vijfentwintigste per jaar dat verstreken is vóór het jaar waarin de wijziging in het gebruik is ingetreden. Gaat het over van een afdeling zonder recht op aftrek naar een afdeling met dat recht, dan is de aftrek gelijk aan de belasting die oorspronkelijk niet kon worden afgetrokken, verminderd met een vijfde, een vijftiende of een vijfentwintigste volgens hetzelfde onderscheid.
Voor wie
Toepassingsgebied: btw. Het artikel gaat over belastingplichtigen die aftrekken volgens het werkelijk gebruik en van wie een bedrijfsmiddel van bedrijfsafdeling verandert.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
De gegevens bevatten geen bedrag; het voorbeeld is daarom symbolisch. Noem B de oorspronkelijk afgetrokken belasting op een bedrijfsmiddel dat valt onder de breuk van een vijfde, en n het aantal jaren dat verstreken is vóór het jaar waarin de wijziging in het gebruik intreedt. Gaat het goed over naar een afdeling zonder recht op aftrek, dan is het terug te storten bedrag B min n vijfden van B. Voor een vijftiende of een vijfentwintigste rekent men op dezelfde manier met die breuk. Het resultaat wordt in één keer afgerond op hele centen. Voor de omgekeerde overgang noemt de wet dezelfde breuken, maar herhaalt ze de woorden "per jaar dat verstreken is" niet.
Veelgemaakte fouten
- Herzien bij een wijziging na het verstrijken van het vierde, het veertiende of het vierentwintigste jaar na het jaar van ingebruikneming. De wet koppelt de herziening aan een wijziging vóór dat tijdstip.
- Bij een overgang naar een afdeling zonder recht op aftrek de volledige afgetrokken belasting terugstorten. De wet vermindert dat bedrag met een vijfde, een vijftiende of een vijfentwintigste per jaar dat verstreken is vóór het jaar van de wijziging.
- Het jaar van de wijziging zelf meetellen als verstreken jaar. De wet telt de jaren die verstreken zijn vóór het jaar waarin de wijziging in het gebruik is ingetreden.
- Voor elk goed dezelfde breuk nemen. De keuze tussen een vijfde, een vijftiende of een vijfentwintigste volgt het onderscheid van artikel 9 naargelang de aard of het gebruik van het goed.
Verwante bepalingen
- KB-BTW-3:19 — laag 1 verwijst ernaar als de herziening die dit artikel uitwerkt. Volgens die bepaling herziet wie aftrekt volgens het werkelijk gebruik de aftrek wanneer goederen en diensten niet worden gebruikt in de bedrijfsafdeling waarvoor ze bestemd waren, en gebeurt de herziening voor bedrijfsmiddelen overeenkomstig artikel 20.
- KB-BTW-3:9 — laag 1 verwijst ernaar voor het onderscheid tussen de goederen. Volgens die bepaling is het herzieningstijdvak vijf jaar voor bedrijfsmiddelen, vijftien jaar voor onroerende bedrijfsmiddelen en diensten met vergelijkbare kenmerken, en vijfentwintig jaar voor gebouwen die worden verhuurd onder de voorwaarden van artikel 44, § 3, 2°, d), van het Wetboek.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt niet uitdrukkelijk of de vermindering bij een overgang naar een afdeling met recht op aftrek per verstreken jaar wordt toegepast.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
De in artikel 19 bedoelde herziening wordt verricht wanneer een wijziging in het gebruik van de bedrijfsmiddelen intreedt vóór het verstrijken van het vierde, het veertiende of het vierentwintigste jaar na dat waarin de bedrijfsmiddelen in gebruik werden genomen, volgens het in artikel 9, naargelang de aard of het gebruik van het goed gemaakte onderscheid. Wanneer het bedrijfsmiddel overgaat van een bedrijfsafdeling waarvan de handelingen recht op aftrek geven naar een bedrijfsafdeling waarvan de handelingen geen recht op aftrek geven, is het terug te storten bedrag gelijk aan de oorspronkelijk in aftrek gebrachte belasting, verminderd met een vijfde, een vijftiende of een vijfentwintigste, volgens hetzelfde onderscheid, per jaar dat verstreken is vóór het jaar waarin de wijziging in het gebruik is ingetreden. Wanneer het bedrijfsmiddel overgaat van een bedrijfsafdeling waarvan de handelingen geen recht op aftrek geven naar een bedrijfsafdeling waarvan de handelingen wel dat recht geven, is het bedrag van de aftrek gelijk aan de belasting die oorspronkelijk niet kon worden afgetrokken, verminderd met een vijfde, een vijftiende of een vijfentwintigste volgens het hierboven gemaakte onderscheid.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 3, van 10 december 1969, met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2020-01-02; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.