Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

KB nr. 3 (btw), Art. 18ter

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Artikel 18ter van het KB nr. 3 regelt wanneer de btw-administratie een belastingplichtige kan verplichten de aftrek toe te passen volgens het werkelijk gebruik van de goederen en diensten, of van een deel ervan, op grond van artikel 46, § 2, tweede lid, van het Wetboek. De bevoegde dienst kan dat bij een met redenen omklede beslissing opleggen aan een belastingplichtige van afdeling IV, wanneer het algemeen verhoudingsgetal van artikel 12 leidt tot ongelijkheden bij de toepassing van de belasting en een van drie omstandigheden zich voordoet: de activiteit omvat een afdeling met en een afdeling zonder recht op aftrek die duidelijk te onderscheiden zijn, in het bijzonder bij een afzonderlijke boekhouding per afdeling; de belastingplichtige kan bij de aankoop bepalen voor welke afdeling de goederen of diensten uitsluitend bestemd zijn; of het algemeen verhoudingsgetal kan niet worden toegepast omdat de noemer van de breuk moeilijk of onmogelijk te bepalen is. De administratie stelt de belastingplichtige bij aangetekende zending in kennis; de beslissing vermeldt de feitelijke gegevens die haar rechtvaardigen en de datum waarop ze uitwerking heeft. In de regel werkt ze vanaf de eerste dag van het aangiftetijdvak waarin de kennisgeving plaatsvond, maar ze kan vroeger werken wanneer blijkt dat de gegevens in bepaalde aangiften onjuist zijn. Daarnaast mag de Minister van Financiën in dezelfde gevallen een bedrijfssector of een bepaalde groep belastingplichtigen via een circulaire tot die aftrekmethode verplichten. Niet behandeld: de precieze opsomming van de aangiften uit het koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992 en het koninklijk besluit nr. 55 van 9 maart 2007 waarvan de onjuistheid een vroegere uitwerking mogelijk maakt.

Voor wie

Toepassingsgebied: btw. Het artikel gaat over belastingplichtigen die onder afdeling IV vallen en hun aftrek volgens het algemeen verhoudingsgetal uitoefenen, over de bevoegde dienst van de btw-administratie en over de Minister van Financiën.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat een van de drie omstandigheden alleen al volstaat. De wet koppelt de verplichting ook aan de voorwaarde dat de toepassing van het algemeen verhoudingsgetal leidt tot ongelijkheden bij de toepassing van de belasting.
  • De beslissing laten werken vanaf de datum van de beslissing zelf. In de regel werkt ze vanaf de eerste dag van het aangiftetijdvak waarin de kennisgeving plaatsvond, en vroeger alleen wanneer meegedeelde gegevens onjuist blijken.
  • De vormvereisten over het hoofd zien. De wet vraagt een met redenen omklede beslissing, bij aangetekende zending, met de feitelijke gegevens en de datum van uitwerking.

Verwante bepalingen

  • KB-BTW-3:12 — laag 1 verwijst ernaar voor het algemeen verhoudingsgetal. Volgens die bepaling is dat getal een breuk met als teller het totaalbedrag per kalenderjaar van de handelingen waarvoor aanspraak op aftrek bestaat, en als noemer het totaalbedrag van die handelingen en van de handelingen waarvoor geen aanspraak op aftrek bestaat.
  • W-BTW:46 — laag 1 verwijst naar artikel 46, § 2, tweede lid, van het Wetboek als grondslag; de tekst van dat artikel zit niet bij deze bepaling in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel bepaalt niet welke criteria de belastingplichtige na de verplichting gebruikt om het werkelijk gebruik vast te stellen.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. Overeenkomstig artikel 46, § 2, tweede lid, van het Wetboek, kan de bevoegde dienst van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de in afdeling IV bedoelde belastingplichtige ressorteert bij een met redenen omklede beslissing verplichten de aftrek toe te passen volgens het werkelijk gebruik van de goederen en diensten of een deel ervan, wanneer de toepassing van het in artikel 12 bedoelde algemeen verhoudingsgetal voor de toepassing van de aftrek leidt tot ongelijkheden bij de toepassing van de belasting, wanneer: 1° de economische activiteit een afdeling met recht op aftrek en een afdeling zonder recht op aftrek omvat die duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn, in het bijzonder wanneer voor elke afdeling een afzonderlijke boekhouding wordt gevoerd; 2° de belastingplichtige, op het tijdstip waarop hij goederen of diensten verkrijgt, kan bepalen voor welke afdeling van zijn economische activiteit de goederen of diensten uitsluitend zijn bestemd; 3° het in artikel 12 bedoelde algemeen verhoudingsgetal niet kan worden toegepast omdat het moeilijk of onmogelijk is de noemer te bepalen van de breuk waaruit dit verhoudingsgetal wordt afgeleid. § 2. Wanneer de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde beslist de belastingplichtige te verplichten de aftrek toe te passen volgens het werkelijk gebruik van de goederen en diensten of een deel ervan, stelt zij de belastingplichtige bij aangetekende zending van haar besluit in kennis. Die beslissing vermeldt de feitelijke gegevens die de beslissing rechtvaardigen, inzonderheid de in paragraaf 1 bedoelde omstandigheid of omstandigheden, alsmede de datum waarop ze uitwerking heeft. Die beslissing heeft uitwerking op de eerste dag van het aangiftetijdvak waarin de kennisgeving van deze beslissing heeft plaatsgevonden. Die beslissing kan uitwerking hebben vóór de in het derde lid bedoelde datum wanneer blijkt dat de gegevens die door de belastingplichtige zijn meegedeeld in de aangiften bedoeld in artikel 1, eerste lid, 2, eerste lid of 7bis, van het koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992 met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, de voorafgaande kennisgevingen en de aangiften van aanvang, wijziging en stopzetting van activiteit inzake belasting over de toegevoegde waarde of in de aangiften bedoeld in de artikelen 2, § 2 en 4, § 1, van koninklijk besluit nr. 55 van 9 maart 2007 met betrekking tot de regeling voor belastingplichtigen die een btw-eenheid vormen, onjuist zijn. § 3. De minister van Financiën is gemachtigd, in de in paragraaf 1 bedoelde gevallen, een bedrijfssector of een bepaalde groep belastingplichtigen door middel van een circulaire te verplichten de aftrek toe te passen volgens het werkelijk gebruik van alle of een deel van de goederen en diensten.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 3, van 10 december 1969, met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2026-01-10; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.