Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

KB nr. 3 (btw), Art. 18

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Artikel 18 van het KB nr. 3 geeft de Minister van Financiën twee bevoegdheden. Ten eerste kan door of vanwege de Minister, in de gevallen die hij of iemand namens hem bepaalt, worden afgeweken van artikel 5, § 1, 4°, artikel 10, § 1, 5°, artikel 12 en de artikelen 15 tot 17. Ten tweede bepaalt de Minister de wijze van herziening van de aftrek in drie gevallen: wie uitsluitend handelingen met recht op aftrek verricht en daarnaast handelingen zonder recht op aftrek begint te stellen of een deel van zijn economische activiteit stopzet; wie zowel handelingen met als zonder recht op aftrek verricht en voortaan uitsluitend handelingen met recht op aftrek stelt; en wie met gemengde handelingen overstapt van de regeling van de artikelen 19 tot 21, waarbij de aftrek gebeurt volgens het werkelijke gebruik van de goederen en diensten, naar de regeling volgens het algemeen verhoudingsgetal, of omgekeerd. De tekst in de gegevens eindigt na het derde geval met een puntkomma.

Voor wie

Toepassingsgebied: btw. Het artikel richt zich tot de Minister van Financiën, en raakt belastingplichtigen die van aftrekregeling of van soort handelingen veranderen.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.

Veelgemaakte fouten

  • Dit artikel lezen als een regel die zelf zegt hoe de herziening in de drie gevallen gebeurt. De wet bepaalt alleen dat de wijze van herziening door of vanwege de Minister van Financiën wordt bepaald.
  • Denken dat de afwijkingsbevoegdheid op het hele besluit slaat. Ze is beperkt tot artikel 5, § 1, 4°, artikel 10, § 1, 5°, artikel 12 en de artikelen 15 tot 17.
  • Het derde geval beperken tot één richting. Het geldt voor de overgang van de aftrek volgens het werkelijke gebruik naar de aftrek volgens het algemeen verhoudingsgetal, en omgekeerd.

Verwante bepalingen

  • KB-BTW-3:5 — laag 1 verwijst ernaar voor een afwijking van § 1, 4°. Volgens die bepaling herziet de belastingplichtige de oorspronkelijk verrichte aftrek onder meer wanneer hij ieder recht op aftrek verliest, wat betreft de nog niet vervreemde lichamelijke roerende goederen en de nog niet-gebruikte diensten op het tijdstip van dat verlies.
  • KB-BTW-3:19 — laag 1 verwijst naar de regeling van de artikelen 19 tot 21. Volgens die bepaling herziet wie aftrekt volgens het werkelijk gebruik de aftrek wanneer de goederen en diensten niet worden gebruikt in de bedrijfsafdeling waarvoor ze bestemd waren.
  • KB-BTW-3:21 — laag 1 verwijst naar de regeling van de artikelen 19 tot 21. Die bepaling laat de toepassing van de artikelen 19 en 20 regelen door of vanwege de Minister van Financiën, en noemt twee gevallen die woord voor woord overeenkomen met de eerste twee gevallen van dit artikel; haar derde geval is opgeheven.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel bepaalt zelf niet in welke gevallen wordt afgeweken en hoe de herziening in de drie gevallen gebeurt; dat laat het aan de Minister van Financiën.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

Door of vanwege de Minister van Financiën kan, in de door of namens hem te bepalen gevallen, worden afgeweken van de artikelen 5, § 1, 4°, 10, § 1, 5°, 12 en 15 tot 17. De wijze van herziening van de aftrek wordt bepaald door of vanwege de Minister van Financiën: 1° Wanneer iemand die uitsluitend handelingen verricht die recht op aftrek verlenen, tevens handelingen begint te stellen die geen recht op aftrek verlenen of een gedeelte van zijn economische activiteit stopzet; 2° wanneer iemand die zowel handelingen verricht die recht op aftrek verlenen als handelingen die geen recht op aftrek verlenen, uitsluitend handelingen begint te stellen die recht op aftrek verlenen; 3° wanneer een persoon die zowel handelingen verricht die recht op aftrek verlenen als handelingen die geen recht of aftrek verlenen, overgaat van de bij de artikelen 19 tot 21 van dit besluit bedoelde regeling waarbij de aftrek geschiedt volgens het werkelijke gebruik van de goederen en diensten, naar de regeling waarbij de aftrek geschiedt volgens het algemeen verhoudingsgetal, en omgekeerd;

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 3, van 10 december 1969, met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2011-01-01; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.