KB nr. 3 (btw), Art. 14
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel regelt de kennisgevingen bij de aftrek volgens het algemeen verhoudingsgetal. Volgens paragraaf 1 stelt elke belastingplichtige die zijn recht op aftrek volgens dat verhoudingsgetal uitoefent, de btw-administratie daarvan vooraf in kennis. Dat gebeurt met de aangifte van artikel 1 of 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992, ten laatste voor het einde van het eerste aangiftetijdvak waarin zijn activiteit aanvangt. Wie zijn activiteit zo wijzigt dat hij zowel handelingen met recht op aftrek op grond van artikel 45 van het Wetboek als andere handelingen verricht, doet de kennisgeving vóór het einde van het eerste aangiftetijdvak waarin de wijziging plaatsvindt. Wie op 31 december 2023 al volgens het algemeen verhoudingsgetal aftrok, doet ze vóór 1 juli 2024. De kennisgeving heeft uitwerking voor een onbepaalde duur vanaf de eerste dag van de aanvang of wijziging van de activiteit. Paragraaf 2 laat de belastingplichtige van artikel 46, § 2, van het Wetboek die naar het algemeen verhoudingsgetal wil overstappen, een voorafgaande kennisgeving doen; onverminderd artikel 18bis, § 1, vierde lid, heeft ze uitwerking voor onbepaalde tijd vanaf 1 januari van het jaar na de kennisgeving. Paragraaf 3 regelt de beëindiging: die gebeurt met de voorafgaande kennisgeving van artikel 18bis, § 1, eerste lid, en gaat in op de dag waarop die kennisgeving uitwerking heeft volgens artikel 18bis, § 1, vierde lid. Een kennisgeving tot beëindiging is niet nodig wanneer uit de verklaringen van het koninklijk besluit nr. 10 blijkt dat de belastingplichtige uitsluitend handelingen met recht op aftrek of uitsluitend handelingen zonder recht op aftrek verricht, of dat hij al zijn economische activiteiten heeft beëindigd.
Voor wie
Toepassingsgebied: btw. De bepaling gaat over belastingplichtigen die hun recht op aftrek volgens het algemeen verhoudingsgetal uitoefenen, ernaar willen overstappen of ermee willen stoppen.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.
Veelgemaakte fouten
- De kennisgeving pas doen na het eerste aangiftetijdvak van de activiteit. De wet vraagt ze ten laatste voor het einde van het eerste aangiftetijdvak waarin de activiteit aanvangt.
- Denken dat de kennisgeving elk jaar herhaald wordt. De wet geeft ze uitwerking voor een onbepaalde duur.
- Bij een overstap vanuit artikel 46, § 2, van het Wetboek de nieuwe methode meteen toepassen. De kennisgeving heeft, onverminderd artikel 18bis, § 1, vierde lid, uitwerking vanaf 1 januari van het jaar na de kennisgeving.
- Een kennisgeving tot beëindiging sturen na de stopzetting van alle activiteiten. De wet vraagt die niet wanneer uit de verklaring van artikel 3 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10 blijkt dat alle economische activiteiten beëindigd zijn.
Verwante bepalingen
- KB-BTW-3:18bis — regelt de aftrek volgens het werkelijk gebruik van de goederen en diensten op grond van een voorafgaande kennisgeving. Die kennisgeving heeft uitwerking voor een onbepaalde duur vanaf 1 januari van het betrokken kalenderjaar, of vanaf de eerste dag van de aanvang of wijziging van de activiteit; een terugkeer naar het algemeen verhoudingsgetal kan ten vroegste op 31 december van het derde jaar na de datum van uitwerking ervan.
- W-BTW:12, W-BTW:45, W-BTW:46, W-BTW:47, W-BTW:48 en W-BTW:49 — artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
- W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen uit het Wetboek; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt niet hoe het algemeen verhoudingsgetal berekend wordt.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. Overeenkomstig artikel 46, § 1, eerste lid, van het Wetboek stelt elke belastingplichtige die zijn recht op aftrek uitoefent overeenkomstig het in deze afdeling bedoelde algemeen verhoudingsgetal, de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde daarvan vooraf in kennis. De belastingplichtige doet de in het eerste lid bedoelde kennisgeving door middel van de aangifte bedoeld in artikel 1 of 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992, met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, de voorafgaande kennisgevingen en de aangiften van aanvang, wijziging en stopzetting van activiteit inzake belasting over de toegevoegde waarde, ten laatste voor het einde van het eerste aangiftetijdvak waarin de aanvang van zijn activiteit plaatsvindt. In afwijking van het tweede lid, doet een belastingplichtige: 1° die zijn activiteit zodanig wijzigt dat hij zowel handelingen verricht die recht geven op aftrek op grond van artikel 45 van het Wetboek als andere handelingen, de in het eerste lid bedoelde kennisgeving op dezelfde wijze vóór het einde van het eerste aangiftetijdvak waarin de wijziging van zijn activiteit plaatsvindt; 2° die op 31 december 2023 de aftrek verricht overeenkomstig het in deze afdeling bedoelde algemeen verhoudingsgetal, de in het eerste lid bedoelde kennisgeving op dezelfde wijze vóór 1 juli 2024 volgens de procedure bedoeld in het tweede lid. De in het eerste lid bedoelde kennisgeving heeft uitwerking voor een onbepaalde duur vanaf de eerste dag van de aanvang of wijziging van zijn activiteit. § 2. De in artikel 46, § 2, van het Wetboek bedoelde belastingplichtige die zijn recht op aftrek wenst uit te oefenen overeenkomstig het in deze afdeling bedoelde algemeen verhoudingsgetal, brengt de administratie die belast is met de belasting over de toegevoegde waarde op de hoogte door middel van een voorafgaande kennisgeving overeenkomstig de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde modaliteiten. Onverminderd artikel 18bis, § 1, vierde lid, heeft de in het eerste lid bedoelde kennisgeving voor onbepaalde tijd uitwerking vanaf 1 januari van het jaar volgend op die kennisgeving. § 3. De in de paragraaf 1 bedoelde belastingplichtige die de aftrek volgens het algemeen verhoudingsgetal wenst te beëindigen, stelt de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde daarvan in kennis door middel van de in artikel 18bis, § 1, eerste lid, bedoelde voorafgaande kennisgeving. Die beëindiging gaat in op de dag waarop die kennisgeving uitwerking heeft overeenkomstig artikel 18bis, § 1, vierde lid. De belastingplichtige doet geen in het eerste lid bedoelde kennisgeving, wanneer: 1° uit de verklaring bedoeld in artikel 2, eerste lid of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992 met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, de voorafgaande kennisgevingen en de aangiften van aanvang, wijziging en stopzetting van activiteit inzake belasting over de toegevoegde waarde, blijkt dat de belastingplichtige in het kader van zijn economische activiteit uitsluitend handelingen verricht die hetzij recht geven op aftrek op grond van artikel 45 van het Wetboek hetzij geen recht op aftrek geven; 2° uit de verklaring bedoeld in artikel 3 of 7bis van het in 1° vermelde koninklijk besluit blijkt dat de belastingplichtige alle economische activiteiten die hem de hoedanigheid van belastingplichtige verlenen, heeft beëindigd.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 3, van 10 december 1969, met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2026-01-10; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.