KB nr. 3 (btw), Art. 11
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel bepaalt hoe groot de herziening van de aftrek voor bedrijfsmiddelen is en hoe ze in de tijd verloopt. Bij een wijziging in het gebruik (artikel 10, § 1, 1°), berekend op de wijze van artikel 1, § 2, gebeurt de herziening voor ieder jaar waarin een wijziging in het gebruik intreedt, tot beloop van een vijfde, een vijftiende of een vijfentwintigste van de oorspronkelijk afgetrokken belasting, naargelang het onderscheid van artikel 9. In het geval van artikel 9, § 4, eerste lid, 2°, gebeurt ze jaarlijks tot beloop van een breuk: in de teller het deel van de afgetrokken belasting dat nog niet herzien werd, in de noemer het aantal nog niet verlopen jaren van de herzieningstermijn van vijfentwintig jaar, telkens op het moment van de wijziging in het gebruik. Wordt het bedrijfsmiddel geheel voor privédoeleinden of voor handelingen zonder recht op aftrek gebruikt, dan gebeurt de herziening in eenmaal, voor het jaar van de wijziging en de nog te lopen jaren. Bij een wijziging van de factoren (artikel 10, § 1, 2°) gebeurt de herziening ieder jaar tot beloop van een vijfde, een vijftiende of een vijfentwintigste, volgens de regels van de artikelen 12 tot 21. De herzieningen van artikel 10, § 1, 3° tot 5°, en § 2 gebeuren in eenmaal voor het jaar van de oorzaak en de nog te lopen jaren van het herzieningstijdvak. Paragraaf 4 legt wie btw op onroerende bedrijfsmiddelen heeft afgetrokken een bewaartermijn van vijftien jaar op voor de boeken en stukken over de handelingen van artikel 9, § 2, tweede lid, en van vijfentwintig jaar voor die over de handelingen van artikel 9, § 3. Paragraaf 5 vraagt een tabel van de bedrijfsmiddelen waarmee de aftrek en de herzieningen gecontroleerd kunnen worden; voor de toepassing van artikel 60 van het Wetboek wordt die tabel per bedrijfsmiddel bewaard gedurende tien jaren vanaf het verstrijken van het herzieningstijdvak. Paragraaf 6 laat de toepassing regelen door of vanwege de minister van Financiën.
Voor wie
Toepassingsgebied: btw. De bepaling gaat over elke belastingplichtige die de aftrek voor een bedrijfsmiddel herziet, en voor de bewaarplicht van paragraaf 4 over wie btw op onroerende bedrijfsmiddelen heeft afgetrokken.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Er staat geen eurobedrag in de gegevens, dus symbolisch. De grondslag in het vierde geval van artikel 10, § 1, is volgens paragraaf 3, 2°, "het bedrag van de oorspronkelijk in aftrek gebrachte belasting".
Een bedrijfsmiddel met een herzieningstijdvak van vijf jaar, waarvoor B aan btw werd afgetrokken, houdt in het derde jaar van dat tijdvak op in de onderneming te bestaan, zonder dat een van de uitzonderingen van artikel 10, § 1, 4°, speelt:
- herziening per jaar: een vijfde van B;
- jaren waarvoor in eenmaal herzien wordt: het derde, het vierde en het vijfde jaar, dus drie jaren;
- herziening in eenmaal: B × 3 / 5, afgerond op hele centen.
Voor het geval van artikel 9, § 4, eerste lid, 2°: met T het nog niet herziene deel van de afgetrokken belasting en N het aantal nog niet verlopen jaren van de termijn van vijfentwintig jaar, bedraagt de jaarlijkse herziening T / N, afgerond op hele centen.
Veelgemaakte fouten
- Bij een volledige overschakeling naar privégebruik jaar per jaar herzien. De wet laat dan in eenmaal herzien, voor het jaar van de wijziging en de nog te lopen jaren.
- Bij een handeling met recht op aftrek na een beperkte aftrek (artikel 10, § 1, 3°) vertrekken van de oorspronkelijk afgetrokken belasting. De wet vertrekt dan van het bedrag van de belasting dat de beperking van de aftrek heeft ondergaan.
- Voor elk bedrijfsmiddel dezelfde breuk gebruiken. De wet gebruikt een vijfde, een vijftiende of een vijfentwintigste naargelang het onderscheid van artikel 9.
- De bewaartermijn laten lopen vanaf de aankoop. De wet laat hem lopen vanaf 1 januari van het jaar volgend op de sluiting van de boeken, op de datum van de stukken of op het laatste jaar waarin een geïnformatiseerd systeem gebruikt wordt, en vanaf 1 januari van het jaar van ingebruikneming van het bedrijfsmiddel als dat later valt.
- De tabel van de bedrijfsmiddelen even kort bewaren als de gewone stukken. De wet laat ze bewaren gedurende tien jaren vanaf het verstrijken van het herzieningstijdvak.
Verwante bepalingen
- KB-BTW-3:10 — somt de gevallen op waarin de herziening voor een bedrijfsmiddel verricht wordt, zoals een wijziging in het gebruik, een wijziging van de factoren van de aftrek, een handeling met recht op aftrek na een beperkte aftrek, het ophouden te bestaan van het bedrijfsmiddel en het verlies van de hoedanigheid van belastingplichtige.
- KB-BTW-3:1 — sluit het recht op aftrek uit naar verhouding van het gebruik voor privédoeleinden of andere doeleinden dan de economische activiteit; paragraaf 1 van dit artikel berekent de herziening op die wijze.
- KB-BTW-3:9 — bepaalt de herzieningstijdvakken van vijf, vijftien en vijfentwintig jaar, waarop de breuken van dit artikel steunen.
- KB-BTW-3:12 — omschrijft het algemeen verhoudingsgetal als een breuk van de handelingen met aanspraak op aftrek over alle handelingen, per kalenderjaar; het hoort bij de artikelen 12 tot 21 waarnaar paragraaf 2 verwijst.
- KB-BTW-3:21 — laat de toepassing van de artikelen 19 en 20 regelen door of vanwege de minister van Financiën, onder meer de wijze van herziening wanneer iemand handelingen zonder recht op aftrek begint te stellen of er net mee ophoudt.
- W-BTW:12, W-BTW:45, W-BTW:46, W-BTW:47, W-BTW:48 en W-BTW:49 — artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
- W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen uit het Wetboek; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt niet hoe de verhouding van het gebruik zelf vastgesteld wordt.
Zo past Theca dit toe
Scherm btwHerziening
Dit scherm gebruikt paragraaf 3 van dit artikel: de herziening in eenmaal, voor het jaar waarin de oorzaak zich voordoet en de nog te lopen jaren van het herzieningstijdvak. Statusvoorstel: toegepast.
De gegevens bevatten bij dit artikel geen parameters.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. De herziening bedoeld in artikel 10, § 1, 1°, die wordt berekend op de wijze bepaald in artikel 1, § 2, wordt verricht tot beloop van een vijfde, een vijftiende of een vijfentwintigste, volgens het onderscheid gemaakt in artikel 9, naargelang de aard of het gebruik van het goed, van het bedrag van de oorspronkelijk in aftrek gebrachte belasting, voor ieder jaar waarin een wijziging in het gebruik intreedt. In het geval bedoeld in artikel 9, § 4, eerste lid, 2°, wordt de herziening bedoeld in het eerste lid voor het tijdvak vanaf 1 januari van het jaar waarin de wijziging in het gebruik zich heeft voorgedaan tot het vijfentwintigste jaar dat volgt op de ingebruikneming van het goed, jaarlijks verricht tot beloop van een bedrag dat het resultaat is van de breuk met: 1° in de teller: het totale bedrag van de in aftrek gebrachte belasting dat nog niet aan herziening werd onderworpen op het moment van de wijziging in het gebruik; 2° in de noemer: het aantal nog niet verlopen jaren van de herzieningstermijn van vijfentwintig jaar op het moment van de wijziging in het gebruik. Wanneer het bedrijfsmiddel geheel wordt gebruikt voor privédoeleinden of ter verwezenlijking van handelingen die geen recht op aftrek verlenen, wordt de herziening in eenmaal verricht, voor het jaar waarin de wijziging in het gebruik intreedt en voor de nog te lopen jaren. § 2. De bij artikel 10, § 1, 2°, bedoelde herziening wordt ieder jaar verricht tot beloop van een vijfde, een vijftiende of een vijfentwintigste volgens het geval, van het bedrag van de oorspronkelijk in aftrek gebrachte belasting, overeenkomstig de regelen gegeven door of ter uitvoering van de artikelen 12 tot 21 van dit besluit. § 3. De bij artikel 10, § 1, 3° tot 5° en § 2, bedoelde herziening wordt in eenmaal verricht voor het jaar waarin de oorzaak van de herziening zich heeft voorgedaan en voor de nog te lopen jaren van het herzieningstijdvak tot beloop, volgens het geval, van een vijfde, een vijftiende of een vijfentwintigste per jaar : 1° in de gevallen bedoeld in artikel 10, § 1, 3°, van het bedrag van de belasting welke de in die bepaling bedoelde beperking van de aftrek heeft ondergaan; 2° in de gevallen bedoeld in artikel 10, § 1, 4° en 5° en § 2, van het bedrag van de oorspronkelijk in aftrek gebrachte belasting. § 4. De belastingplichtige die de aftrek van de belasting geheven van onroerende bedrijfsmiddelen heeft verricht, is gehouden de boeken, de stukken, de facturen, de contracten, de rekeninguittreksels en de andere stukken, vermeld in artikel 60, §§ 1 en 4, van het Wetboek met betrekking tot de handelingen opgesomd in artikel 9, § 2, tweede lid, gedurende vijftien jaar te bewaren. Die termijn bedraagt vijfentwintig jaar voor de boeken, documenten, facturen, contracten, stukken, rekeninguittreksels en andere documenten die betrekking hebben op de handelingen opgesomd in artikel 9, § 3. De bewaringstermijnen bedoeld in het eerste en het tweede lid beginnen te lopen vanaf 1 januari van het jaar volgend op hun sluiting wat boeken betreft, hun datum wat stukken betreft of het laatste jaar waarin een geïnformatiseerd systeem als bedoeld in artikel 60, § 4, derde lid, van het Wetboek, wordt gebruikt. De bewaringstermijn begint evenwel te lopen vanaf 1 januari van het jaar waarin het bedrijfsmiddel in gebruik werd genomen, wanneer dat tijdstip valt na die welke worden bepaald in het derde lid. § 5. De belastingplichtige houdt een tabel van zijn bedrijfsmiddelen, die het mogelijk maakt de aftrek en de herzieningen die hij heeft verricht te controleren. Voor de toepassing van artikel 60 van het Wetboek moet de tabel betreffende een bepaald bedrijfsmiddel worden bewaard gedurende een tijdvak van tien jaren te rekenen vanaf het verstrijken van het in artikel 9 van dit besluit bedoelde herzieningstijdvak. § 6. De toepassing van dit artikel wordt geregeld door of vanwege de Minister van Financiën.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 3, van 10 december 1969, met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2024-01-01; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.