KB nr. 3 (btw), Art. 10
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel somt op wanneer de herziening van de aftrek voor een bedrijfsmiddel verricht wordt tijdens het herzieningstijdvak van het vorige artikel van dit besluit. Volgens paragraaf 1 gaat het om vijf gevallen. Het eerste: het bedrijfsmiddel wordt geheel of gedeeltelijk gebruikt voor privédoeleinden, voor handelingen zonder recht op aftrek of voor handelingen met recht op aftrek in een andere verhouding dan die van de oorspronkelijke aftrek; dat geldt niet wanneer het hele privégebruik leidt tot een belastbare levering in de zin van artikel 12, § 1, 1° of 2°, van het Wetboek. Het tweede: de factoren die aan de berekening van de aftrek ten grondslag lagen, wijzigen. Het derde: het bedrijfsmiddel is het voorwerp van een handeling met recht op aftrek, in de mate waarin de aftrek beperkt was om een andere reden dan artikel 45, § 2, van het Wetboek. Het vierde: het bedrijfsmiddel houdt op in de onderneming te bestaan of wordt niet meer gebruikt voor de btw-eenheid na de uittreding van een lid, tenzij aangetoond wordt dat dit volgt uit een handeling met recht op aftrek of dat het bedrijfsmiddel vernietigd of ontvreemd werd. Het vijfde: iemand verliest de hoedanigheid van belastingplichtige, treedt toe tot een btw-eenheid of verricht voor onroerende goederen uit hun aard en zakelijke rechten die aan herziening onderworpen zijn nog slechts handelingen zonder recht op aftrek, tenzij die goederen geleverd werden met recht op aftrek of die zakelijke rechten met toepassing van de belasting (weder)overgedragen werden. In het derde geval is de aftrek na herziening beperkt tot de maatstaf van heffing van de levering vermenigvuldigd met het tarief waartegen de te herziene belasting berekend werd. Paragraaf 2 voegt twee gevallen toe binnen het stelsel van de btw-eenheid, en paragraaf 3 laat een verrekening toe tussen de bedragen van de herzieningen in het vierde en vijfde geval en de aftrek uit paragraaf 2. Die verrekening vraagt de schriftelijke toestemming van het betrokken lid en van de vertegenwoordiger van de btw-eenheid, gebeurt in hoofde van de btw-eenheid, en vraagt een inventaris van de aan herziening onderworpen goederen en een afschrift van de toestemming voor de btw-controlekantoren.
Voor wie
Toepassingsgebied: btw. De bepaling gaat over elke belastingplichtige die btw op een bedrijfsmiddel heeft afgetrokken, met bijzondere regels voor leden van een btw-eenheid.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Symbolisch, voor de grens in het derde geval, met als grondslag "de maatstaf van heffing voor de levering":
- maatstaf van heffing van de levering: M;
- tarief waartegen de belasting berekend werd waarvan de aftrek herzien wordt: t;
- de aftrek die ingevolge de herziening mag worden gebracht, is hoogstens M × t, afgerond op hele centen.
Veelgemaakte fouten
- Privégebruik altijd herzien. De wet herziet niet wanneer het hele privégebruik leidt tot een belastbare levering in de zin van artikel 12, § 1, 1° of 2°, van het Wetboek.
- Een vernietigd of ontvreemd bedrijfsmiddel behandelen als elk ander bedrijfsmiddel dat ophoudt te bestaan. De wet herziet niet wanneer aangetoond wordt dat het vernietigd of ontvreemd werd.
- Bij een handeling met recht op aftrek de volledige eerder niet afgetrokken btw alsnog aftrekken. De wet begrenst die aftrek tot de maatstaf van heffing maal het tarief, en een beperking die voortspruit uit artikel 45, § 2, van het Wetboek valt buiten dit geval.
- Binnen een btw-eenheid verrekenen zonder schriftelijke toestemming. De wet vraagt de schriftelijke toestemming van het betrokken lid en van de vertegenwoordiger van de btw-eenheid.
Verwante bepalingen
- W-BTW:12 en W-BTW:45 — laag 1 verwijst naar artikel 12, § 1, 1° of 2°, en naar artikel 45, § 2, van het Wetboek; dit besluit voert die artikelen volgens de gegevens uit, maar hun tekst zit niet in de gegevens.
- W-BTW:46, W-BTW:47, W-BTW:48 en W-BTW:49 — andere artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
- W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen uit het Wetboek; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt niet hoe groot de herziening per jaar is.
Zo past Theca dit toe
Scherm activa
Dit scherm gebruikt paragraaf 1 van dit artikel, de gevallen waarin de aftrek voor een bedrijfsmiddel herzien wordt. Statusvoorstel: toegepast.
Scherm btwHerziening
Dit scherm gebruikt eveneens paragraaf 1 van dit artikel. Statusvoorstel: toegepast.
De gegevens bevatten bij dit artikel geen parameters.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. De in het vorige artikel bedoelde herziening moet worden verricht wanneer gedurende het in dat artikel bedoelde tijdvak : 1° het bedrijfsmiddel door de belastingplichtige geheel of gedeeltelijk wordt gebruikt voor privé-doeleinden of ter verwezenlijking van handelingen die geen recht op aftrek verlenen, of die recht op aftrek verlenen in een andere verhouding dan die welke als grondslag heeft gediend voor de oorspronkelijke aftrek; deze bepaling geldt evenwel niet wanneer het hele privé-gebruik aanleiding geeft tot een belastbare levering in de zin van artikel 12, § 1, 1° of 2°, van het Wetboek; 2° enige wijziging is ingetreden in de factoren die, met inachtneming van de uitgeoefende economische activiteit, aan de berekening van de aftrek gedaan voor het bedrijfsmiddel ten grondslag hebben gelegen; 3° het bedrijfsmiddel het voorwerp is van een handeling die recht op aftrek verleent en in de mate waarin de aftrek van de belasting geheven op dat goed een beperking heeft ondergaan andere dan die voortspruitend uit artikel 45, § 2, van het Wetboek; 4° het bedrijfsmiddel ophoudt in de onderneming te bestaan of wanneer het niet meer gebruikt wordt voor de BTW-eenheid ingevolge de uittreding van één van haar leden, tenzij wordt aangetoond dat zulks het gevolg is van een handeling die recht op aftrek verleent of dat het bedrijfsmiddel vernietigd of ontvreemd werd; 5° iemand de hoedanigheid van belastingplichtige verliest of wanneer hij toetreedt tot een BTW-eenheid , of nog slechts handelingen verricht die geen recht op aftrek verlenen wat betreft de aan herziening onderworpen onroerende goederen uit hun aard en de zakelijke rechten, tenzij die goederen het voorwerp hebben uitgemaakt van een levering die recht op aftrek verleent of die zakelijke rechten met toepassing van de belasting werden overgedragen of wederovergedragen . In het geval van het 3° wordt het bedrag van de belasting, dat ingevolge de herziening in aftrek mag worden gebracht, beperkt tot het bedrag dat wordt bekomen door de maatstaf van heffing voor de levering te vermenigvuldigen met het tarief waartegen de belasting, waarvan de aftrek wordt herzien, werd berekend. § 2. De herziening moet ook worden verricht wanneer gedurende het in het vorig artikel bedoelde tijdvak : - het bedrijfsmiddel dat het voorwerp heeft uitgemaakt van de in § 1, eerste lid, 4°, bedoelde herziening, gebruikt wordt door het uittredend lid van de BTW-eenheid ter verwezenlijking van handelingen die recht op aftrek verlenen; - het bedrijfsmiddel dat het voorwerp heeft uitgemaakt van de in § 1, eerste lid, 5°, bedoelde herziening, door de btw-eenheid gebruikt wordt ter verwezenlijking van handelingen die recht op aftrek verlenen. § 3. In het kader van het stelsel van de BTW-eenheid kunnen de bedragen verschuldigd ingevolge de in § 1, eerste lid, 4° en 5°, bedoelde herzieningen, worden verrekend met het bedrag van de belasting die in aftrek kan worden gebracht overeenkomstig de in § 2 bedoelde herziening. Deze verrekening vereist de schriftelijke toestemming van het betrokken lid en van de vertegenwoordiger van de BTW-eenheid . De verrekening moet gebeuren in hoofde van de BTW-eenheid . Daartoe moet aan de BTW-controlekantoren waaronder de BTW-eenheid en het betrokken lid ressorteren, een inventaris worden verstrekt van de aan herziening onderworpen goederen, waarvan het model is vastgesteld door of vanwege de minister van Financiën, en van een afschrift van de bovenbedoelde toestemming.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 3, van 10 december 1969, met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2007-04-01; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.