KB nr. 3 (btw), Art. 1
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-27). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel legt de basis van het recht op aftrek in dit besluit. Volgens paragraaf 1 brengt de belastingplichtige de btw in aftrek die geheven is van de goederen en diensten die hij bestemt voor de handelingen bedoeld in artikel 45, § 1, 1° tot 5°, van het Wetboek. Dat gebeurt onder de voorwaarden van de artikelen 2 tot 4 van dit besluit en onder voorbehoud van artikel 45, §§ 1bis, 2 en 3, van het Wetboek. Verricht de belastingplichtige in zijn economische activiteit ook handelingen waarvoor geen aanspraak op aftrek bestaat, dan volgt hij voor de berekening van zijn aftrek de artikelen 46 en 48 van het Wetboek en de artikelen 12 tot 21 van dit besluit. Paragraaf 2 sluit de aftrek in elk geval uit voor btw op goederen en diensten die bestemd zijn voor privédoeleinden of voor andere doeleinden dan de economische activiteit. Is een goed of dienst bestemd om daar gedeeltelijk voor te dienen, dan is het recht op aftrek uitgesloten naar verhouding van dat gebruik. De belastingplichtige bepaalt die verhouding zelf, onder controle van de btw-administratie.
Voor wie
Toepassingsgebied: btw. De bepaling gaat over elke belastingplichtige die btw in aftrek brengt, en in het bijzonder over wie goederen of diensten ook gebruikt voor privédoeleinden of voor andere doeleinden dan zijn economische activiteit.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Symbolisch, voor een goed dat gedeeltelijk voor privédoeleinden gebruikt wordt (paragraaf 2), met als grondslag de btw geheven van dat goed:
- btw geheven van het goed: B;
- aandeel van het privégebruik, door de belastingplichtige bepaald: p;
- uitgesloten van aftrek: B × p, afgerond op hele centen;
- blijft over voor aftrek: B min dat uitgesloten bedrag.
Of dat overblijvende bedrag ook echt afgetrokken kan worden, hangt verder af van de voorwaarden van de artikelen 2 tot 4 van dit besluit.
Veelgemaakte fouten
- Denken dat een beperkt privégebruik de aftrek onaangeroerd laat. De wet sluit het recht op aftrek uit "naar verhouding van dat gebruik".
- Denken dat de administratie de verhouding van het privégebruik vastlegt. De wet laat de belastingplichtige die verhouding bepalen, onder controle van de administratie.
- Bij een activiteit met ook handelingen zonder aanspraak op aftrek alleen dit artikel toepassen. De wet verwijst dan voor de berekening naar de artikelen 46 en 48 van het Wetboek en de artikelen 12 tot 21 van dit besluit.
- Vergeten dat de aftrek onder voorbehoud staat van artikel 45, §§ 1bis, 2 en 3, van het Wetboek.
Verwante bepalingen
- KB-BTW-3:2 — bepaalt wanneer het recht op aftrek ontstaat, voor de meeste gevallen op het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt.
- KB-BTW-3:4 — regelt hoe de belastingplichtige zijn recht op aftrek globaal uitoefent per aangiftetijdvak, en in welke aangifte dat gebeurt als de formaliteiten niet tijdig vervuld zijn.
- W-BTW:12, W-BTW:45, W-BTW:46, W-BTW:47, W-BTW:48 en W-BTW:49 — artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
- W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen uit het Wetboek; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt niet volgens welke methode de belastingplichtige de verhouding van het privégebruik berekent.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 45, §§ 1bis, 2 en 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, brengt de belastingplichtige, onder de voorwaarden gesteld bij de artikelen 2 tot 4 van dit besluit, de belasting in aftrek geheven van de goederen en diensten die hij bestemt voor het verrichten van in artikel 45, § 1, 1° tot 5°, van het Wetboek bedoelde handelingen. Indien de belastingplichtige in de uitoefening van zijn economische activiteit andere handelingen verricht waarvoor geen aanspraak op aftrek bestaat, gedraagt hij zich, voor het vaststellen van de te verrichten aftrek, naar het bepaalde in de artikelen 46 en 48 van het Wetboek en 12 tot 21 van dit besluit. § 2. Voor aftrek komt in geen geval in aanmerking de belasting geheven van de goederen en diensten die een belastingplichtige bestemt voor privé-doeleinden of voor andere doeleinden dan die van zijn economische activiteit. Wanneer een goed of een dienst bestemd is om gedeeltelijk voor zulke doeleinden te worden gebruikt, is het recht op aftrek naar verhouding van dat gebruik uitgesloten. Die verhouding dient door de belastingplichtige te worden bepaald onder controle van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 3, van 10 december 1969, met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2014-05-16; wettekst gecontroleerd op 2026-09-27. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.