KB nr. 24 (btw), Art. 10
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel bepaalt dat de betaling "eveneens" gedaan wordt overeenkomstig de artikelen 15 tot 17 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, een ander wetboek dan het btw-Wetboek. Het gaat om de belasting over de toegevoegde waarde waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de aangifte bedoeld in artikel 53ter, 1°, van het Wetboek; de belasting waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de aangifte bedoeld in artikel 18, § 8, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde; de administratieve geldboeten voor het te laat indienen van die aangiften; en de administratieve geldboeten en de interest verschuldigd overeenkomstig artikel 91, § 1, van het Wetboek voor het laattijdig betalen van de belasting waarvan de opeisbaarheid uit die aangiften blijkt. De regel geldt "onverminderd de toepassing van artikel 20"; de tekst van dat artikel zit niet in de gegevens.
Voor wie
Toepassingsgebied: btw. Het artikel gaat over wie belasting, administratieve geldboeten of interest verschuldigd is die verbonden zijn aan de aangifte bedoeld in artikel 53ter, 1°, van het Wetboek of aan de aangifte bedoeld in artikel 18, § 8, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 1.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.
Veelgemaakte fouten
- Het "Wetboek" in de verwijzing naar de artikelen 15 tot 17 lezen als het btw-Wetboek. De tekst verwijst daar naar het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
- Alleen de belasting onder deze regel brengen. De wet noemt ook de administratieve geldboeten voor het te laat indienen van de aangiften en de administratieve geldboeten en de interest voor het laattijdig betalen.
- Het voorbehoud vergeten. De regel geldt onverminderd de toepassing van artikel 20.
Verwante bepalingen
- W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen uit het Wetboek; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt zelf niet op welke rekening of volgens welke wijze de betaling gebeurt; het verwijst daarvoor naar het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
Onverminderd de toepassing van artikel 20, wordt de betaling eveneens gedaan overeenkomstig hetgeen voorzien is in de artikelen 15 tot 17 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen voor : 1° de belasting over de toegevoegde waarde waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de aangifte bedoeld in artikel 53ter, 1° van het Wetboek; 1°/1 de belasting over de toegevoegde waarde waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de aangifte bedoeld in artikel 18, § 8, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde; 2° de administratieve geldboeten voor het te laat indienen van die aangiften; 3° de administratieve geldboeten en de interest verschuldigd overeenkomstig artikel 91, § 1 van het Wetboek, voor het laattijdig betalen van de belasting waarvan de opeisbaarheid uit die aangiften blijkt.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 24, van 29 december 1992, met betrekking tot de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2020-01-01; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.