Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

KB nr. 2 (btw), Art. 4

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel regelt de overstap van de forfaitaire regeling naar de vrijstellingsregeling van belasting. De belastingplichtige die de zetel van zijn economische activiteit in België heeft gevestigd en aan de forfaitaire regeling is onderworpen, kan overeenkomstig artikel 56ter, § 1, van het Wetboek gebruikmaken van de vrijstellingsregeling vanaf 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober van een kalenderjaar, wanneer zijn totale omzet die aan de forfaitaire regeling onderworpen is gedurende het voorgaande kalenderjaar het bedrag bedoeld in artikel 56ter, § 1, eerste lid, van het Wetboek niet heeft overschreden. Wie van die regeling gebruik wil maken, dient de aanvraag in binnen de termijn en volgens de modaliteiten bedoeld in artikel 3, § 2, tweede tot en met vijfde lid, van het koninklijk besluit nr. 19 van 15 december 2024. De tekst zegt daarna dat "de in het tweede lid bedoelde kennisgeving" uitwerking heeft overeenkomstig artikel 3, § 2, vierde en vijfde lid, van dat koninklijk besluit nr. 19; hij spreekt dus eerst van een aanvraag en dan van een kennisgeving. Bij de overgang naar de vrijstellingsregeling verricht de belastingplichtige de herziening onder de voorwaarden bedoeld in artikel 4, § 1, van het koninklijk besluit nr. 19 van 15 december 2024. Hij kan evenwel, overeenkomstig artikel 56, § 4, derde lid, van het Wetboek, teruggaaf van de voldane belasting verkrijgen "volgens de in artikel 3, § 3, tweede en derde lid voorziene modaliteiten".

Voor wie

Toepassingsgebied volgens het manifest: btw. De tekst betreft de belastingplichtige die de zetel van zijn economische activiteit in België heeft gevestigd en die aan de forfaitaire regeling is onderworpen.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Het bedrag waarmee de omzet wordt vergeleken, staat in artikel 56ter, § 1, eerste lid, van het Wetboek en zit niet in de gegevens.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat de overstap op elk moment kan. De wet noemt als aanvangsdatum 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober van een kalenderjaar.
  • De omzet van het lopende jaar toetsen. De wet kijkt naar de totale omzet die aan de forfaitaire regeling onderworpen is gedurende het voorgaande kalenderjaar.
  • De herziening vergeten. Bij de overgang naar de vrijstellingsregeling verricht de belastingplichtige de herziening onder de voorwaarden bedoeld in artikel 4, § 1, van het koninklijk besluit nr. 19 van 15 december 2024.

Verwante bepalingen

  • KB-BTW-2:3 — volgens zijn tekst wordt de terug te geven belasting berekend over de waarde waarop de belastingplichtige bij toepassing van de forfaitaire regeling werd belast, en kan de teruggaaf slechts worden verleend mits indiening van een inventaris van de voorraad, in twee exemplaren, binnen een maand vanaf de datum van de wijziging van de belastingregeling.
  • W-BTW:53, W-BTW:54, W-BTW:56, W-BTW:77 en W-BTW:80 — artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
  • W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel noemt niet zelf het bedrag waaronder de omzet moet blijven; het verwijst daarvoor naar artikel 56ter, § 1, eerste lid, van het Wetboek.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. De belastingplichtige die de zetel van zijn economische activiteit in België heeft gevestigd en die is onderworpen aan de forfaitaire regeling kan overeenkomstig artikel 56ter, § 1, van het Wetboek gebruikmaken van de vrijstellingsregeling van belasting vanaf 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober van een kalenderjaar wanneer zijn totale omzet die aan de forfaitaire regeling onderworpen is gedurende het voorgaande kalenderjaar het in artikel 56ter, § 1, eerste lid, van het Wetboek bedoeld bedrag niet heeft overschreden. De belastingplichtige die van die regeling gebruik wil maken, dient in dat geval de aanvraag in binnen de termijn en volgens de modaliteiten bedoeld in artikel 3, § 2, tweede tot en met vijfde lid, van het koninklijk besluit nr. 19 van 15 december 2024 met betrekking tot de vrijstellingsregeling van belasting over de toegevoegde waarde in het voordeel van kleine ondernemingen. De in het tweede lid bedoelde kennisgeving heeft uitwerking overeenkomstig artikel 3, § 2, vierde en vijfde lid, van het koninklijk besluit nr. 19 van 15 december 2024 met betrekking tot de vrijstellingsregeling van belasting over de toegevoegde waarde in het voordeel van kleine ondernemingen. § 2. Bij de overgang naar de vrijstellingsregeling van belasting, verricht de belastingplichtige de herziening onder de voorwaarden bedoeld in artikel 4, § 1, van het koninklijk besluit nr. 19 van 15 december 2024 met betrekking tot de vrijstellingsregeling van belasting over de toegevoegde waarde in het voordeel van kleine ondernemingen. Hij kan evenwel overeenkomstig artikel 56, § 4, derde lid, van het Wetboek, teruggaaf van de voldane belasting verkrijgen volgens de in artikel 3, § 3, tweede en derde lid voorziene modaliteiten.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 2, van 19 december 2018, met betrekking tot de forfaitaire regeling inzake belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2025-01-01; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.