KB nr. 2 (btw), Art. 3
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel regelt de overgang van de forfaitaire regeling naar de normale regeling van de btw en de teruggaaf die daarbij hoort. De belastingplichtige die niet meer de voorwaarden vervult om volgens de forfaitaire regeling te worden belast overeenkomstig artikel 56, § 1, van het Wetboek, stelt de btw-administratie daarvan in kennis met de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992. Hij wordt aan de normale regeling onderworpen vanaf de eerste dag van het kalenderkwartaal na dat waarin zijn toestand werd gewijzigd. Wie aan de forfaitaire regeling is onderworpen en overeenkomstig artikel 56, § 4, eerste lid, van het Wetboek wil opteren voor de normale regeling, stelt de administratie daartoe op dezelfde manier in kennis; die optie wordt uitgeoefend vóór 15 maart en heeft uitwerking vanaf 1 april van hetzelfde jaar. De belasting die overeenkomstig artikel 56, § 4, derde lid, van het Wetboek wordt teruggegeven, wordt berekend over de waarde waarop de belastingplichtige bij toepassing van de forfaitaire regeling werd belast. De teruggaaf kan slechts worden verleend mits indiening, bij de dienst bedoeld in artikel 1, § 1, tweede lid, van een inventaris van de voorraad, in twee exemplaren, binnen een maand vanaf de datum van de wijziging van de belastingregeling. Die inventaris moet de hoeveelheden goederen in voorraad gedetailleerd aanduiden, en de maatstaf waarover de belasting bij de verkrijging van die goederen werd berekend. Maakt de belastingplichtige een jaarlijkse inventaris op, dan wordt de teruggaaf beperkt tot de belasting op de vermeerdering van de voorraad ten opzichte van de laatste opgemaakte inventaris waarmee rekening werd gehouden voor de berekening van de belasting; werd vóór de overgang naar de normale regeling geen inventaris opgemaakt, dan heeft de teruggaaf betrekking op alle goederen die in voorraad waren op het tijdstip van de wijziging van belastingregeling. De teruggaaf heeft plaats volgens de regelen bepaald door of ter uitvoering van de artikelen 78 en 80 van het Wetboek.
Voor wie
Toepassingsgebied volgens het manifest: btw. De tekst betreft de belastingplichtige die niet meer de voorwaarden van de forfaitaire regeling vervult, en de aan de forfaitaire regeling onderworpen belastingplichtige die wil opteren voor de normale regeling.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.
Veelgemaakte fouten
- Denken dat de normale regeling ingaat op de dag dat de toestand wijzigt. De wet laat ze ingaan vanaf de eerste dag van het kalenderkwartaal na dat waarin de toestand werd gewijzigd.
- De optie voor de normale regeling te laat uitoefenen. Ze wordt uitgeoefend vóór 15 maart en heeft uitwerking vanaf 1 april van hetzelfde jaar.
- Denken dat de teruggaaf vanzelf volgt. Ze kan slechts worden verleend mits indiening van een inventaris van de voorraad, in twee exemplaren, binnen een maand vanaf de datum van de wijziging van de belastingregeling.
- Bij een jaarlijkse inventaris de teruggaaf op de hele voorraad berekenen. Dan is ze beperkt tot de belasting op de vermeerdering van de voorraad ten opzichte van de laatste opgemaakte inventaris waarmee rekening werd gehouden.
Verwante bepalingen
- KB-BTW-2:1 — volgens zijn tekst gaat het om de bevoegde dienst van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de belastingplichtige ressorteert; die dienst kan beslissen dat de belastingplichtige de normale regeling van de belasting moet toepassen wanneer duidelijk blijkt dat de voorwaarden voor de forfaitaire regeling niet zijn vervuld.
- W-BTW:53, W-BTW:54, W-BTW:56, W-BTW:77 en W-BTW:80 — artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
- W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt niet zelf de voorwaarden van de forfaitaire regeling; het verwijst daarvoor naar artikel 56, § 1, van het Wetboek.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. De belastingplichtige die niet meer de voorwaarden vervult om te worden belast volgens de forfaitaire regeling overeenkomstig artikel 56, § 1, van het Wetboek, stelt de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde daarvan in kennis door middel van de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992, met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, de voorafgaande kennisgevingen en de aangiften van aanvang, wijziging en stopzetting van activiteit inzake belasting over de toegevoegde waarde en wordt onderworpen aan de normale regeling van de belasting te rekenen vanaf de eerste dag van het kalenderkwartaal na dat waarin zijn toestand werd gewijzigd. § 2. De aan de forfaitaire regeling onderworpen belastingplichtige die overeenkomstig artikel 56, § 4, eerste lid, van het Wetboek wenst te opteren voor de normale regeling van de belasting, stelt de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde daartoe in kennis door middel van de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10 van 29 december 1992, met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, de voorafgaande kennisgevingen en de aangiften van aanvang, wijziging en stopzetting van activiteit inzake belasting over de toegevoegde waarde. Die optie wordt uitgeoefend vóór 15 maart en heeft uitwerking vanaf 1 april van hetzelfde jaar. § 3. De overeenkomstig artikel 56, § 4, derde lid, van het Wetboek terug te geven belasting wordt berekend over de waarde waarop de belastingplichtige bij toepassing van de forfaitaire regeling werd belast. De teruggaaf kan slechts worden verleend mits indiening bij de in artikel 1, § 1, tweede lid, bedoelde dienst, van een inventaris van de voorraad, in twee exemplaren, binnen een maand vanaf de datum van de wijziging van de belastingregeling. De inventaris moet de gedetailleerde aanduiding bevatten van de hoeveelheden goederen in voorraad en de maatstaf aanduiden waarover de belasting werd berekend bij de verkrijging van deze goederen. Wanneer de belastingplichtige die aan de forfaitaire regeling is onderworpen een jaarlijkse inventaris opmaakt, wordt de teruggaaf beperkt tot de belasting die betrekking heeft op de vermeerdering van de voorraad ten opzichte van de laatste opgemaakte inventaris waarmee rekening werd gehouden voor de berekening van de belasting. In de mate dat geen inventaris werd opgemaakt vóór de overgang naar de normale regeling, heeft de teruggaaf betrekking op alle goederen die in voorraad waren op het tijdstip van de wijziging van belastingregeling. De teruggaaf heeft plaats overeenkomstig de regelen bepaald door of ter uitvoering van de artikelen 78 en 80 van het Wetboek.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 2, van 19 december 2018, met betrekking tot de forfaitaire regeling inzake belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2026-01-10; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.