KB nr. 2 (btw), Art. 2
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-29). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel somt de administratieve plichten op van de belastingplichtige die aan de forfaitaire regeling is onderworpen. Hij "is gehouden" om, met het oog op het opstellen van zijn periodieke aangiften, een stuk op te maken met de berekening van zijn omzet volgens de forfaitaire grondslagen van aanslag. Hij is ook gehouden de regularisatie van de belasting die voortvloeit uit de wijzigingen die krachtens artikel 7, derde lid, in de forfaitaire grondslagen van aanslag van het vorige jaar zijn aangebracht, in voorkomend geval op te nemen in de aangifte bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek die uiterlijk op 20 of 25 oktober van ieder jaar wordt ingediend, "al naargelang het een maand- of kwartaalaangifte betreft"; daarbij maakt hij een stuk op ter verantwoording van het bedrag van die herziening. Die stukken moeten op ieder verzoek van de bevoegde ambtenaar van de dienst bedoeld in artikel 1, § 1, tweede lid, ter inzage worden gelegd. In afwijking van artikel 3, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 is de belastingplichtige ontheven van het opmaken van een stuk voor de vaststelling van de handelingen bedoeld in artikel 12, § 1, eerste lid, 1° en 2°, van het Wetboek die betrekking hebben op goederen die in aanmerking worden genomen voor de toepassing van de forfaitaire regeling.
Voor wie
Toepassingsgebied volgens het manifest: btw. De tekst betreft de belastingplichtige die aan de forfaitaire regeling is onderworpen.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.
Veelgemaakte fouten
- De twee datums door elkaar halen. De aangifte waarin de regularisatie wordt opgenomen, wordt ingediend uiterlijk op 20 of 25 oktober, al naargelang het een maand- of kwartaalaangifte betreft.
- De regularisatie opnemen zonder verantwoordingsstuk. De wet vraagt daarnaast een stuk ter verantwoording van het bedrag van die herziening.
- Denken dat de stukken alleen voor eigen gebruik dienen. Ze moeten op ieder verzoek van de bevoegde ambtenaar ter inzage worden gelegd.
- De ontheffing te ruim lezen. Ze geldt alleen voor het stuk voor de vaststelling van de handelingen bedoeld in artikel 12, § 1, eerste lid, 1° en 2°, van het Wetboek die betrekking hebben op goederen die in aanmerking worden genomen voor de forfaitaire regeling.
Verwante bepalingen
- KB-BTW-2:1 — volgens zijn tekst kan de bevoegde dienst van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de belastingplichtige ressorteert, beslissen dat die de normale regeling van de belasting moet toepassen wanneer duidelijk blijkt dat de voorwaarden voor de forfaitaire regeling niet zijn vervuld.
- W-BTW:53, W-BTW:54, W-BTW:56, W-BTW:77 en W-BTW:80 — artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
- W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel zegt niet zelf welke wijzigingen in de forfaitaire grondslagen worden aangebracht; het verwijst daarvoor naar artikel 7, derde lid.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
De belastingplichtige die onderworpen is aan de forfaitaire regeling is gehouden: 1° met het oog op het opstellen van zijn periodieke aangiften, een stuk op te maken met de berekening van zijn omzet volgens de forfaitaire grondslagen van aanslag; 2° de regularisatie van de belasting die voortvloeit uit de wijzigingen die in de forfaitaire grondslagen van aanslag van het vorige jaar krachtens artikel 7, derde lid, zijn aangebracht, in voorkomend geval op te nemen in de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte in te dienen uiterlijk op 20 of 25 oktober van ieder jaar, al naargelang het een maand- of kwartaalaangifte betreft, en een stuk op te maken ter verantwoording van het bedrag van die herziening. Deze stukken dienen ter inzage te worden gelegd op ieder verzoek van de bevoegde ambtenaar van de dienst bedoeld in artikel 1, § 1, tweede lid. In afwijking van artikel 3, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, is de belastingplichtige ervan ontheven een stuk op te maken voor de vaststelling van in artikel 12, § 1, eerste lid, 1° en 2°, van het Wetboek bedoelde handelingen die betrekking hebben op goederen die in aanmerking worden genomen voor de toepassing van de forfaitaire regeling.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 2, van 19 december 2018, met betrekking tot de forfaitaire regeling inzake belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2025-01-01; wettekst gecontroleerd op 2026-09-29. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.