KB nr. 19 (btw), Art. 9
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel regelt hoe een belastingplichtige met de zetel van zijn economische activiteit in België de vrijstelling van titel XII, hoofdstuk 1, van Richtlijn 2006/112/EG in één of meer andere lidstaten gebruikt. Paragraaf 1: overeenkomstig artikel 56quater, § 1, 1°, van het Wetboek kan hij de vrijstelling van titel XII, hoofdstuk 1, van Richtlijn 2006/112/EG gebruiken als hij de btw-administratie vooraf in kennis stelt van zijn voornemen en als zijn activiteit naar alle waarschijnlijkheid zal voldoen aan de voorwaarden die de betrokken lidstaat ter uitvoering van die titel stelt. Die kennisgeving gaat via de aangifte bedoeld in artikel 1 of 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10. Ze werkt voor onbepaalde duur vanaf de datum waarop de btw-administratie hem het individuele identificatienummer van artikel 56quater, § 1, 2°, van het Wetboek meedeelt. Paragraaf 2: overeenkomstig artikel 56quater, § 3, eerste lid, van het Wetboek meldt hij elke wijziging van die inlichtingen, ook het voornemen om de vrijstelling in een andere lidstaat te gebruiken en de beslissing om ermee te stoppen in een andere lidstaat dan België. Die melding gaat via de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10 (de wettekst spreekt daar van "de in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving"). Ze werkt voor onbepaalde duur: 1° vanaf de datum waarop de btw-administratie het individuele identificatienummer bevestigt na de actualisering; 2° in afwijking daarvan, bij stopzetting van de vrijstelling in een andere lidstaat, vanaf de eerste dag van het kalenderkwartaal na de ontvangst van de melding, of, als de melding in de laatste maand van een kalenderkwartaal ontvangen wordt, vanaf de eerste dag van de tweede maand van het daaropvolgende kalenderkwartaal.
Voor wie
Toepassingsgebied: btw. De bepaling geldt voor een belastingplichtige met de zetel van zijn economische activiteit in België die de vrijstelling van titel XII, hoofdstuk 1, van Richtlijn 2006/112/EG in één of meer andere lidstaten wil gebruiken.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Wel een regel voor de begindatum bij stopzetting in een andere lidstaat:
- melding ontvangen vóór de laatste maand van een kalenderkwartaal: uitwerking vanaf de eerste dag van het volgende kalenderkwartaal;
- melding ontvangen in de laatste maand van een kalenderkwartaal: uitwerking vanaf de eerste dag van de tweede maand van het daaropvolgende kalenderkwartaal.
Veelgemaakte fouten
- De kennisgeving laten werken vanaf de dag van verzending. De wet laat ze werken vanaf de datum waarop de administratie het individuele identificatienummer meedeelt of, na een wijziging, bevestigt.
- Een stopzetting in een andere lidstaat laten werken zoals een gewone wijziging. De wet geeft daarvoor een eigen begindatum per kalenderkwartaal.
- Vergeten dat ook een uitbreiding naar een andere lidstaat gemeld wordt. De wet noemt uitdrukkelijk het voornemen om de vrijstelling in een andere lidstaat te gebruiken.
Verwante bepalingen
- W-BTW:4 en W-BTW:53 — artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
- W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen uit het Wetboek; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt niet welke voorwaarden de andere lidstaat stelt; het verwijst daarvoor naar de regels van die lidstaat ter uitvoering van Richtlijn 2006/112/EG.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. Overeenkomstig artikel 56quater, § 1, 1°, van het Wetboek, kan de belastingplichtige die de zetel van zijn economische activiteit in België heeft gevestigd in één of meerdere andere lidstaten dan België gebruikmaken van de in titel XII, hoofdstuk 1, van Richtlijn 2006/112/EG bedoelde vrijstelling wanneer hij de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde vooraf in kennis stelt van zijn voornemen om van die regeling gebruik te maken en dat zijn activiteit naar alle waarschijnlijkheid zal voldoen aan de in de betrokken lidstaat bepaalde voorwaarden in uitvoering van titel XII, hoofdstuk 1, van Richtlijn 2006/112/EG voor de toepassing van die regeling. De belastingplichtige stuurt de in het eerste lid bedoelde kennisgeving via de aangifte bedoeld in artikel 1 of 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10. De in het eerste lid bedoelde kennisgeving heeft uitwerking, overeenkomstig artikel 56quater, § 4, van het Wetboek, voor een onbepaalde duur vanaf de datum waarop de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde het in artikel 56quater, § 1, 2°, van het Wetboek bedoelde individuele identificatienummer meedeelt aan de belastingplichtige. § 2. Overeenkomstig artikel 56quater, § 3, eerste lid, van het Wetboek, stelt de in paragraaf 1 bedoelde belastingplichtige de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde in kennis van elke wijziging van de in paragraaf 1, eerste lid bedoelde inlichtingen, met inbegrip van de intentie om gebruik te maken van de vrijstelling in een andere lidstaat of lidstaten dan die vermeld in de in paragraaf 1, eerste lid bedoelde kennisgeving, en de beslissing om te stoppen met het toepassen van de vrijstelling in een in paragraaf 1, eerste lid bedoelde andere lidstaat of lidstaten dan België. De belastingplichtige stuurt de in paragraaf 1 bedoelde kennisgeving via de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10. De in het eerste lid bedoelde kennisgeving heeft uitwerking voor een onbepaalde duur : 1° vanaf de datum waarop de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde het in artikel 56quater, § 1, 2°, van het Wetboek bedoelde individuele identificatienummer bevestigt aan de belastingplichtige ingevolge de actualisering van de kennisgeving, overeenkomstig artikel 56quater, § 4, van het Wetboek; 2° in afwijking van de bepaling onder 1°, in geval van beëindiging van de toepassing van de vrijstelling in een andere lidstaat of in andere lidstaten dan België, met ingang van de eerste dag van het kalenderkwartaal dat volgt op de ontvangst van de in het eerste lid bedoelde kennisgeving of, wanneer die kennisgeving in de loop van de laatste maand van een kalenderkwartaal wordt ontvangen, op de eerste dag van de tweede maand van het daaropvolgende kalenderkwartaal, overeenkomstig artikel 56quater, § 3, tweede lid, van het Wetboek.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 19, van 15 december 2024, met betrekking tot de vrijstellingsregeling van belasting over de toegevoegde waarde in het voordeel van kleine ondernemingen, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2026-09-28; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.