Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

KB nr. 19 (btw), Art. 5

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel regelt wanneer een belastingplichtige de vrijstellingsregeling van belasting verlaat en wanneer hij kan terugkeren. Paragraaf 1: overschrijdt de omzet van een kalenderjaar het bedrag van artikel 56ter, § 1, eerste lid, van het Wetboek met maximaal tien pct., dan valt hij onder de normale belastingregeling vanaf 1 januari van het daaropvolgende kalenderjaar; hij meldt dat uiterlijk op 15 december van het lopende kalenderjaar aan de btw-administratie. Paragraaf 2: is de overschrijding groter dan tien pct., dan valt hij onder de normale regeling vanaf de eerste handeling, in haar geheel beschouwd, waardoor het bedrag overschreden wordt; hij meldt dat onmiddellijk. Paragraaf 3: wie uitgesloten is omdat hij geregeld activiteiten van artikel 56bis, § 2, tweede lid, van het Wetboek verricht, valt onder de normale regeling vanaf de eerste handeling in het kader van zo'n geregelde activiteit en meldt dat onmiddellijk; hij kan ten vroegste op 1 januari van het tweede jaar na het jaar waarin de uitsluiting uitwerking had, terugkeren, als hij die activiteiten dan niet langer geregeld verricht. Paragraaf 4: wie de zetel van zijn economische activiteit buiten België vestigt, is uitgesloten vanaf het tijdstip van die verplaatsing en meldt dat onmiddellijk; bij een nieuwe vestiging in België kan hij terugkeren onder de voorwaarden en formaliteiten van artikel 3, § 2. Paragraaf 5: de belastingplichtige kan ook zelf kiezen voor de normale regeling; die keuze werkt vanaf het verstrijken van de maand na de maand van de aangifte, en vóór 1 januari van het tweede jaar na het jaar waarin de keuze uitwerking had, kan hij niet terugkeren. Elke melding gaat via de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10. Een terugkeer na paragraaf 3 of 5 meldt hij vóór 15 december en die werkt vanaf 1 januari van het volgende jaar.

Voor wie

Toepassingsgebied: btw. De bepaling geldt voor een belastingplichtige die de vrijstellingsregeling van belasting gebruikt of gebruikt heeft, zoals bedoeld in artikel 56ter, § 1, van het Wetboek.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat drempels, geen tarief om mee te rekenen. Het bedrag zelf staat in artikel 56ter, § 1, eerste lid, van het Wetboek en niet in deze tekst; noem het hier D. Grondslag is het totale bedrag van de omzet gedurende een kalenderjaar, O.

  • O is groter dan D, maar niet groter dan D verhoogd met tien pct. van D: normale regeling vanaf 1 januari van het daaropvolgende kalenderjaar (paragraaf 1).
  • O is groter dan D verhoogd met tien pct. van D: normale regeling vanaf de eerste handeling, in haar geheel beschouwd, waardoor het bedrag overschreden wordt (paragraaf 2).

Veelgemaakte fouten

  • Bij elke overschrijding pas vanaf 1 januari overschakelen. Dat geldt alleen bij een overschrijding van maximaal tien pct.; daarboven begint de normale regeling vanaf de handeling die het bedrag doet overschrijden.
  • Alleen het deel van de handeling boven het bedrag onder de normale regeling brengen. De wet beschouwt die handeling "in zijn geheel".
  • Denken dat een keuze voor de normale regeling op de dag van de aangifte werkt. De wet laat ze werken vanaf het verstrijken van de maand na die van de aangifte.
  • De wachttijd na een uitsluiting of een keuze vergeten. De wet laat een terugkeer pas toe vanaf 1 januari van het tweede jaar na het jaar waarin de uitsluiting of de keuze uitwerking had.

Verwante bepalingen

  • KB-BTW-19:3 — paragraaf 4 verwijst naar artikel 3, § 2. Volgens zijn laag 1 regelt die paragraaf dat een belastingplichtige van wie de omzet het bedrag van artikel 56ter, § 1, eerste lid, van het Wetboek niet overschrijdt, via de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10 naar de vrijstellingsregeling kan overstappen, met een begin op 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober naargelang de indieningsdatum.
  • W-BTW:4 en W-BTW:53 — artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
  • W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen uit het Wetboek; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel regelt niet wat er gebeurt met de aftrek bij de overgang naar de normale regeling; het noemt het drempelbedrag ook niet zelf.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. Wanneer gedurende een kalenderjaar het totale bedrag van de omzet met maximaal tien pct. het in artikel 56ter, § 1, eerste lid, van het Wetboek bedoelde bedrag overschrijdt, valt de belastingplichtige die gebruikmaakt van de vrijstellingsregeling van belasting onder de normale belastingregeling vanaf 1 januari van het daaropvolgende kalenderjaar. De in het eerste lid bedoelde belastingplichtige stelt uiterlijk op 15 december van het lopende kalenderjaar de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde hiervan in kennis, via de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10. § 2. Wanneer gedurende een kalenderjaar het totale bedrag van de omzet met meer dan tien pct. het in artikel 56ter, § 1, eerste lid, van het Wetboek bedoeld bedrag overschrijdt, wordt de belastingplichtige onderworpen aan de normale belastingregeling vanaf de eerste handeling, in zijn geheel beschouwd, waarvoor het bovengenoemde bedrag wordt overschreden. De in het eerste lid bedoelde belastingplichtige stelt onmiddellijk de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde hiervan in kennis via de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10. § 3 . Wanneer de in artikel 56ter, § 1, van het Wetboek bedoelde belastingplichtige is uitgesloten van de vrijstellingsregeling van belasting omdat hij geregeld in artikel 56bis, § 2, tweede lid, van het Wetboek bedoelde activiteiten verricht, wordt hij onderworpen aan de normale regeling van de belasting vanaf de eerste handeling verricht in het kader van een in artikel 56bis, § 2, tweede lid, van het Wetboek bedoelde geregelde activiteit. De in het eerste lid bedoelde belastingplichtige stelt onmiddellijk de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde hiervan in kennis via de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10 De belastingplichtige kan ten vroegste op 1 januari van het tweede jaar na dat waarin de in het eerste lid bedoelde uitsluiting uitwerking heeft gehad, terug overgaan naar de vrijstellingsregeling van belasting, op voorwaarde dat hij op dat tijdstip niet langer geregeld de in artikel 56bis, § 2, tweede lid, van het Wetboek bedoelde activiteiten verricht. De belastingplichtige stelt de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde vóór 15 december in kennis van die wijziging in de belastingregeling via de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10. Die wijziging heeft uitwerking met ingang van 1 januari van het volgend jaar. § 4. Wanneer de in artikel 56ter, § 1, van het Wetboek bedoelde belastingplichtige is uitgesloten van de vrijstellingsregeling van belasting omdat hij de zetel van zijn economische activiteit buiten België vestigt, heeft die uitsluiting uitwerking op het tijdstip van de verplaatsing van de zetel van zijn economische activiteit naar een plaats buiten België. De in het eerste lid bedoelde belastingplichtige stelt onmiddellijk de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde hiervan in kennis door middel van de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10. De in het eerste lid bedoelde belastingplichtige kan opnieuw overgaan naar de vrijstellingsregeling van belasting wanneer hij de zetel van zijn economische activiteit opnieuw in België vestigt, onder de voorwaarden en met inachtneming van de formaliteiten bedoeld in artikel 3, § 2. § 5. De in artikel 56ter, § 1, van het Wetboek bedoelde belastingplichtige kan kiezen voor de normale belastingregeling via de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10. Die keuze heeft uitwerking te rekenen vanaf het verstrijken van de maand na die waarin de aangifte is gedaan. Vóór 1 januari van het tweede jaar na dat waarin de in het eerste lid bedoelde keuze uitwerking heeft gehad, kan de belastingplichtige niet opnieuw overgaan naar de vrijstellingsregeling van belasting. Van die wijziging in de belastingregeling wordt vóór 15 december kennis gegeven aan de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde via de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10. Die wijziging heeft uitwerking met ingang van 1 januari van het volgend jaar.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 19, van 15 december 2024, met betrekking tot de vrijstellingsregeling van belasting over de toegevoegde waarde in het voordeel van kleine ondernemingen, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2026-09-28; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.