KB nr. 19 (btw), Art. 4
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel regelt wat er met de al verrichte aftrek gebeurt wanneer een belastingplichtige overeenkomstig artikel 3, § 2, overstapt van de normale belastingregeling of van de forfaitaire regeling van artikel 56 van het Wetboek naar de vrijstellingsregeling. Hij herziet dan de aftrek van de belasting op twee soorten goederen en diensten: 1° andere goederen en diensten dan bedrijfsmiddelen die op het tijdstip van de wijziging nog niet gebruikt of verbruikt zijn; 2° bedrijfsmiddelen die bij de wijziging nog bestaan, voor zover ze op dat tijdstip nog bruikbaar zijn en de oorspronkelijke aftrek ervan het voorwerp van een herziening uitmaakt. De wet stelt de overgang naar de vrijstellingsregeling gelijk met het verlies van de hoedanigheid van belastingplichtige in de zin van artikel 49, 3°, van het Wetboek. Het terug te storten bedrag volgt uit een inventaris van de nog niet gebruikte of verbruikte goederen en diensten en uit een staat van de nog bruikbare bedrijfsmiddelen. Die stukken vermelden in detail de goederen en diensten die voor de herziening in aanmerking komen, de datum en het nummer van de aankoopfactuur of van het invoerdocument, de maatstaf van heffing waarover btw werd geheven en het te herziene bedrag. De herziening gebeurt in de aangifte bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek over de handelingen van de laatste maand vóór de wijziging van belastingregeling.
Voor wie
Toepassingsgebied: btw. De bepaling geldt voor een belastingplichtige die overeenkomstig artikel 3, § 2, niet langer onder de normale belastingregeling of de forfaitaire regeling van artikel 56 van het Wetboek valt.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Het terug te storten bedrag volgt uit de inventaris en de staat; de wettekst geeft hier zelf geen breuk of percentage om het te berekenen.
Veelgemaakte fouten
- Alleen de voorraad goederen herzien. De wet noemt ook diensten die nog niet gebruikt of verbruikt zijn, en de bedrijfsmiddelen die nog bestaan en bruikbaar zijn.
- Alle bedrijfsmiddelen meenemen. De wet beperkt punt 2° tot bedrijfsmiddelen waarvan de oorspronkelijke aftrek het voorwerp van een herziening uitmaakt.
- De herziening in een latere aangifte opnemen. De wet koppelt ze aan de aangifte over de laatste maand vóór de wijziging van belastingregeling.
- Niet behandeld: hoe de herziening van bedrijfsmiddelen verder berekend wordt; de wet verwijst hier naar het verlies van de hoedanigheid van belastingplichtige in artikel 49, 3°, van het Wetboek, waarvan de tekst niet in de gegevens zit.
Verwante bepalingen
- KB-BTW-19:3 — dit artikel verwijst naar artikel 3, § 2. Volgens zijn laag 1 regelt die paragraaf dat een belastingplichtige onder de normale regeling of de forfaitaire regeling van artikel 56 van het Wetboek, van wie de omzet het bedrag van artikel 56ter, § 1, eerste lid, van het Wetboek niet overschrijdt, via een aangifte kan overstappen naar de vrijstellingsregeling.
- W-BTW:4 en W-BTW:53 — artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
- W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen uit het Wetboek; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt niet binnen welke termijn de inventaris en de staat opgemaakt moeten zijn.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1 De belastingplichtige die overeenkomstig artikel 3, § 2, niet langer onderworpen is aan de normale belastingregeling of aan de forfaitaire regeling van artikel 56 van het Wetboek, herziet de door hem verrichte aftrek van de belasting geheven van: 1° de andere goederen en diensten dan bedrijfsmiddelen, die nog niet werden gebruikt of verbruikt op het tijdstip van wijziging van belastingregeling; 2° de bedrijfsmiddelen die bij die wijziging nog bestaan, voor zover die goederen nog bruikbaar zijn op dat tijdstip en waarvan de oorspronkelijke aftrek het voorwerp uitmaakt van een herziening. De overgang naar de vrijstellingsregeling van belasting wordt gelijkgesteld met het verlies van de hoedanigheid van belastingplichtige in de zin van artikel 49, 3°, van het Wetboek. § 2. Het bedrag van de overeenkomstig paragraaf 1 terug te storten belasting wordt bepaald op basis van een inventaris van de op het tijdstip van de wijziging nog niet gebruikte of verbruikte goederen en diensten en van een staat van de op dat tijdstip nog bruikbare bedrijfsmiddelen. De in het eerste lid bedoelde stukken vermelden op gedetailleerde wijze de goederen en diensten die in aanmerking worden genomen voor de herziening, de datum en het nummer van de factuur van de aankoop of het invoerdocument, de maatstaf van heffing waarover ze met de belasting over de toegevoegde waarde werden belast en het te herziene bedrag. § 3. De belastingplichtige verricht de in paragraaf 1 bedoelde herziening bij het indienen van de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte met betrekking tot de handelingen van de laatste maand vóór de wijziging van belastingregeling.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 19, van 15 december 2024, met betrekking tot de vrijstellingsregeling van belasting over de toegevoegde waarde in het voordeel van kleine ondernemingen, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2026-09-28; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.