Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

KB nr. 19 (btw), Art. 3

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel regelt hoe een belastingplichtige in de vrijstellingsregeling van belasting stapt. Paragraaf 1 gaat over een belastingplichtige met de zetel van zijn economische activiteit in België die een economische activiteit begint. Hij kan de vrijstellingsregeling gebruiken als hij de btw-administratie vooraf in kennis stelt van zijn voornemen en als zijn activiteit naar alle waarschijnlijkheid zal voldoen aan de voorwaarden van artikel 56ter, § 1, van het Wetboek. Die kennisgeving gaat via de aangifte bedoeld in artikel 1 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10 en werkt voor onbepaalde duur vanaf de eerste dag van de activiteit. Hij krijgt een btw-identificatienummer (artikel 50, § 1, eerste lid, 1°, van het Wetboek) binnen vijftien werkdagen na de kennisgeving, behalve als die termijn onvoldoende blijkt om de nodige controles tegen belastingontduiking of -ontwijking uit te voeren. Paragraaf 2 gaat over een belastingplichtige onder de normale regeling of onder de forfaitaire regeling van artikel 56 van het Wetboek, van wie de omzet in het lopende kalenderjaar het bedrag van artikel 56ter, § 1, eerste lid, van het Wetboek niet overschrijdt. Hij kan overstappen via de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10. Die aangifte vermeldt, afhankelijk van de situatie, de gerealiseerde omzet van het of de afgelopen kwartalen van het lopende jaar en een schatting van de omzet van het of de resterende kwartalen. Dient hij ze in vóór 15 december, dan werkt ze voor onbepaalde duur vanaf 1 januari van het volgende kalenderjaar, op voorwaarde dat hij het bedrag in het lopende kalenderjaar niet heeft overschreden. Dient hij ze in vóór 15 maart, 15 juni of 15 september, dan werkt ze respectievelijk vanaf 1 april, 1 juli of 1 oktober van het lopende kalenderjaar, op voorwaarde dat hij het bedrag in het voorafgaande én in het lopende kalenderjaar niet heeft overschreden. De wet noemt de vier begindata eerst ten opzichte van het jaar waarin de omzet getoetst wordt ("het daaropvolgende kalenderjaar") en daarna ten opzichte van het jaar van de aangifte ("het lopende kalenderjaar").

Voor wie

Toepassingsgebied: btw. Paragraaf 1 geldt voor een belastingplichtige met de zetel van zijn economische activiteit in België die een activiteit aanvangt. Paragraaf 2 geldt voor een belastingplichtige die onder de normale belastingregeling of onder de forfaitaire regeling van artikel 56 van het Wetboek valt.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Het bedrag waaraan de omzet getoetst wordt, staat in artikel 56ter, § 1, eerste lid, van het Wetboek, niet in deze tekst. Wel koppelt paragraaf 2 elke indieningsdatum aan een begindatum:

  • aangifte vóór 15 december: vrijstellingsregeling vanaf 1 januari van het volgende kalenderjaar;
  • aangifte vóór 15 maart: vanaf 1 april van het lopende kalenderjaar;
  • aangifte vóór 15 juni: vanaf 1 juli van het lopende kalenderjaar;
  • aangifte vóór 15 september: vanaf 1 oktober van het lopende kalenderjaar.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat het btw-identificatienummer altijd binnen vijftien werkdagen volgt. De wet maakt een uitzondering wanneer die termijn onvoldoende blijkt voor de controles tegen ontduiking of ontwijking.
  • De kennisgeving bij de start laten werken vanaf de dag van de kennisgeving. De wet laat ze werken vanaf de eerste dag van de activiteit.
  • Bij een overstap in de loop van het jaar alleen het lopende kalenderjaar toetsen. Voor een begin op 1 april, 1 juli of 1 oktober noemt de wet ook het voorafgaande kalenderjaar.
  • De aangiften door elkaar halen. Bij de start gaat het om de aangifte van artikel 1 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10, bij een overstap om die van artikel 2 of 7bis.

Verwante bepalingen

  • W-BTW:4 en W-BTW:53 — artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
  • W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen uit het Wetboek; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel noemt het bedrag van de omzetgrens niet zelf; het verwijst daarvoor naar artikel 56ter, § 1, eerste lid, van het Wetboek.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. Overeenkomstig artikel 56ter, § 1, vierde lid, van het Wetboek kan de belastingplichtige die de zetel van zijn economische activiteit in België heeft gevestigd en die een economische activiteit aanvangt, gebruikmaken van de vrijstellingsregeling van belasting wanneer hij de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde vooraf in kennis stelt van zijn voornemen om van die regeling gebruik te maken en dat zijn activiteit naar alle waarschijnlijkheid zal voldoen aan de in artikel 56ter, § 1, van het Wetboek bepaalde voorwaarden voor de toepassing van die regeling. De belastingplichtige stuurt de in het eerste lid bedoelde kennisgeving via de aangifte bedoeld in artikel 1 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10. De in het eerste lid bedoelde kennisgeving heeft uitwerking voor een onbepaalde duur vanaf de eerste dag van de activiteit van de belastingplichtige. Aan de belastingplichtige wordt een in artikel 50, § 1, eerste lid, 1°, van het Wetboek bedoeld btw-identificatienummer toegekend binnen vijftien werkdagen na de in het eerste lid bedoelde kennisgeving, behoudens wanneer die termijn onvoldoende blijkt om de noodzakelijke controles uit te voeren met het oog op het voorkomen van belastingontduiking of -ontwijking. § 2. Wanneer de omzet van een belastingplichtige die onder de normale belastingregeling valt of onder de in artikel 56 van het Wetboek bedoelde forfaitaire regeling voor het lopende kalenderjaar het in artikel 56ter, § 1, eerste lid, van het Wetboek bedoelde bedrag niet overschrijdt, kan die belastingplichtige vanaf 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober van het daaropvolgende kalenderjaar gebruikmaken van de vrijstellingsregeling van belasting. De belastingplichtige die van deze regeling gebruik wil maken, dient in dat geval de aanvraag in vóór 15 december van het lopende kalenderjaar of vóór 15 maart, 15 juni of 15 september van het volgende kalenderjaar, via de aangifte bedoeld in artikel 2 of 7bis van het koninklijk besluit nr. 10. De in het tweede lid bedoelde aangifte vermeldt ook, afhankelijk van de situatie, het bedrag van de gerealiseerde omzet gedurende het of de afgelopen kwartalen van het lopende jaar, evenals een schatting van de omzet van het of de resterende kwartalen van het lopende jaar. Op voorwaarde dat de belastingplichtige in het lopende kalenderjaar het bedrag van de in artikel 56ter, § 1, eerste lid, van het Wetboek bedoelde omzet niet heeft overschreden, heeft de in het tweede lid bedoelde aangifte uitwerking voor onbepaalde duur vanaf 1 januari van het volgende kalenderjaar wanneer de aangifte werd ingediend vóór 15 december. Op voorwaarde dat de belastingplichtige in de loop van het voorafgaande kalenderjaar en van het lopende kalenderjaar het bedrag van de in artikel 56ter, § 1, eerste lid, van het Wetboek bedoelde omzet niet heeft overschreden, heeft de in het tweede lid bedoelde aangifte uitwerking voor onbepaalde duur respectievelijk vanaf 1 april, 1 juli of 1 oktober van het lopende kalenderjaar wanneer de aangifte is ingediend respectievelijk vóór 15 maart, 15 juni of 15 september.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 19, van 15 december 2024, met betrekking tot de vrijstellingsregeling van belasting over de toegevoegde waarde in het voordeel van kleine ondernemingen, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2026-09-28; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.