KB nr. 1 (btw), Art. 4
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel legt vast tegen wanneer de factuur en een aantal stukken uitgereikt of opgesteld worden. Volgens paragraaf 1 gebeurt dat voor de factuur en het stuk van artikel 3 uiterlijk de vijftiende dag van de maand na die waarin het belastbare feit plaatsvond overeenkomstig de artikelen 16 en 22 van het Wetboek. Wordt de belasting overeenkomstig de artikelen 17, § 1, derde lid en § 4, en 22bis, § 1, derde lid en § 4, van het Wetboek opeisbaar over het geheel of een deel van de prijs, dan geldt in afwijking daarvan de vijftiende dag van de maand na die waarin de belasting opeisbaar wordt. Paragraaf 2 regelt de leveringen van goederen onder de voorwaarden van artikel 39bis van het Wetboek: de factuur en het stuk van artikel 2 volgen uiterlijk de vijftiende dag van de maand na die waarin de levering verricht werd. Paragraaf 3 gaat over leveringen bedoeld in artikel 16, § 2, eerste lid, en diensten bedoeld in artikel 22, § 2, eerste lid, van het Wetboek die aanleiding geven tot opeenvolgende afrekeningen of betalingen: de factuur volgt uiterlijk de vijftiende dag van de maand na het verstrijken van de periode waarop de afrekening of betaling betrekking heeft. Voor doorlopende diensten die gedurende een periode langer dan één jaar geen aanleiding geven tot afrekeningen of betalingen, bedoeld in artikel 22, § 2, tweede lid, van het Wetboek, volgt de factuur uiterlijk de vijftiende dag van de maand na het verstrijken van elk kalenderjaar. Paragraaf 4 gaat over het stuk bedoeld in artikel 53, § 3, eerste lid, van het Wetboek: dat volgt uiterlijk de vijftiende dag van de maand na die waarin het goed of de dienst aan een ander lid werd verschaft, of, wanneer de prijs of een deel ervan vóór de levering of de dienst ontvangen werd, uiterlijk de vijftiende van de maand na die van de ontvangst.
Voor wie
Toepassingsgebied: btw. De bepaling gaat over wie een factuur uitreikt of een van de genoemde stukken opstelt.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage. Symbolisch, voor de gewone regel van paragraaf 1, met als vertrekpunt de maand waarin het belastbare feit plaatsvond:
- het belastbare feit vindt plaats in maand M;
- de factuur wordt uiterlijk de vijftiende dag van de maand na M uitgereikt.
Geldt de afwijking van paragraaf 1 en wordt de belasting over het geheel of een deel van de prijs opeisbaar in maand V, dan loopt de termijn tot de vijftiende dag van de maand na V.
Veelgemaakte fouten
- De termijn tellen vanaf de dag van de levering of de dienst. De wet laat hem lopen tot de vijftiende dag van de maand die volgt op de maand van het belastbare feit.
- Wanneer de belasting overeenkomstig de artikelen 17, § 1, derde lid en § 4, en 22bis, § 1, derde lid en § 4, van het Wetboek opeisbaar wordt over het geheel of een deel van de prijs, toch uitgaan van de maand van het belastbare feit. De wet laat de termijn dan lopen tot de vijftiende dag van de maand na die waarin de belasting opeisbaar wordt.
- Bij doorlopende diensten die langer dan één jaar geen afrekening of betaling kennen, wachten op de eerste afrekening. De wet vraagt een factuur uiterlijk de vijftiende dag van de maand na het verstrijken van elk kalenderjaar.
- Voor het stuk van paragraaf 4 de vooruitbetaling vergeten. Wordt de prijs of een deel ervan vóór de levering of de dienst ontvangen, dan telt de maand van de ontvangst.
Verwante bepalingen
- KB-BTW-1:3 — het stuk dat een handeling vaststelt die door artikel 12 van het Wetboek met een levering of door artikel 19 van het Wetboek met een dienst wordt gelijkgesteld; paragraaf 1 geeft er de termijn voor.
- KB-BTW-1:2 — het stuk en de kopie daarvan voor de leveringen van goederen bedoeld in artikel 39bis, eerste lid, 4°, van het Wetboek; paragraaf 2 geeft er de termijn voor.
- W-BTW:17, W-BTW:22, W-BTW:51, W-BTW:53, W-BTW:53ter, W-BTW:53octies, W-BTW:53decies, W-BTW:54 en W-BTW:56 — artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
- W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen uit het Wetboek; hun definitie zit niet in de gegevens.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel bepaalt niet wat er gebeurt wanneer de termijn niet gehaald wordt.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. De factuur en het in artikel 3 bedoeld stuk worden respectievelijk uitgereikt of opgesteld uiterlijk de vijftiende dag van de maand na die waarin het belastbare feit van de belasting heeft plaatsgevonden overeenkomstig de artikelen 16 en 22 van het Wetboek. In afwijking van het eerste lid, worden de factuur en het in artikel 3 bedoeld stuk respectievelijk uitgereikt of opgesteld uiterlijk de vijftiende dag van de maand na die waarin de belasting overeenkomstig de artikelen 17, § 1, derde lid en § 4, en 22bis, § 1, derde lid en § 4, van het Wetboek opeisbaar wordt over het geheel of een deel van de prijs . § 2. Voor de onder de voorwaarden van artikel 39bis van het Wetboek verrichte leveringen van goederen worden de factuur en het in artikel 2 bedoeld stuk respectievelijk uitgereikt of opgesteld uiterlijk de vijftiende dag van de maand na die waarin de levering werd verricht. § 3. Voor de leveringen van goederen bedoeld in artikel 16, § 2, eerste lid en de diensten bedoeld in artikel 22, § 2, eerste lid, van het Wetboek die aanleiding geven tot opeenvolgende afrekeningen of betalingen, wordt de factuur uitgereikt uiterlijk de vijftiende dag van de maand na het verstrijken van de periode waarop de afrekening of de betaling betrekking heeft. Voor doorlopende diensten die gedurende een periode langer dan één jaar geen aanleiding geven tot afrekeningen of betalingen in die periode, bedoeld in artikel 22, § 2, tweede lid, van het Wetboek, wordt de factuur uitgereikt uiterlijk de vijftiende dag van de maand na het verstrijken van elk kalenderjaar. § 4. Het in artikel 53, § 3, eerste lid, van het Wetboek bedoeld stuk wordt uitgereikt uiterlijk de vijftiende dag van de maand na die waarin het goed of de dienst aan een ander lid werd verschaft. Evenwel, wanneer de prijs of een deel ervan werd ontvangen vóór de levering van het goed of het verrichten van de dienst, wordt het stuk uitgereikt uiterlijk de vijftiende van de maand na die van de ontvangst van de prijs of een deel ervan.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 1, van 29 december 1992, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2016-01-01; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.