KB nr. 1 (btw), Art. 28
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel verplicht, per bedrijfszetel, de belastingplichtige die in het kader van zijn economische activiteit regelmatig één of meer van de volgende handelingen verricht, om een register bij te houden van de motorvoertuigen die in zijn inrichting aanwezig zijn: elke levering en/of dienstverrichting betreffende een motorvoertuig, behalve het wassen bedoeld in artikel 22, § 1, 3°; elke levering van tweedehandse motorvoertuigen; en elke tussenkomst als tussenpersoon in zo'n levering. Bromfietsen van klasse A en klasse B en Speed Pedelecs vallen buiten het register, en wie uitsluitend motorvoertuigen monteert, assembleert of bouwt, valt buiten de verplichting. Per voertuig schrijft de belastingplichtige in: zodra het voertuig zijn inrichting binnenkomt voor zo'n handeling, een volgnummer, de datum van binnenkomst, de nummerplaat of bij gebrek daaraan het chassisnummer, en in voorkomend geval het identificatienummer van de opdrachtgever toegekend door een andere lidstaat en de code die de aard van de handeling identificeert, zoals die door of vanwege de minister van Financiën wordt bepaald; wanneer het voertuig vertrekt, de uitgaande datum; en ten laatste op het einde van de maand na die waarin het voertuig vertrok, een verwijzing naar de factuur of, bij gebrek daaraan, naar een ander verantwoordingsstuk uit artikel 15, § 2, of de reden waarom geen stuk werd opgemaakt. Het artikel omschrijft ook wat motorvoertuigen en tweedehandse motorvoertuigen zijn, laat bij een btw-eenheid elk lid het register houden voor de handelingen die hem betreffen, en bepaalt waar de registers bewaard en voorgelegd worden.
Voor wie
Toepassingsgebied: btw. Het artikel richt zich tot de belastingplichtige die regelmatig leveringen of diensten betreffende motorvoertuigen verricht, tweedehandse motorvoertuigen levert of als tussenpersoon in zo'n levering optreedt, en tot elk lid van een btw-eenheid voor de handelingen die hem betreffen.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.
Veelgemaakte fouten
- Eén register voor alle vestigingen houden: de wet vraagt het register per bedrijfszetel.
- De verwijzing naar de factuur onbeperkt uitstellen: die verwijzing, of de reden waarom geen stuk werd opgemaakt, staat er ten laatste op het einde van de maand na die waarin het voertuig de inrichting verliet.
- Het begrip motorvoertuig te ruim of te eng lezen: de wet verstaat eronder de landvoertuigen met een motor die onderworpen zijn aan de reglementering betreffende de inschrijving; tweedehandse motorvoertuigen zijn die voertuigen, met inbegrip van de voertuigen uit artikel 8bis, § 2, eerste lid, 2°, van het Wetboek, die als zodanig of na herstelling opnieuw bruikbaar zijn.
- Oude registers elders bewaren zonder op de termijn te letten: de registers moeten zich op de bedrijfszetel bevinden, behalve die welke sinds meer dan drie maanden zijn afgesloten; op uitdrukkelijk verzoek van de ambtenaren van de btw-administratie, van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen en van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen legt de belastingplichtige ze daar ter inzage voor.
Verwante bepalingen
- KB-BTW-1:22: laag 1 sluit het wassen bedoeld in artikel 22, § 1, 3°, uit. Volgens haar laag 1 gaat het daar om het wassen van personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen en kampeerauto's, waarvoor een rekening of ontvangstbewijs wordt uitgereikt.
- KB-BTW-1:15: laag 1 verwijst naar een ander verantwoordingsstuk bedoeld in artikel 15, § 2. Volgens haar laag 1 moeten de inschrijvingen in de boekhouding gesteund zijn op verantwoordingsstukken die gedateerd zijn en waarvan, naargelang het geval, een origineel of een dubbel wordt bewaard.
- In de gegevens is dit besluit als geheel gekoppeld aan de wetsartikelen W-BTW:17, W-BTW:22, W-BTW:51, W-BTW:53, W-BTW:53ter, W-BTW:53octies, W-BTW:53decies, W-BTW:54 en W-BTW:56, als artikelen die het uitvoert. De tekst van die artikelen zit niet in de gegevens; over hun inhoud zegt deze uitleg daarom niets.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel regelt niet welke code bij welke handeling hoort; die code wordt door of vanwege de minister van Financiën bepaald.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. Per bedrijfszetel dient elke belastingplichtige die, in het kader van zijn economische activiteit regelmatig één of meerdere van de volgende handelingen verricht, een register bij te houden van de motorvoertuigen, met uitzondering van de bromfietsen van klasse A, de bromfietsen van klasse B en de Speed Pedelecs, die in zijn inrichting aanwezig zijn : 1° elke levering en/of dienstverrichting betreffende een motorvoertuig, met uitzondering van het wassen van goederen bedoeld in artikel 22, § 1, 3°; 2° elke levering van tweedehandse motorvoertuigen; 3° elke tussenkomst als tussenpersoon in de levering van tweedehandse motorvoertuigen. De in het eerste lid bedoelde bepaling is evenwel niet van toepassing op de belastingplichtigen die uitsluitend handelingen van montage, assemblage of constructie van motorvoertuigen verrichten. § 2. De betrokken belastingplichtige dient het register bedoeld in § 1 aan te vullen door het inschrijven van : 1° zodra een voertuig binnenkomt in zijn inrichting teneinde er het voorwerp uit te maken van een handeling bedoeld in § 1, een volgnummer, de datum van binnenkomst van het voertuig in zijn inrichting, de nummerplaat of, bij gebrek daaraan, het chassisnummer van het voertuig en, in voorkomend geval, het identificatienummer van de opdrachtgever toegekend door een andere lidstaat en de door of vanwege de Minister van Financiën te bepalen code die de aard van de handeling identificeert; 2° wanneer het voertuig zijn inrichting verlaat, de uitgaande datum; 3° ten laatste op het einde van de maand volgend op die waarin het voertuig zijn inrichting heeft verlaten, een verwijzing naar de factuur of, bij gebrek daaraan, naar een ander verantwoordingsstuk bedoeld in artikel 15, § 2, of de reden waarom geen enkel stuk werd opgemaakt. § 3. Voor de toepassing van onderhavig artikel dient te worden verstaan onder : 1° motorvoertuigen, de landvoertuigen uitgerust met een motor onderworpen aan de reglementering betreffende de inschrijving; 2° tweedehandse motorvoertuigen, de hiervoor bedoelde voertuigen, met inbegrip van de voertuigen bedoeld in artikel 8bis, § 2, eerste lid, 2°, van het Wetboek welke als zodanig of na herstelling geschikt zijn om opnieuw te worden gebruikt. § 4. Wat de BTW-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek betreft, moet elk lid het in § 1 bedoelde register houden voor de handelingen die hem betreffen. § 5. De registers bijgehouden voor de toepassing van dit artikel, andere dan die welke sinds meer dan drie maanden zijn afgesloten, moeten zich op de bedrijfszetel bevinden. Op uitdrukkelijk verzoek van de ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde, van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen en van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen, dient de belastingplichtige de in het vorig lid bedoelde registers op de bedrijfszetel ter inzage voor te leggen.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 1, van 29 december 1992, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2026-09-28; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.