Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

KB nr. 1 (btw), Art. 21bis

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel regelt het kasticket van een geregistreerd kassasysteem in de horeca. De exploitant van een inrichting waar maaltijden worden verbruikt en de traiteur die cateringdiensten verricht, reiken aan elke klant, belastingplichtig of niet, het kasticket uit dat bedoeld is in het koninklijk besluit van 30 december 2009 over het geregistreerd kassasysteem in de horecasector, voor alle handelingen in verband met het verstrekken van maaltijden en dranken, met inbegrip van alle verkopen van spijzen en dranken in de inrichting. Die plicht geldt wanneer de jaaromzet, exclusief btw, uit restaurant- en cateringdiensten, zonder de diensten die bestaan uit het verschaffen van dranken, meer bedraagt dan 25.000 euro; bij meerdere inrichtingen worden de voorwaarden per inrichting beoordeeld. Het gebruik van zo'n kassasysteem, met systematische levering van het kasticket, wordt gelijkgesteld met een digitaal gehouden dagboek van ontvangsten; het kasticket wordt verplicht op papier afgeleverd, op het tijdstip waarop de dienst of de levering voltooid is. De plicht eindigt wanneer de restaurant- en cateringactiviteit definitief stopt. Drie gevallen zijn niet gehouden tot het kasticket: wie voor zijn hele activiteit een onderaannemer inschakelt die zelf het kasticket moet uitreiken, zonder zelf tussen te komen in de voorbereiding van de maaltijden of de aankoop van niet bereide voedingsmiddelen; wie gemeubeld logies verschaft, voor spijzen en dranken die in de globale hotelrekening van de verblijvende gasten zijn opgenomen; en wie een bedrijfsrestaurant uitbaat onder de drie voorwaarden van het artikel. Het artikel bevat ook regels voor de referentieperiode rond 1 juli 2016, voor de registratie bij de door de minister van Financiën aangewezen dienst en voor de periode vóór het kassasysteem werkt.

Voor wie

Toepassingsgebied: btw. Het artikel richt zich tot de exploitant van een inrichting waar maaltijden worden verbruikt en tot de traiteur die cateringdiensten verricht.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Het artikel bevat zelf overgangsregels. Voor wie op 1 juli 2016 al restaurant- en cateringdiensten verrichtte, is de referentieperiode voor de omzet het kalenderjaar 2015; wie in de eerste zes maanden van 2015 begon, neemt de twaalf kalendermaanden vóór 1 juli 2016. Betreft de omzet op die datum minder dan twaalf kalendermaanden, dan geldt dat aantal maanden en wordt de drempel van 25.000 euro naar rato verminderd, behalve bij een seizoensgebonden onderneming of een onderneming met een onregelmatige activiteit. Wie na 1 juli 2016 begint, verklaart of zijn omzet naar alle waarschijnlijkheid de drempel niet zal overschrijden; verwacht hij dat wel, dan laat hij zich registreren uiterlijk bij het verstrijken van de tweede maand na de start. Stelt een belastingplichtige na 1 juli 2016 bij zijn periodieke aangifte vast dat de omzet van het lopende kalenderjaar 25.000 euro overschrijdt, dan laat hij zich registreren uiterlijk bij het verstrijken van de tweede maand na dat aangiftetijdvak. In beide gevallen reikt hij het kasticket uit uiterlijk op het einde van de maand na de periode waarin hij zich moest laten registreren.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat drempels, geen tarief om mee te rekenen.

Neem een inrichting met een jaaromzet R, exclusief btw, uit restaurant- en cateringdiensten, zonder de diensten die bestaan uit het verschaffen van dranken. Bedraagt R meer dan 25.000 euro, dan geldt de plicht om het kasticket uit te reiken. Bedraagt R precies 25.000 euro of minder, dan niet. Heeft de exploitant meerdere inrichtingen, dan gebeurt die toets per inrichting.

Veelgemaakte fouten

  • De omzet uit het verschaffen van dranken meetellen voor de drempel: die diensten zijn uitgesloten.
  • De drempel toetsen op de omzet van alle inrichtingen samen: bij meerdere inrichtingen worden de voorwaarden per inrichting beoordeeld.
  • Een elektronisch kasticket afleveren: het kasticket moet verplicht in papieren vorm worden afgeleverd.
  • In de periode na de registratie, zolang er nog geen geregistreerd kassasysteem is, niets uitreiken: dan reikt de belastingplichtige de rekening of het ontvangstbewijs uit artikel 22, § 1, eerste lid, 2°, uit.
  • Geen voorraad rekeningen of ontvangstbewijzen hebben: wie het kasticket moet uitreiken, heeft er op de plaats van het kassasysteem in ieder geval een voorraad van, en reikt er een uit wanneer de werking van het kassasysteem om welke reden ook verstoord is.
  • De uitzondering voor een bedrijfsrestaurant toepassen zonder dat alle voorwaarden vervuld zijn: de onderneming oefent een andere activiteit uit dan restaurant- en cateringdiensten, het restaurant is alleen toegankelijk voor het eigen personeel en dat van een verbonden onderneming, en alleen tijdens de werkuren.

Verwante bepalingen

  • KB-BTW-1:15: laag 1 verwijst naar de gegevens uit artikel 15, § 4. Volgens haar laag 1 wordt per bedrijfszetel het totale bedrag van de dagontvangsten van dag tot dag ingeschreven in het dagboek van ontvangsten of dagelijks geregistreerd via het elektronisch kasregister, per tarief, met een afzonderlijke inschrijving voor goederen boven de daar bepaalde prijs per eenheid.
  • KB-BTW-1:22: laag 1 verwijst naar de rekening of het ontvangstbewijs uit artikel 22, § 1, eerste lid, 2°. Volgens haar laag 1 reikt de belastingplichtige een rekening of ontvangstbewijs uit voor het verschaffen van maaltijden en de dranken die erbij worden verbruikt wanneer de voorwaarden van artikel 21bis, § 1, eerste lid, niet vervuld zijn, en is hij daar niet toe gehouden wanneer hij een kasticket uitreikt overeenkomstig artikel 21bis.
  • In de gegevens is dit besluit als geheel gekoppeld aan de wetsartikelen W-BTW:17, W-BTW:22, W-BTW:51, W-BTW:53, W-BTW:53ter, W-BTW:53octies, W-BTW:53decies, W-BTW:54 en W-BTW:56, als artikelen die het uitvoert. De tekst van die artikelen zit niet in de gegevens; over hun inhoud zegt deze uitleg daarom niets.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel regelt niet zelf de praktische toepassingsvoorwaarden en de regels bij een onvrijwillige storing van het kassasysteem; die bepaalt de minister van Financiën.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. De exploitant van een inrichting waar maaltijden worden verbruikt alsmede de traiteur die cateringdiensten verricht, zijn gehouden aan de belastingplichtige of niet-belastingplichtige klant het kasticket uit te reiken bedoeld in het koninklijk besluit van 30 december 2009 tot het bepalen van de definitie en de voorwaarden waaraan een geregistreerd kassasysteem in de horecasector moet voldoen, voor alle handelingen die zij in de uitoefening van de economische activiteit verrichten en die verband houden met het verstrekken van maaltijden en dranken, al dan niet verschaft bij de maaltijd, met inbegrip van alle verkopen van spijzen en dranken in voormelde inrichting, wanneer de jaaromzet, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, met betrekking tot de restaurant- en cateringdiensten, met uitsluiting van de diensten die bestaan uit het verschaffen van dranken, meer bedraagt dan 25.000 euro. Wanneer de exploitant beschikt over meerdere inrichtingen waar maaltijden worden verbruikt, worden de voorwaarden bedoeld in het eerste lid per inrichting beoordeeld. Het gebruik door de exploitant van een geregistreerd kassasysteem voor de digitale registratie van al de handelingen uitgevoerd bij de uitoefening van zijn economische activiteit en die gedefinieerd worden in paragraaf 1, eerste lid, met systematische levering aan de klant van het kasticket wordt gelijkgesteld met het digitaal gehouden dagboek van ontvangsten voor zijn bedrijfszetel. Het kasticket moet verplicht in papieren vorm worden afgeleverd. De gegevens van de uitgevoerde handelingen in de bedrijfszetel die zullen geregistreerd worden, zijn enerzijds deze bedoeld in artikel 15, § 4 en anderzijds de gegevens bijgehouden in het kasticket gedefinieerd in het koninklijk besluit van 30 december 2009 tot het bepalen van de definitie en de voorwaarden waaraan een geregistreerd kassasysteem in de horecasector moet voldoen. Dit kasticket wordt uitgereikt op het tijdstip van de voltooiing van de dienst of van de levering van de goederen en bevat onder meer de in artikel 2, punt 4, van voornoemd koninklijk besluit voorziene vermeldingen. De verplichting tot uitreiking van dit kasticket eindigt op het tijdstip waarop de belastingplichtige zijn in het eerst lid bedoelde activiteit die bestaat uit het verrichten van restaurant- en cateringdiensten, definitief stopzet. Zijn niet gehouden tot de uitreiking aan de klant van het in het eerste lid bedoelde kasticket : 1° de belastingplichtige die aan een eindconsument restaurant- en cateringdiensten verstrekt waarbij hij voor de totaliteit van zijn activiteit als verrichter van restaurant- en cateringdiensten een beroep doet op een onderaannemer die gehouden is het kasticket uit te reiken, op voorwaarde dat de belastingplichtige op geen enkele manier tussenkomt bij de voorbereiding van de maaltijden noch bij de aankoop van niet bereide voedingsmiddelen; 2° de belastingplichtige die gemeubeld logies verschaft als bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 10°, van het Wetboek ten aanzien van het verschaffen van spijzen en dranken, voor zover deze worden opgenomen in de globale hotelrekening aan de gasten die er verblijven; 3° de belastingplichtige die een bedrijfsrestaurant uitbaat wanneer de volgende voorwaarden zijn vervuld : a) de onderneming oefent een andere activiteit uit dan een activiteit met betrekking tot restaurant- en cateringdiensten; b) het bedrijfsrestaurant is slechts toegankelijk voor personeelsleden van de onderneming en voor het personeel van een verbonden onderneming; c) het bedrijfsrestaurant is slechts toegankelijk tijdens de werkuren van de onderneming. § 2. Voor de belastingplichtigen die, op 1 juli 2016, een activiteit inzake restaurant- en cateringdiensten uitoefenen, komt de referentieperiode voor de berekening van het bedrag van de omzet bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, overeen met het kalenderjaar 2015. Wanneer evenwel de belastingplichtige zijn activiteit heeft aangevangen tijdens de eerste zes maanden van het jaar 2015, komt de referentieperiode overeen met de twaalf kalendermaanden die 1 juli 2016 voorafgaan. Wanneer op deze datum de gerealiseerde omzet betrekking heeft op minder dan twaalf kalendermaanden, komt de referentieperiode overeen met dit aantal maanden en wordt het drempelbedrag van 25.000 euro verminderd naar rato van het aantal kalendermaanden dat verstreken is tussen de eerste dag van de maand die volgt op het begin van zijn activiteit en 1 juli 2016. Deze vermindering pro rata temporis is niet van toepassing in het geval van een seizoensgebonden onderneming of een onderneming waarvan de activiteit op een onregelmatige wijze wordt uitgeoefend. De belastingplichtige die zijn economische activiteit aanvangt na 1 juli 2016 is gehouden te verklaren, onder controle van de administratie die belast is met de belasting over de toegevoegde waarde, dat naar alle waarschijnlijkheid het bedrag van zijn omzet bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 25.000 euro niet zal overschrijden. Indien de belastingplichtige van oordeel is dat zijn jaaromzet dit bedrag zal overschrijden, is hij gehouden zich te laten registreren bij de dienst aangewezen door de Minister van Financiën overeenkomstig artikel 2bis van het voormeld koninklijk besluit van 30 december 2009, uiterlijk bij het verstrijken van de tweede maand die volgt op de datum van aanvang van zijn activiteit. De belastingplichtige bedoeld in het tweede lid moet het kasticket bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, uitreiken uiterlijk op het einde van de maand die volgt op de periode waarin hij gehouden is zich te laten registreren. § 3. Wanneer na 1 juli 2016 de belastingplichtige bij de indiening van de periodieke btw-aangifte, vaststelt dat de omzet bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, gerealiseerd tijdens het lopende kalenderjaar 25.000 euro overschrijdt, is hij gehouden zich bij de voornoemde dienst te laten registreren, uiterlijk bij het verstrijken van de tweede maand die volgt op het betreffende btw-aangiftetijdvak. De belastingplichtige bedoeld in het eerste lid moet het kasticket bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, uitreiken uiterlijk op het einde van de maand die volgt op de periode waarin hij gehouden is zich te laten registreren. § 4. De belastingplichtige die zich heeft laten registreren bij de in paragraaf 2, tweede lid, bedoelde dienst en die nog niet beschikt over een geregistreerd kassasysteem dat hem toelaat het bovenbedoeld kasticket uit te reiken, is gehouden tijdens deze periode de rekening of het ontvangstbewijs uit te reiken bedoeld in artikel 22, § 1, eerste lid, 2°. De belastingplichtige gehouden tot de uitreiking van het kasticket door middel van het hiervoor bedoeld kassasysteem moet in ieder geval, op de plaats waar het geregistreerd kassasysteem is geïnstalleerd, in het bezit zijn van een voorraad rekeningen of ontvangstbewijzen. Ingeval de werking van het geregistreerd kassasysteem om welke reden ook is verstoord, is de belastingplichtige gehouden een rekening of een ontvangstbewijs uit te reiken. § 5. De Minister van Financiën bepaalt de praktische toepassingsvoorwaarden van dit artikel. Hij bepaalt onder meer de toe te passen regels in geval van onvrijwillige storing van het geregistreerde kassasysteem.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 1, van 29 december 1992, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2023-01-01; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.