KB nr. 1 (btw), Art. 20
Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.
Uitleg
In één alinea
Dit artikel regelt de verlegging van heffing bij werk in onroerende staat en daarmee gelijkgestelde handelingen. In afwijking van artikel 51, § 1, 1°, van het Wetboek voldoet niet de in België gevestigde dienstverrichter, maar zijn medecontractant de btw over zo'n handeling, wanneer die medecontractant zelf een belastingplichtige is die de periodieke aangifte uit artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek moet indienen. Hij neemt die belasting op in de aangifte over het tijdvak waarin ze opeisbaar wordt. Het gaat om alle werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, van het Wetboek en, voor zover het geen werk in onroerende staat is, ook om: de levering met aanhechting aan een gebouw van onderdelen van onder meer verwarmings- of airconditioningsinstallaties, sanitaire en elektrische installaties (met uitzondering van toestellen voor de verlichting en lampen), bel-, brand- en diefstalalarm en huistelefoon, bepaalde keuken- en badkameruitrusting en luiken, rolluiken en rolgordijnen aan de buitenkant; de levering en plaatsing van wandbekleding of vloerbedekking; het aanhechten, plaatsen, herstellen, onderhouden en reinigen van die goederen; en de terbeschikkingstelling van personeel voor zulke werken. Een medecontractant die voor btw-doeleinden geïdentificeerd is overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 1°, van het Wetboek maar die aangifte niet moet indienen, laat de dienstverrichter weten dat hij de voorwaarden niet vervult wanneer hij hem zijn btw-identificatienummer meedeelt. De factuur en het dubbel vermelden de elementen die de verlegging rechtvaardigen, geen tarief en geen btw-bedrag, en, wanneer de afnemer die informatie niet heeft verstrekt, de voorgeschreven vermelding die begint met "Verlegging van heffing." en die bepaalt dat de afnemer bij gebrek aan schriftelijke betwisting binnen een termijn van één maand na ontvangst van de factuur geacht wordt te erkennen dat hij een belastingplichtige is die periodieke aangiften moet indienen.
Voor wie
Toepassingsgebied: btw. Het artikel richt zich tot de in België gevestigde belastingplichtige die de bedoelde handelingen verricht, en tot zijn medecontractant die zelf een belastingplichtige is die de periodieke aangifte moet indienen.
Sinds wanneer en overgang
Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.
Rekenvoorbeeld
Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.
Symbolisch: voor een werk in onroerende staat met maatstaf van heffing M vermeldt de factuur geen tarief en geen btw-bedrag; de medecontractant neemt de belasting over die handeling op in zijn aangifte over het tijdvak waarin ze opeisbaar wordt.
Veelgemaakte fouten
- Het tarief of het btw-bedrag toch op de factuur of het dubbel vermelden: de tekst sluit dat voor deze handelingen uit.
- De verlegging toepassen wanneer de medecontractant geen belastingplichtige is die de periodieke aangifte moet indienen: dan is aan de voorwaarde van het artikel niet voldaan.
- Toestellen voor de verlichting en lampen meerekenen bij de elektrische installatie: die zijn uitdrukkelijk uitgezonderd.
- Aannemen dat de dienstverrichter altijd van aansprakelijkheid ontslagen is: dat geldt, behoudens samenspanning tussen de partijen, alleen voor de voorwaarde over de hoedanigheid van de afnemer en wanneer de afnemer de factuur niet schriftelijk betwist.
Verwante bepalingen
- In de gegevens is dit besluit als geheel gekoppeld aan de wetsartikelen W-BTW:17, W-BTW:22, W-BTW:51, W-BTW:53, W-BTW:53ter, W-BTW:53octies, W-BTW:53decies, W-BTW:54 en W-BTW:56, als artikelen die het uitvoert. De tekst van die artikelen zit niet in de gegevens; over hun inhoud zegt deze uitleg daarom niets.
Wat de wet niet regelt
Dit artikel definieert het begrip werk in onroerende staat niet zelf; het verwijst daarvoor naar artikel 19, § 2, van het Wetboek.
Toon de officiële wettekst
Officiële wettekst
§ 1. In afwijking van artikel 51, § 1, 1°, van het Wetboek, voldoet de medecontractant van de in België gevestigde belastingplichtige die één van de in paragraaf 2 bedoelde handelingen verricht, de over die handeling verschuldigde belasting, wanneer hij zelf een belastingplichtige is gehouden tot indiening van de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte. Hij voldoet de belasting op de in paragraaf 4 bedoelde manier. De overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 1°, van het Wetboek voor btw-doeleinden geïdentificeerde medecontractant die niet gehouden is tot indiening van de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde aangifte, brengt de dienstverrichter ervan op de hoogte dat hij de in het eerste lid bedoelde voorwaarden niet vervult wanneer hij aan laatstgenoemde zijn btw-identificatienummer meedeelt overeenkomstig artikel 53quater, § 1, eerste lid, 1°, van het Wetboek. § 2. Wordt bedoeld alle werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, van het Wetboek. Worden eveneens bedoeld, in de mate dat zij geen werk in onroerende staat zijn: 1° iedere handeling die tot voorwerp heeft zowel de levering als de aanhechting aan een gebouw: a) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een installatie voor centrale verwarming of airconditioning, daaronder begrepen de branders, de reservoirs en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketels of aan de radiatoren; b) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een sanitaire installatie van een gebouw en, meer algemeen, van alle vaste toestellen voor sanitair of hygiënisch gebruik aangesloten op een waterleiding of een riool; c) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische installatie van een gebouw, met uitzondering van toestellen voor de verlichting en van lampen; d) van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische belinstallatie,van brandalarmtoestellen, van alarmtoestellen tegen diefstal en van een huistelefoon; e) van opbergkasten, gootstenen, gootsteenkasten en meubels met ingebouwde gootsteen, wastafels en meubels met ingebouwde wasbak, zuigkappen, ventilators en luchtverversers waarmee een keuken of badkamer is uitgerust; f) van luiken, rolluiken en rolgordijnen die aan de buitenkant van het gebouw worden geplaatst; 2° iedere handeling die tot voorwerp heeft zowel de levering van wandbekleding of vloerbedekking als de plaatsing ervan in een gebouw, ongeacht of die bekleding of bedekking aan het gebouw wordt vastgehecht of eenvoudig ter plaatse op maat wordt gesneden volgens de afmetingen van de te bedekken oppervlakte; 3° ieder werk dat bestaat in het aanhechten, het plaatsen, het herstellen, het onderhouden en het reinigen van goederen bedoeld in 1° of 2° hierboven. Wordt ook bedoeld de terbeschikkingstelling van personeel met het oog op het verrichten van een werk in onroerende staat of van een onder 1°, 2° of 3°, hierboven bedoelde handelingen. § 3. De door de in paragraaf 1 bedoelde dienstverrichter uitgereikte factuur en het dubbel dat hij bewaart, met betrekking tot de paragraaf 2 bedoelde handelingen, maken melding van het voorhanden zijn van de verschillende elementen die de toepassing van dit artikel rechtvaardigen en maken voor die handelingen geen melding van het tarief, noch van het bedrag van de verschuldigde belasting, maar bevatten de volgende vermelding wanneer de afnemer de in paragraaf 1, tweede lid bedoelde informatie niet heeft verstrekt: "Verlegging van heffing. Bij gebrek aan schriftelijke betwisting binnen een termijn van één maand na de ontvangst van de factuur, wordt de afnemer geacht te erkennen dat hij een belastingplichtige is gehouden tot de indiening van periodieke aangiften. Als die voorwaarde niet vervuld is, is de afnemer ten aanzien van die voorwaarde aansprakelijk voor de betaling van de verschuldigde belasting, interesten en geldboeten.". Behoudens samenspanning tussen de partijen, is de dienstverrichter ontslagen van de aansprakelijkheid ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde voorwaarde betreffende de hoedanigheid van de afnemer, wanneer de afnemer de factuur niet schriftelijk betwist. § 4. De in paragraaf 1 bedoelde medecontractant neemt de over die handelingen verschuldigde belasting op in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de belasting opeisbaar wordt.
Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 1, van 29 december 1992, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus
Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2024-01-01; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.