Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

KB nr. 1 (btw), Art. 14

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel regelt welke boekhouding een belastingplichtige voor de btw voert. Hij voert een boekhouding die aangepast is aan de omvang van zijn activiteiten, zodat de btw kan worden toegepast en gecontroleerd; bij een btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek voert elk lid zo'n boekhouding voor zijn eigen activiteiten. Die boekhouding bevat ten minste drie registers: een boek voor inkomende facturen, een boek voor uitgaande facturen en, per bedrijfszetel, een dagboek van ontvangsten voor de handelingen waarvoor geen factuur of geen stuk uit artikel 53, § 3, eerste lid, van het Wetboek verplicht is en waarvoor er ook geen werd uitgereikt. Dat dagboek kan op papier of elektronisch worden gehouden. Een elektronisch kasregister dat op het einde van elke dagelijkse openingsperiode financiële rapporten genereert en de klant systematisch een kasticket levert, wordt gelijkgesteld met een digitaal gehouden dagboek van ontvangsten; het artikel somt op welke gegevens het kasticket en het financieel rapport bevatten. Het dagboek van ontvangsten en de bijbehorende verantwoordingsstukken blijven op de bedrijfszetel tot het verstrijken van de derde maand na de maand waarin het dagboek werd afgesloten. Wie meerdere bedrijfszetels heeft, houdt bovendien een centralisatiedagboek bij. De registerplicht geldt niet voor wie uitsluitend handelingen uit artikel 8 en 8bis van het Wetboek verricht. Verder zijn er afwijkingen: wie de forfaitaire regeling van artikel 56 van het Wetboek geniet, houdt geen dagboek van ontvangsten; de belastingplichtigen uit artikel 56ter van het Wetboek zijn onder voorwaarden ontheven van de boeken voor inkomende en uitgaande facturen; wie uitsluitend handelingen verricht die krachtens artikel 44 van het Wetboek vrijgesteld zijn zonder recht op aftrek, of de landbouwregeling van artikel 57 van het Wetboek geniet, houdt in afwijking daarvan één boek voor de facturen en stukken waarover hij de belasting verschuldigd is. Niet-belastingplichtige rechtspersonen houden datzelfde boek. Niet behandeld: de volledige opsomming van de handelingen die in het boek voor inkomende facturen komen, en de modaliteiten die de minister van Financiën bepaalt.

Voor wie

Toepassingsgebied: btw. Het artikel richt zich tot de belastingplichtigen, tot elk lid van een btw-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek en, voor het boek uit paragraaf 5, ook tot de niet-belastingplichtige rechtspersonen.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat geen bedrag of percentage.

Veelgemaakte fouten

  • Een elektronisch kasticket afleveren waar een papieren kasticket verplicht is: voor de handelingen waarvoor een kasticket van een geregistreerd kassasysteem volgens artikel 21bis, § 1, eerste lid, of een rekening of ontvangstbewijs volgens artikel 22 aan de klant moet worden afgeleverd, moet het kasticket in papieren vorm worden afgeleverd.
  • Het dagboek van ontvangsten en de verantwoordingsstukken te vroeg van de bedrijfszetel weghalen: ze blijven er tot het verstrijken van de derde maand na de maand waarin het dagboek werd afgesloten. Een elektronisch gehouden dagboek of een elektronisch kasregister is in die periode elektronisch toegankelijk op de bedrijfszetel.
  • Bij meerdere bedrijfszetels het centralisatiedagboek vergeten, waarin op het einde van elke aangifteperiode per tarief het totaalbedrag van de ontvangsten uit de verschillende dagboeken van ontvangsten komt.
  • Bij een btw-eenheid één boekhouding voor de hele eenheid voeren: elk lid voert een boekhouding voor zijn eigen activiteiten.
  • De ontheffing voor de belastingplichtigen uit artikel 56ter van het Wetboek als onvoorwaardelijk lezen: ze geldt wanneer zij de facturen en stukken, of in voorkomend geval de dubbels, bewaren volgens een ononderbroken reeks volgnummers die zij toekennen bij ontvangst, uitreiking of opmaak, en wanneer zij het boek uit paragraaf 5 houden.

Verwante bepalingen

  • KB-BTW-1:10: laag 1 noemt de handelingen uit artikel 10 bij het boek voor inkomende facturen. Volgens haar laag 1 gaat artikel 10 over de belastingplichtige die andere leveringen of diensten verricht dan die vrijgesteld door artikel 44 van het Wetboek waarvoor hij geen recht op aftrek heeft, en die voor zijn economische activiteit goederen of diensten verkrijgt van een niet-belastingplichtige of van een belastingplichtige die geen factuur moet uitreiken; hij stelt dan op de dag van de handeling een stuk in twee exemplaren op.
  • KB-BTW-1:15: laag 1 verwijst naar artikel 15 voor het papieren dagboek, voor de gegevens van het kasregister en voor de verantwoordingsstukken. Volgens haar laag 1 steunen de inschrijvingen op gedateerde verantwoordingsstukken, en wordt per bedrijfszetel het totale bedrag van de dagontvangsten van dag tot dag ingeschreven in het dagboek van ontvangsten of dagelijks geregistreerd via het elektronisch kasregister.
  • KB-BTW-1:21bis: laag 1 verwijst ernaar voor het kasticket van een geregistreerd kassasysteem. Volgens haar laag 1 reiken de exploitant van een inrichting waar maaltijden worden verbruikt en de traiteur die cateringdiensten verricht zo'n kasticket uit wanneer hun jaaromzet uit restaurant- en cateringdiensten boven de daar bepaalde drempel ligt, en moet dat kasticket in papieren vorm worden afgeleverd.
  • KB-BTW-1:22: laag 1 verwijst ernaar voor de rekening of het ontvangstbewijs en de dubbels ervan. Volgens haar laag 1 reikt de belastingplichtige een rekening of ontvangstbewijs uit voor onder meer het verschaffen van gemeubeld logies, het verschaffen van maaltijden en dranken wanneer de voorwaarden van artikel 21bis, § 1, eerste lid, niet vervuld zijn, en het wassen van personenauto's en vergelijkbare voertuigen.
  • In de gegevens is dit besluit als geheel gekoppeld aan de wetsartikelen W-BTW:17, W-BTW:22, W-BTW:51, W-BTW:53, W-BTW:53ter, W-BTW:53octies, W-BTW:53decies, W-BTW:54 en W-BTW:56, als artikelen die het uitvoert. De tekst van die artikelen zit niet in de gegevens; over hun inhoud zegt deze uitleg daarom niets.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel regelt niet zelf de modaliteiten van een elektronisch gehouden dagboek en van de bewaring van kastickets en financiële rapporten; die bepaalt de minister van Financiën.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

§ 1. De belastingplichtigen moeten een aan de omvang van hun activiteiten aangepaste boekhouding voeren om de belasting over de toegevoegde waarde te kunnen toepassen en controleren. Voor de BTW-eenheid in de zin van artikel 4, § 2, van het Wetboek, dient ieder lid een dergelijke boekhouding te voeren wat zijn eigen activiteiten betreft. § 2. D e boekhouding van de belastingplichtigen, behalve van degenen die uitsluitend in artikel 8 en 8bis van het Wetboek bedoelde handelingen verrichten, bevat ten minste de volgende registers: 1° een boek voor inkomende facturen waarin zij aangaande de volgende verrichtingen de facturen en de stukken inschrijven met betrekking tot hun economische activiteit : - de leveringen van goederen en de diensten ; - de invoeren; - de intracommunautaire verwervingen van goederen; - de handelingen bedoeld in de artikelen 12, § 1, eerste lid, 3° en 4°, 19, §§ 2, eerste lid, 1° en 3 en 25quater van het Wetboek; - de te hunnen behoeve verrichte overdrachten bedoeld in artikel 11 van het Wetboek en de handelingen bedoeld in artikel 18, § 3, van het Wetboek; - de handelingen bedoeld in artikel 10; 2° een boek voor uitgaande facturen waarin zij de facturen, de stukken bedoeld in de artikelen 2, 3, 6 en 11 en die bedoeld in artikel 53, § 3, eerste lid, van het Wetboek inschrijven, evenals de ermee verband houdende verbeterende stukken; 3° een dagboek per bedrijfszetel waarin zij de ontvangsten inschrijven met betrekking tot de handelingen waarvoor zij niet verplicht zijn een factuur of het in artikel 53, § 3, eerste lid van het Wetboek bedoeld stuk uit te reiken en waarvoor zij geen factuur of niet dat stuk hebben uitgereikt. Dit dagboek kan op papier worden gehouden in overeenstemming met de bepalingen van artikel 15, § 1, tweede en derde lid, of op elektronische wijze overeenkomstig de modaliteiten bepaald door de Minister van Financiën. Het gebruik door de belastingplichtigen van een elektronisch kasregister, dat op het einde van elke dagelijkse openingsperiode van elke verkoopinrichting een of meerdere financiële rapporten genereert, met systematische levering aan de klant van een kasticket, voor de digitale registratie van de handelingen uitgevoerd in de bedrijfszetel waarvoor geen factuur moet worden uitgereikt, wordt gelijkgesteld met het voor hun bedrijfszetel digitaal gehouden dagboek van ontvangsten. Het kasticket kan worden geleverd in elektronische of papieren vorm met uitzondering voor de handelingen waarvoor een kasticket door middel van een geregistreerd kassasysteem overeenkomstig artikel 21bis, § 1, eerste lid of een rekening of een ontvangstbewijs bij toepassing van artikel 22 aan de klant moeten worden afgeleverd. Voor deze handelingen moet het kasticket verplicht in papieren vorm worden afgeleverd. De gegevens van de handelingen uitgevoerd in de bedrijfszetel die in het elektronische kasregister geregistreerd zullen worden, zijn enerzijds deze bedoeld in artikel 15, § 4 en anderzijds de volgende gegevens die in het kasticket opgenomen zijn: a) de datum van de uitgave; b) het volgnummer van minimum 4 en maximum 8 posities, genomen in een ononderbroken volgorde van nummers. Deze volgorde kan, volgens de administratieve en technische organisatie van de belastingplichtige gedefinieerd worden bij afzonderlijke kassa, bij een reeks van kassa's in dezelfde vestiging of voor al de kassa's bijeen in dezelfde vestiging; c) de identificatie van de kassa en van de vestiging indien er meerdere zijn; d) de referentie van het artikel, het aantal stuks per artikel en het totaalbedrag voor dit aantal stuks, rekening houdend met de geafficheerde prijs (inclusief btw); e) de kortingen en de terugbetalingen; f) het verschuldigde totaalbedrag, inclusief btw, door de klant of, bij een terugbetaling, het saldo dat aan de klant moet worden betaald; g) de laatste acht tekens van de digitale handtekening van de registratie gegenereerd door het beveiligingssysteem. Een financieel rapport moet door het elektronische kasregister worden gegenereerd op het einde van elke dagelijkse openingsperiode van de verkoopinrichting per toegekende reeks volgnummers als bepaald in paragraaf 2, 3°, vierde lid, b), en minstens de volgende vermeldingen bevatten: a) de identificatie van de op dit rapport betrekking hebbende kassa('s) en, als er verschillende verkoopinrichtingen zijn, de identificatie van de verkoopinrichting; b) het precieze tijdstip (datum, uur, minuut) waarop het rapport wordt gegenereerd; c) het volgnummer van het rapport, genomen uit een ononderbroken reeks; d) de periode waarop het rapport betrekking heeft; e) de som van de in paragraaf 2, 3°, vierde lid, d), bedoelde totaalbedragen; f) het totaalbedrag van de kortingen en teruggegeven bedragen; g) het totaalbedrag van de netto-omzet, btw inclusief; h) in het geval de belastingplichtige geen gebruik maakt van de mogelijkheid die hem geboden wordt door artikel 15, § 4, vierde lid, en indien al de vereiste gegevens daartoe reeds berekend werden, een verdeling van het onder g) bedoelde totale bedrag, per afzonderlijk btw-tarief; i) de laatste acht karakters van de digitale handtekening van de registratie van de laatste uitgevoerde handeling waarop dit verslag betrekking heeft. De minister van Financiën bepaalt de modaliteiten met betrekking tot de bewaring, de integriteit van de inhoud van de kastickets bedoeld in paragraaf 2, 3°, vierde lid, alsook de modaliteiten van de bewaring van de financiële rapporten bedoeld in paragraaf 2, 3°, vijfde lid. Het dagboek van ontvangsten met betrekking tot de in de bedrijfszetel verrichte handelingen, alsook de verantwoordingsstukken bedoeld in artikel 15, § 2, die erop betrekking hebben met inbegrip van, in voorkomend geval, de in artikel 22 bedoelde dubbels van de rekeningen of van de ontvangstbewijzen of het kasregister bedoeld in paragraaf 2, 3°, derde lid, dienen zich op die bedrijfszetel te bevinden tot het verstrijken van de derde maand volgend op die waarin het genoemd dagboek van ontvangsten werd afgesloten. Indien het dagboek van ontvangsten op elektronische wijze wordt gehouden, dient het binnen voornoemde periode elektronisch toegankelijk te zijn op de bedrijfszetel. Indien een elektronisch kasregister wordt gebruikt, moet dit gedurende bovengenoemde periode op de bedrijfszetel elektronisch toegankelijk zijn. De belastingplichtigen die over meerdere bedrijfszetels beschikken moeten bovendien een centralisatiedagboek bijhouden waarin zij op het einde van elke aangifteperiode, per tarief, het totaalbedrag van de ontvangsten inschrijven van dat tijdvak, ingeschreven in de verschillende dagboeken van ontvangsten. Dit centralisatiedagboek kan op papier worden gehouden in overeenstemming met de bepalingen van artikel 15, § 1, tweede en derde lid, of door middel van geïnformatiseerde systemen overeenkomstig de modaliteiten bepaald door de Minister van Financiën. § 3. In afwijking van paragraaf 2, 3°, zijn de belastingplichtigen die genieten van de forfaitaire regeling van artikel 56 van het Wetboek ervan ontheven het bedoelde dagboek te houden. § 4. De in artikel 56ter van het Wetboek bedoelde belastingplichtigen zijn ervan ontheven de in paragraaf 2, 1° en 2°, bedoelde boeken te houden, wanneer zij de facturen en de stukken of, in voorkomend geval, de dubbels van de door deze bepalingen beoogde facturen en stukken, bewaren volgens een ononderbroken reeks volgnummers die zij eraan toekennen bij hun ontvangst, hun uitreiking of het opmaken ervan, en wanneer zij het in paragraaf 5 bedoelde boek houden. § 5. In afwijking van § 2 moeten de belastingplichtigen die uitsluitend handelingen verrichten vrijgesteld van de belasting krachtens artikel 44 van het Wetboek waarvoor zij geen recht op aftrek hebben en de belastingplichtigen die van de in artikel 57 van het Wetboek beoogde landbouwregeling genieten, een boek houden waarin zij de facturen en de stukken met betrekking tot hun activiteit inschrijven die de handelingen vaststellen waarvoor zij overeenkomstig artikel 51, §§ 1, 2°, en 2, eerste lid, 1° en 2°, van het Wetboek de belasting verschuldigd zijn, alsook de facturen en de stukken bedoeld in artikel 5, § 2, van het koninklijk besluit nr. 31 met betrekking tot de toepassingsmodaliteiten van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de handelingen verricht door in het buitenland gevestigde belastingplichtigen. § 6. De niet-belastingplichtige rechtspersonen moeten het boek bedoeld in § 5 houden.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 1, van 29 december 1992, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2026-01-10; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.