Theca Wetboek

Het Belgische boekhoud- en fiscaal recht, artikel per artikel uitgelegd.

Onofficiële uitgave met de officiële wettekst; alleen het Belgisch Staatsblad is authentiek.

KB nr. 1 (btw), Art. 1

Uitleg en toepassing zijn door AI geschreven op basis van de officiële wettekst en machinaal tegengelezen (2026-09-28). Deze bepaling is niet door een mens nagekeken. Controleer het zelf: de officiële wettekst staat hieronder, als ongewijzigde kopie van de artikeltekst uit FOD Financiën, FisconetPlus (zonder de noten en titels van de FOD), met een link naar de bron.

Uitleg

In één alinea

Dit artikel somt op wanneer een belastingplichtige ook een factuur uitreikt voor handelingen met natuurlijke personen die de goederen of diensten bestemmen voor hun privégebruik. Het gaat om leveringen van goederen of diensten die niet vrijgesteld zijn krachtens artikel 44 van het Wetboek en die niet bedoeld zijn in artikel 135, lid 1, punten a) tot g), van Richtlijn 2006/112/EG. De verplichting geldt wanneer die handelingen overeenkomstig de artikelen 14, 14bis, 15 en 21bis van het Wetboek in België plaatsvinden, of wanneer de belasting al vóór de handeling opeisbaar wordt over de gehele prijs of een deel ervan, bij toepassing van artikel 17, § 1, derde lid, en artikel 22bis, § 1, derde lid, van het Wetboek. De lijst telt twaalf punten: 1° leveringen van nieuwe of tweedehandse landvoertuigen voor personen- of goederenvervoer met een motor van meer dan 48 kubieke centimeter cilinderinhoud of meer dan 7,2 kilowatt vermogen, en hun aanhangwagens (met inbegrip van auto's voor dubbel gebruik en kampeerwagens), van jachten en plezierboten, en van vliegtuigen en andere luchtvaartuigen; 2° leveringen van goederen bedoeld in artikel 1, § 9, van het Wetboek en de vestiging, overdracht en wederoverdracht van zakelijke rechten erop, voor zover niet vrijgesteld overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek; 3° de handelingen vermeld in artikel 20, § 2, van dit besluit; 4° leveringen en diensten voor de oprichting van een gebouw bedoeld in artikel 64, § 4, van het Wetboek; 5° verkopen op afbetaling en huurkopen; 6° leveringen van goederen die kennelijk bestemd zijn voor een economisch gebruik, gelet op hun aard, de wijze waarop ze aangeboden worden, de verkochte hoeveelheden of de prijzen, en leveringen van goederen waarin de verkrijger handel drijft of die hij normaal bestemt voor zijn economische activiteit; 7° leveringen in inrichtingen of op plaatsen die normaal niet toegankelijk zijn voor particulieren; 8° leveringen door voortbrengers- of grossiersbedrijven; 9° leveringen van onderdelen, toebehoren en uitrustingsstukken voor de goederen van punt 1° en werken aan die goederen, het wassen uitgezonderd, wanneer de prijs met inbegrip van de btw meer dan 125 euro bedraagt; 10° verhuizing of meubelbewaring en de bijbehorende prestaties; 11° de leveringen en diensten bedoeld in artikel 42, § 3, eerste lid, 1° tot 8°, van het Wetboek; 12° leveringen van beleggingsgoud waarvan het bedrag meer dan 2.500 euro bedraagt, ook in de vorm van certificaten, goudrekeningen, goudleningen en swaps, evenals handelingen betreffende beleggingsgoud in future- en termijncontracten. In afwijking daarvan is de belastingplichtige bedoeld in artikel 50, § 4, van het Wetboek ontheven van de plicht om een factuur uit te reiken voor de diensten die hij verricht.

Voor wie

Toepassingsgebied: btw. De bepaling gaat over belastingplichtigen die een van de opgesomde handelingen verrichten voor natuurlijke personen die de goederen of diensten bestemmen voor hun privégebruik.

Sinds wanneer en overgang

Inwerkingtreding niet in het corpus — zie de wijzigingswet.

Rekenvoorbeeld

Deze bepaling bevat drempels, geen tarief om mee te rekenen. Een voorbeeld met enkel de getallen uit de wettekst, voor werken aan een plezierboot voor een particulier (punt 9°), met als grondslag de prijs met inbegrip van de btw:

  • prijs met inbegrip van de btw: 125 euro — dat is niet "meer dan 125 euro", dus punt 9° is niet van toepassing;
  • prijs met inbegrip van de btw boven 125 euro — punt 9° is wel van toepassing, tenzij het om het wassen gaat.

Voor beleggingsgoud (punt 12°) geldt dezelfde redenering met de grens van 2.500 euro: de wet spreekt van een bedrag van "meer dan 2.500 euro".

Veelgemaakte fouten

  • De grens van 125 euro toetsen aan de prijs zonder btw. De wet rekent met de prijs "met inbegrip van de belasting over de toegevoegde waarde".
  • Het wassen van een voertuig onder punt 9° brengen. De wet sluit het wassen uitdrukkelijk uit.
  • Denken dat de lijst alleen speelt wanneer de handeling al verricht is. De wet noemt ook het geval waarin de belasting vóór de handeling opeisbaar wordt over de gehele prijs of een deel ervan.
  • Vergeten dat de belastingplichtige bedoeld in artikel 50, § 4, van het Wetboek voor zijn diensten ontheven is van de factuur.
  • Niet behandeld: de precieze inhoud van de verwijzingen naar artikel 135 van Richtlijn 2006/112/EG en naar de artikelen van het Wetboek; hun tekst zit niet in de gegevens.

Verwante bepalingen

  • KB-BTW-1:20 — punt 3° verwijst naar artikel 20, § 2. Volgens zijn laag 1 gaat die paragraaf over alle werk in onroerende staat in de zin van artikel 19, § 2, van het Wetboek, en ook over een reeks andere handelingen, zoals de levering en aanhechting aan een gebouw van bestanddelen van een installatie voor centrale verwarming en de terbeschikkingstelling van personeel voor zulke werken.
  • W-BTW:17 — laag 1 verwijst naar artikel 17, § 1, derde lid, van het Wetboek; dit besluit voert dat artikel volgens de gegevens uit, maar zijn tekst zit niet in de gegevens.
  • W-BTW:22, W-BTW:51, W-BTW:53, W-BTW:53ter, W-BTW:53octies, W-BTW:53decies, W-BTW:54 en W-BTW:56 — andere artikelen van het Wetboek die dit besluit volgens de gegevens uitvoert; hun tekst zit niet in de gegevens.
  • W-BTW:1, W-BTW:1bis en W-BTW:9 — begrippen uit het Wetboek; hun definitie zit niet in de gegevens.

Wat de wet niet regelt

Dit artikel bepaalt niet welke vermeldingen de factuur bevat of binnen welke termijn ze uitgereikt wordt.

Toon de officiële wettekst

Officiële wettekst

De belastingplichtige die hierna vermelde leveringen van goederen of diensten die niet zijn vrijgesteld krachtens artikel 44 van het Wetboek en die niet bedoeld zijn in artikel 135, lid 1, punten a) tot g), van Richtlijn 2006/112/EG, verricht voor natuurlijke personen die ze bestemmen voor hun privégebruik, reikt een factuur uit wanneer deze handelingen overeenkomstig de artikelen 14, 14bis, 15 en 21bis van het Wetboek in België plaatsvinden, of wanneer, vóór de handeling, de belasting opeisbaar wordt over de gehele of een deel van de prijs van de handeling, bij toepassing van de artikelen 17, § 1, derde lid en 22bis, § 1, derde lid, van het Wetboek: 1° de leveringen : a) van voor personen- of goederenvervoer bestemde nieuwe of tweedehandse landvoertuigen, voorzien van een motor met een cilinderinhoud van meer dan 48 kubieke centimeter of met een vermogen van meer dan 7,2 kilowatt, alsmede hun aanhangwagens, met inbegrip van de auto's voor dubbel gebruik en de kampeerwagens; b) van jachten en plezierboten; c) van vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen, zweefvliegtuigen, vrije of bestuurbare luchtballons en andere dergelijke luchtvaartuigen, ongeacht of ze zwaarder of lichter zijn dan de lucht, met of zonder motor; 2° de leveringen van goederen bedoeld in artikel 1, § 9, van het Wetboek alsook de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op zulke goederen die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld; 3° de in artikel 20, § 2, vermelde handelingen; 4° de leveringen van goederen en de diensten bestemd voor de oprichting van een gebouw bedoeld in artikel 64, § 4, van het Wetboek; 5° de verkopen op afbetaling en de huurkopen; 6° de leveringen die betrekking hebben op goederen die, gelet op de aard ervan, de wijze waarop zij worden aangeboden, de verkochte hoeveelheden of de toegepaste prijzen, kennelijk bestemd zijn voor een economisch gebruik, alsook de leveringen van goederen van de soort waarin de verkrijger handel drijft of die hij normaal bestemt voor de uitoefening van zijn economische activiteit; 7° de leveringen verricht in inrichtingen of op plaatsen die normaal niet toegankelijk zijn voor particulieren; 8° de leveringen verricht door voortbrengers- of grossiersbedrijven; 9° de leveringen van onderdelen, toebehoren en uitrustingsstukken voor de onder 1° vermelde goederen, alsook de werken, het wassen uitgezonderd, verricht aan deze goederen, met inbegrip van de levering van de goederen die worden verbruikt voor de uitvoering van deze werken, wanneer de prijs, met inbegrip van de belasting over de toegevoegde waarde, meer bedraagt dan 125 euro; 10° de verrichtingen van verhuizing of meubelbewaring en de bij die handelingen behorende prestaties; 11° de in artikel 42, § 3, eerste lid, 1° tot 8°, van het Wetboek bedoelde leveringen van goederen en diensten; 12° leveringen van beleggingsgoud, gedefinieerd in artikel 1, § 8, van het Wetboek, waarvan het bedrag meer dan 2.500 euro bedraagt, waaronder beleggingsgoud dat belichaamd is in certificaten voor toegewezen of niet-toegewezen goud of dat verhandeld wordt op goudrekeningen, en waaronder, in het bijzonder, goudleningen en swaps, die een eigendoms- of vorderingsrecht op beleggingsgoud belichamen, evenals voor handelingen betreffende beleggingsgoud bestaande in future- en termijncontracten die leiden tot de overdracht van een eigendoms- of vorderingsrecht met betrekking tot beleggingsgoud. In afwijking van het eerste lid, is de belastingplichtige bedoeld in artikel 50, § 4, van het Wetboek ervan ontheven een factuur uit te reiken voor de diensten die hij verricht.

Tekst: FOD Financiën, FisconetPlus, officieuze coördinatie Koninklijk besluit nr. 1, van 29 december 1992, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, artikel opgehaald op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek. FOD Financiën, FisconetPlus

Algemene informatie; geen belasting- of juridisch advies en geen toepassing op uw situatie. Versie 2026-01-01; wettekst gecontroleerd op 2026-09-28. Alleen de tekst in het Belgisch Staatsblad is authentiek.